Startpagina Actueel

Praktische aspecten voor de schapenhouder bij de bronstgroepering

De mogelijkheden van bronstgroepering bij ooien in het algemeen bespraken we reeds in Landbouwleven. In dit artikel willen we het vooral hebben over de praktische aspecten van kunstmatige bronstgroepering.

Leestijd : 8 min

V oor de schapenhouder is de aflamperiode een drukke periode, waarin hij dag en nacht attent moet zijn om niet teveel lammeren te verliezen. Voor de schapenhouder, die beroepshalve nooit thuis is of geen aflamperiode van 3 of 4 weken wenst, is groeperen van de bronsten op een kunstmatige manier mogelijk. Maar om hiermee succesvol te zijn is zeker ervaring vereist, want de kosten zijn niet min.

De bronst

Bij onze rassen is de bronst daglengte-afhankelijk. Pas wanneer de dagen beginnen korten (na 21 juni), komt met één of meerdere maanden vertraging (=ras-afhankelijk) de bronst er aan. Bij de bronst is er een zeer complex samenspel van diverse hormonen (opeenvolgingen van concentratiepieken en –dalen).

In de zomer verkeren de ooien in een ‘anoestrus’(rust)-toestand. De niveaus van de geslachtshormonen in het lichaam zijn laag. Als de dagen korten wordt er meer ‘melatonine’ onder invloed van de licht-donker–duur gevormd en ‘ontwaken’ de schapen uit hun zomer-anoestrus, de cycli van de geslachtshormonen worden heftiger en de eerste bronst komt er aan.

Dit proces verloopt geleidelijk. Sommige rassen bv. Suffolk reageren sneller dan andere, bv. Texel. Het ene dier krijgt ook rapper zijn eerste bronst dan het andere. Er zijn ook rassen die minder of niet daglengte-gevoelig zijn en het jaarrond in bronst komen bv. Ile de France.

Ooilammeren, die men in het jaar van de geboorte laat dekken, komen meestal pas later dan de oudere ooien voor de eerste keer in bronst.

Indien de ooi niet bevrucht wordt , treedt er elke 17 dagen een nieuwe bronst op. Deze cycli blijven doorlopen tot de dagen weer gaan lengen (na 21 december). Er treedt terug enige vertraging op zodat, afhankelijk van het ras, er een einde komt aan de bronstcycli en de vruchtbare periode tussen januari en maart.

Bronstgroepering op kunstmatige manier

Men spreekt van ‘bronstsynchronisatie’ als de bronsten gegroepeerd worden binnen het normale bronst- of oestrus-seizoen. Men spreekt van ‘bronstinductie’ wanneer de ooien in bronst gebracht worden buiten het ‘normale’ oestrusseizoen.

Bij deze kunstmatige vorm van bronstgroepering maakt men gebruik van bepaalde hormonen en men wil hierbij het subtiele samenspel van hormonen van de normale bronstcyclus zo goed mogelijk benaderen. Juiste dosering en timing van toedienen zijn hier dan ook erg belangrijk.

Voor bronstgroepering gebruikt men courant een met progesteron gedrenkt sponsje (zie foto) dat gedurende 14 dagen in de vagina van de ooien gebracht wordt. Progesteron is een hormoon dat ook in de normale bronstcyclus van de ooi een belangrijke rol speelt. De hier gebruikte sponsjes zijn meestal van het merk Veramix of Chronogest.

Wanneer het sponsje verwijderd wordt , wordt de ooi best gelijktijdig nog behandeld met een kleine dosis Folligon, dit is een hormoon dat het vrijkomen van eicellen bevordert. Binnen het bronstseizoen kan het zelfs zonder Folligon, maar de progesteron uit de sponsjes geeft enige remming op het bevrucht worden van de eicellen en is dus minder gunstig voor de vruchtbaarheid. Met toedienen van Folligon wordt dit nadeel gecorrigeerd.

Bronstgroepering gebeurt uiteraard in nauw overleg en in samenwerking met uw dierenarts.

48 u na het verwijderen van de sponsjes zijn normaal alle ooien bronstig en worden ze best ‘uit de hand’ één voor één gedekt. Waarom pas na 48 u de ooien laten dekken , terwijl de eersten al bronsttekenen vertonen na 24 of 36 uur? Dit heeft alles te maken met de hormonale wisselwerking. Het sperma van de ram moet op het juiste moment de vrijkomende eicellen kunnen bereiken. Onderzoek heeft uitgewezen dat de beste resultaten bereikt worden als de ooien ongeveer 48 én 56 uur na het verwijderen van de sponsen gedekt worden.

Sponsen aanbrengen

Belangrijk: Werk steeds met ooien die in een goede conditie verkeren, wanneer te magere dieren gesponst worden is de kans groot dat ze niet drachtig worden; dus veel kosten voor weinig resultaat.

Zorg dat de achterhand, de omgeving van de vagina van de ooi, proper is bij het aanbrengen van de sponsen.

Op de foto kan men het benodigde materiaal om ooien te sponsen zien: nl. een holle buis , waar bovenaan de spons geplaatst wordt met de koordjes aan de buitenkant, op de punt van de buis wordt ontsmettende zalf uit de bijhorende tube aangebracht. Deze zalf dient ook als glijmiddel. De punt van de buis wordt voorzichtig in de vagina gebracht en met de bijhorende ‘staaf’ duwt men voorzichtig de spons tot tegen de baarmoedermond.

Na elke ooi worden buis en staaf grondig proper gemaakt in een oplossing met niet bijtend ontsmettingsmiddel .

Tijdens het sponsen de ooi immobiliseren, want als ze teveel beweegmogelijkheid heeft kan ze zich bij heen en terugspringen inwendig kwetsen.

Als de spons is aangebracht hangen de twee nylondraadjes om de spons later te verwijderen 5 à 10 cm buiten de vagina. Om sponsverlies tegen te gaan is het aangewezen om de buiten de vagina stekende delen van deze draadjes af te knippen. Anders is er een reële kans dat in de kudde aanwezige rammen, ramlammeren of andere ooien aan de draadjes trekken en de ooi vroegtijdig ontsponsen. Ook wrijven met de achterhand tegen een draad kan tot sponsverlies leiden. Dieren, die hoesten, kunnen ook hun spons uitstoten. Men mag ervan uit gaan dat 5 % van de ooien de spons vroegtijdig verliest.

Bij voorkeur wordt een groep ooien die gelijktijdig gesponst wordt ook op de rug gemerkt met een bepaalde kleur om ze later vlot terug te vinden in de kudde

Wegnemen van de spons

Na 14 dagen wordt de spons weggenomen door met de vinger de draadjes in de vagina te zoeken en via voorzichtig trekken de spons te verwijderen. Gelijktijdig kan in samenspraak met de begeleidende dierenarts ook Folligon toegediend worden . De dosering in Internationale Eenheden (IE) hangt af van het seizoen, een beperkte hoeveelheid (bv. 400 IE) in het normale bronstseizoen, een hogere hoeveelheid (600-800 IE) buiten het bronstseizoen.

Binnen het bronstseizoen is het best niet vroeger dan na 14 dagen te ontsponsen om alle ooien op hetzelfde moment in bronst te hebben. Maar ontsponsen kan ook na 15 of 16 dagen. Buiten het bronstseizoen kan men reeds 9 à 10 dagen na sponsen , de spons verwijderen. Er is dus wel enige flexibiliteit mogelijk in functie van de eigen beschikbaarheid, want we gaan ervan uit, om degelijk resultaat te hebben, dat de ooien ‘uit de hand’ (zie verder) gedekt worden .

Op het moment van het ontsponsen worden rammen, die bij de kudde lopen, bij voorkeur verwijderd.

Door bronstgroepering kan men het aflammoment beter plannen.
Door bronstgroepering kan men het aflammoment beter plannen.

Laten dekken

De ooien worden best 48 en 56 uur na ontsponsen gedekt. Het moment van de dag waarop ontsponst wordt, bepaalt dus wanneer met het dekken best gestart wordt. Bij laten dekken buiten het normale seizoen moet men rekening houden met de dagtemperaturen. Bij hoge temperaturen hebben de rammen het soms moeilijk om zware dekarbeid te doen. Dan is het soms aangewezen de ooien ‘s avonds laat en ‘s morgens vroeg te laten dekken.

Men moet de keuze maken , ofwel na 48 u de ram bij een groep ooien brengen en hem zijn werk laten doen, ofwel de ooien één voor één zelf bij de ram brengen en ze ‘uit de hand’ laten dekken. Deze laatste werkwijze verdient de voorkeur. Maar zorgt dat tussen twee dekkingen in de ram telkens minstens 20 minuten rust krijgt.

Basisprincipe is dat bij bronstgroepering de ram een bepaalde hoeveelheid sperma beschikbaar heeft, die zo goed mogelijk over de ooien moet verdeeld worden. Laat men een ram bij een groep bronstige ooien, dan zal hij bepaalde ooien frequent dekken, anderen zullen maar beperkt besprongen worden en er bestaat ook zo iets als ‘ramvoorkeur’ waarbij bepaalde ooien genegeerd worden. Dus zeker het aantal ooien per ram beperken bij ‘vrije’ dek.

Bij bronstgroepering worden van de ram intense prestaties verwacht. Zeker buiten het seizoen is ook de hormonale werking en de spermaproductie bij de rammen lager. Buiten seizoen wordt een ram dan ook best ‘voorbereid’ op een dekperiode. Uw dierenarts kan u daar omtrent raad geven. De activiteit van rammen buiten het normale dekseizoen is ook rasafhankelijk.

Bij gegroepeerde bronsten werkt men bij voorkeur ook niet met ramlammeren, maar wel met volwassen rammen, die een betere spermaproductie hebben.

In stamboekomgeving werkt men uiteraard met één bepaalde ram. Maar voor slachtlamproductie en om problemen met niet willen dekken van bepaalde rammen of onvruchtbaarheidsproblemen bij de ram te voorkomen, kan men er ook voor opteren elke ooi door meerdere rammen te laten dekken. Dit beperkt de risico’s op niet drachtig worden.

Niet te vergeten om succesvol te zijn : de ooien tijdens het dekken zo rustig mogelijk behandelen, maar ook tot één maand na het dekken alle stresssituaties vermijden is belangrijk om tot hoge drachtcijfers te komen.

Plus- en minpunten

De positieve elementen zijn:

- Door de beperkte aflamperiode heeft men minder lamsterfte. Drie- of meerlingen kunnen eventueel overgewend worden bij een moeder, die in dezelfde periode een éénling werpt.

- De stalbezetting kan geprogrammeerd en gespreid worden.

- Er is arbeidsbesparing in de aflamperiode.

- Er zijn uniforme loten lammeren , wat praktisch is voor de bedrijfsvoering.

- Desgewenst kan men de dekmomenten zo spreiden dat er het jaar rond slachtklare lammeren beschikbaar zijn.

- Deze methode laat ook toe om tot drie worpen op twee jaar te komen.

- Bronstgroepering wordt ook toegepast op bedrijven waar men aan kunstmatige inseminatie met sperma van hoogwaardige rammen wil doen.

Minpunten:

- Spons en Folligon kosten geld. Men mag rekenen met een kost van 10 à 15 euro per ooi. Dus daar zal op één of andere manier een meerwaarde moeten tegenover staan.

- Er zijn meer kraamhokjes nodig dan bij natuurlijke dek.

- Er zijn ook meer rammen nodig dan bij klassieke dek.

- Er is de bijkomende arbeid voor sponsen en het laten dekken.

Algemeen besluit

Bronstgroepering is een goede zaak voor schapenhouders die een druk bestaan hebben. Bij een goede planning kan men het zo plannen dat de meeste ooien in het weekend werpen. Maar toch niet vergeten dat ooien die op eenzelfde dag gedekt zijn toch nog binnen een periode van drachtdag 140 tot dag 150 kunnen werpen. De meeste geboorten zal men evenwel toch hebben tussen dagen 144 en 147.

Bronstgroepering is ook aangewezen als men’ buiten seizoen’ of intensiever wil gaan kweken.

Het succes van bronstgroepering wordt afgemeten aan het drachtpercentage. Als men binnen het bronstseizoen zijn huiswerk goed maakt , kan men tot drachtpercentages van 80 à 90 % komen. Buiten het bronstseizoen kan dit tussen 50 en 75 % liggen, afhankelijk van de dekmaand en het ras van de ooi. Het succes hangt af van het in conditie zijn van de ooien, het zeer minutieus werken en ook van het vermijden van alle vormen van stress voor de dieren tijdens de dek en in de weken na het dekken.

Wat de kosten betreft moet men afwegen of de meerkost gecompenseerd kan worden door minder lam-uitval bij de geboorte en door een betere arbeidsorganisatie in de geboorteperiode, inclusief meer slaapconfort of door … . Elke bedrijfsleider moet hier de nodige afwegingen maken.

André Calus

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken