Startpagina Maïs

Maïs, soja en sorghum: voedergewassen voor de toekomst?

Al jarenlang staat de monocultuur maïs onder druk: de bodem raakt uitgeput en de opbrengsten maïs blijven uit. Nochtans ligt de oplossing bij de landbouwer. Door elk jaar een nieuw ras te kiezen garandeert die zich van het beste van de genetica op dat moment. Door rotatie kunnen de opbrengsten worden opgekrikt. Soja is een mogelijk gewas in de rotatie, sorghum zou ook kunnen, maar naar deze teelt is nog heel wat onderzoek nodig.

Leestijd : 9 min

Als een landbouwer op economische en ecologische manier voedergewassen wil telen, moet die met heel wat factoren rekening houden. Het aantal gewasbeschermingsmiddelen mindert en ook de klimaatopwarming speelt parten. “Daarbij komt nog dat de bodems de laatste 30 à 40 jaar zijn achteruit gegaan door een slechte manier van teeltrotatie en structuurschade door de steeds groter wordende machines”, aldus voormalig wetenschappelijk directeur ILVO-Plant Johan Van Waes in een dubbelinterview met ILVO-onderzoeker en rassenexpert Joke Pannecoucque. Hoe ze de toekomst zien? “We bekijken de optie om andere gewassen te telen, zoals soja en sorghum”, stellen ze.

Landbouwleven sprak ILVO-onderzoeker en rassenexpert 
Joke Pannecoucque en voormalig wetenschappelijk directeur ILVO-Plant Johan Van Waes over de toekomst van voedergewassen.
Landbouwleven sprak ILVO-onderzoeker en rassenexpert Joke Pannecoucque en voormalig wetenschappelijk directeur ILVO-Plant Johan Van Waes over de toekomst van voedergewassen. - Foto: MV

We botsen tegen limieten

Momenteel is kuilmais met zo’n 176.000 ha één van de belangrijkste voedergewassen in België. Van Waes: “We botsen tegen de limieten aan van wat op het veld mogelijk is. De draagkracht van de bodem wordt de nieuwe limiterende factor. Dit is al enkele jaren het geval, maar het wordt nu duidelijker zichtbaar doordat het aantal toegestane bespuitingen daalt, doordat bemesting daalt of doordat de weersomstandigheden meer extremen vertonen.”

Hetzelfde verhaal met graan. Tarwe en gerst halen nog hoge opbrengsten omdat boeren nog 2 bespuitingen met fungiciden kunnen toepassen. “Als dat in de toekomst wordt beperkt, zal de keuze voor rassen met voldoende resistentie tegen ziekten veel belangrijker worden.” ILVO en CRA-W spelen alvast in op die vraag met hun rassenonderzoek bij tarwe. Hier kijken onderzoekers of de rassen zich anders gedragen in een systeem met en zonder fungiciden. “Er zijn rassen die topopbrengsten halen onder de klassieke omstandigheden met 2 fungicidenbehandelingen, maar die echt door de mand vallen in percelen zonder fungiciden en wanneer ze gevoelig zijn aan ziekten. Je ziet dan ook dat rassen die toleranter zijn voor ziekten ook een goede opbrengst kunnen realiseren in jaren met een hoge ziektedruk.”

Rassenkeuze cruciaal

Een goede maïsrassenkeuze is belangrijk voor de rendabiliteit van de landbouwer. “Het genetisch potentieel van de nieuwe rassen stijgt nog steeds: de opbrengst van de nieuwe rassen ligt hoger dan de opbrengst van de standaardrassen, die al langer in de markt aanwezig zijn. Het wordt de landbouwer daarom aangeraden de rassenlijsten te checken en een bedrijfsspecifieke rassenkeuze te maken. En dus niet steeds voor de standaardrassen of reeds gekende rassen te kiezen. Die rassenlijsten zijn beschikbaar gesteld op de site van het ILVO. Gebruik ze”, adviseert de experte.

Het loont om naar de juiste rassen op zoek te gaan, en gebruik te maken van de maïsrassenlijst. “Als je de rassenlijst bestudeert, zie je dat het beste ras op de lijst een score voor drogestofopbrengst haalt van 105, terwijl het slechtste ras 95 scoort. Dit komt overeen met een verschil van 2 ton DS per ha”, aldus Pannecoucque. Vergelijken tussen voedergewassen is voor de landbouwer echter niet gemakkelijk, geeft ze toe: “Bij voedergewassen zoals maïs of gras heeft de landbouwer minder inzicht in de financiële waarde van het gewas. De opbrengsten worden meestal niet gewogen of verkocht. De financiële return komt er pas een hele tijd later bij de verkoop van dieren of melk. Bij akkerbouwgewassen zoals suikerbieten of granen ligt dat anders. Doordat bij de oogst de opbrengsten worden gewogen onder andere bij levering aan de suikerfabriek of graanhandelaar en de landbouwer betaald wordt op basis van de hoeveelheid en de kwaliteit van het geleverde product, heeft de landbouwer meer inzicht in het rendement.”

Blauwe lijn = gemiddelde opbrengsten van alle rassen in het ILVO rassenonderzoek, hier komen dus elk jaar nieuwe rassen bij en verdwijnen oudere rassen.
Rode lijn = opbrengsten van 1 referentieras, dat de volledige periode van 15 jaar heeft meegelopen.
Blauwe lijn = gemiddelde opbrengsten van alle rassen in het ILVO rassenonderzoek, hier komen dus elk jaar nieuwe rassen bij en verdwijnen oudere rassen. Rode lijn = opbrengsten van 1 referentieras, dat de volledige periode van 15 jaar heeft meegelopen. - Bron: ILVO

Ben je van plan om van ras over te schakelen, raadt ze aan dit stapsgewijs te doen en niet direct je volledige areaal uit te zaaien. Of een mengeling van rassen dan voordeliger is dan slechts één ras uit te zaaien? “De opbrengst is vaak gelimiteerd aan het beste ras. Het enige voordeel is dat de bloeiperiode verlengd wordt. Als je dan een jaar hebt met pieken van 40 °C tijdens de bloeiperiode, dan kan je de periode voor bestuiving verlengen en op die manier toch een goede bestuiving realiseren met een meeropbrengst als gevolg.”

Belang van goed bodemmanagement

Hoewel de nieuwe rassen de kans op een goede opbrengst vergroten, is er een grote variabiliteit in opbrengsten de laatste jaren. Dat valt te verklaren: “Het opbrengstpotentieel is het gevolg van 3 factoren: genetica, omgeving en management. De genetica verbetert, de verklaring achter de variabiliteit ligt in de omgeving en klimaatuitdagingen, en natuurlijk het management. Aan dat laatste kan je de bodemkwaliteit en verdichting, teeltrotatie, waterhuishouding... koppelen. Dat zijn de factoren waaraan de landbouwer iets kan doen.”

Teeltrotatie bijvoorbeeld kan ervoor zorgen dat de opbrengst wel wat hoger ligt dan op percelen zonder vruchtwisseling. En dat bodemmanagement belang heeft, kon de experte aantonen in een maïsproef in 2019. “Op 2 percelen die op 2 km van elkaar lagen, deden we exact dezelfde behandelingen. We zaaiden op dezelfde dag en op dezelfde manier; gaven elk perceel evenveel mest, gewasbeschermingsmiddelen… en ook de bodemtextuur was dezelfde (namelijk lichte zandleem). Tijdens dezelfde warmteperiode rond eind juli 2019 merkten we op dat op het ene perceel de bovenste bladeren verbrand waren, en op het andere perceel de maïs er nog heel mooi bij stond. Het verschil? De goed ogende maïs stond op een perceel met een hoger organischestofgehalte, waarbij lang weiland had gelegen dat 2 jaar geleden was gescheurd. Die ondergewerkte zode gras draagt bij tot een hoger organische-stofgehalte en een beter waterbergend vermogen. Met andere woorden: de geschiedenis van het perceel en de kwaliteit van de bodem spelen een grote rol.”

verbrande maïs

Tijdens de warmteperiode rond eind juli 2019 merkten we op dat op het ene perceel de bovenste bladeren verbrand waren (boven), terwijl op het andere de maïs er nog heel mooi bij stond (onder).
Tijdens de warmteperiode rond eind juli 2019 merkten we op dat op het ene perceel de bovenste bladeren verbrand waren (boven), terwijl op het andere de maïs er nog heel mooi bij stond (onder). - Foto’s: ILVO

Een ruime rotatie vindt eigenlijk nog te weinig ingang in de praktijk, vindt de experte. “Vanuit wetenschappelijk onderzoek weten we dat het nodig is om te investeren in de bodem. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het onderwerken van groenbemesters of het verruimen van de teelt-rotatie. Nieuwe gewassen bieden hier een mogelijkheid om te verruimen. Maar vaak zijn voor nieuwe teelten de risico’s groter dan bij reeds gekende teelten. De landbouwer wil wel verruimen in teeltrotatie, maar voor hem blijft het financieel plaatje belangrijk. Je moet dus voor een stuk het economische verhaal aanpakken. Meer regels opleggen aan de landbouwer? Ik weet niet of dat de oplossing is.”

Meer teelten per jaar

Verder is het ILVO op zoek naar andere teeltsystemen die een rendabel inkomen kunnen creëren. Het is nodig na te denken over de beschikbare grond en de beschikbare tijd in het seizoen. In Nederland doen onderzoekers proeven met 2 teelten per jaar. Zo kan men bijvoorbeeld na een vroege oogst aardappelen nog rogge inzaaien. Nadat die rogge ingekuild wordt eind april, is een andere teelt mogelijk.

Bovendien is er ook de optie om korrelmaïs vroeger te oogsten, om erna een teelt rogge in te zaaien. “Korrelmaïs is sowieso een laagrendementsgewas”, aldus Van Waes. “In Nederland moet zowel korrelmais als kuilmais de tweede helft van september van het veld zijn. Dat is een verplichting van de overheid om nadien nog onder gunstige omstandigheden een bodembedekker in te zaaien. Dit heeft als gevolg dat sowieso meer vroege tot zeer vroeg afrijpende rassen worden ingezaaid. Dat zorgt bij de korrelmais misschien voor iets minder opbrengst per ha, maar ook hier kan veredeling soelaas brengen.”

Ook in Duitsland staat men niet stil qua onderzoek, men zoekt naar systemen waarbij de grond het hele jaar beteeld wordt. “Na maïs gras inzaaien bijvoorbeeld. Of na rogge een koolgewas inzaaien. Bladkool bijvoorbeeld, heeft potentieel, kan de winter doorstaan en kan vroeg in het voorjaar worden ingekuild. Ook zo krijg je een ruimere rotatie en een stukje risicospreiding”, vertelt Van Waes.

Soja, rendabel voor humane consumptie

Vlaamse soja is nog een relatief nieuwe teelt, maar biedt de landbouwer heel wat potentieel. “De droge sojabonen kunnen dienen voor humane consumptie, maar ook voor diervoer heeft soja mogelijkheden. Wanneer droge sojabonen worden gecrusht, dan wordt de sojaolie uit de bonen gehaald en blijft er een eiwitrijk restproduct over. Dit is sojaschroot; momenteel het meest gebruikte krachtvoer. Een andere optie, indien je soja teelt voor de droge korrel, maar merkt dat het gewas onvoldoende afrijpt, zijn die sojaplanten als groen gewas in te kuilen – dus nog voor je rijpe bonen hebt. Dit kan dan in een mengeling met maïs, waarbij soja de eiwitbron is en maïs de zetmeelbron”, vertelt de voormalige directeur. “Dat werd vorig jaar in Nederland gedaan met enkele percelen. Door de droogte was de peulvorming niet goed gelukt en was duidelijk dat de opbrengst aan droge bonen veel te laag zou zijn. Echter, het inkuilen van soja zien we als een laatste redmiddel en zeker niet als een eerste rendabele piste.” Momenteel merken we dat soja voor de humane consumptie financieel het meest aantrekkelijke is, en daar moet nu de focus op worden gelegd.

De teeltkennis over soja staat onder andere door het project 'Introductie van sojateelt in Vlaanderen' al goed op punt. Verder onderzoek focust zich vooral op het verhogen van opbrengst en eiwitgehalte. Daarnaast is ook de prijs nog volop in ontwikkeling. “De Belgische landbouwer moet er wel iets aan verdienen. Is de teelt niet rendabel, dan geraakt die in België niet van de grond. Voor de telers die er al mee aan de slag zijn gegaan, is het dus ook nog een financieel risico. Bovendien is het een leerproces: teeltbegeleiding is belangrijk, niet alleen tijdens de teelt, maar ook op het einde naar afzet toe.”

Sorghum als alternatief?

In het kader van klimaatopwarming lijkt sorghum een gewas van de toekomst, waarvan de teelt lijkt op die van maïs. Over het volledige teeltseizoen hebben de planten minder water nodig in vergelijking met maïs, en kan het dus beter tegen de droogte. In droge periodes stelt het gewas ook de bloei, en dus de korrelvorming uit. Nog een voordeel dus. Voor landbouwers in de Kempen, die moeten telen op droge grond, zou het gewas welkom zijn. “Maar om te kiemen heeft sorghum wel evenveel vocht nodig als maïs”, waarschuwt Joke Pannecoucque.

Net zoals bij maïs zijn bij sorghum 2 componenten van belang: de stengel met bladeren enerzijds, en de pluim met granen anderzijds. Onder sorghum bestaan heel wat rassen: van korte types met veel graan, tot heel lange types met weinig graan maar die vooral ontwikkeld zijn voor energieproductiedoeleinden. In Frankijk, zijn er ook kortere types sorghum voor begrazing.

ILVO is op zoek naar sorghum om in zijn geheel in te kuilen, voor veevoeder. “We zoeken dus naar de langere rassen. Het groen – stengel en blad – combineren we dus met graan voor zetmeel.” Afgelopen jaren werden al rassenproeven uitgevoerd. In het algemeen zijn weinig veredelingsbedrijven naar hetzelfde op zoek, wat betekent dat vooruitgang niet zo snel gaat.

Op dit moment is de sorghumteelt nog af te raden wegens 2 obstakels. Zo is de voederkwaliteit een heel stuk minder dan bij kuilmais, en zijn nog heel wat rassen gevoelig voor legering. “Door middel van veredeling kan die legergevoeligheid relatief gemakkelijk opgelost worden, maar voor de kwaliteit is dat een grotere uitdaging.” Moest door omstandigheden de maïsteelt niet meer lukken, zou sorghum wel een alternatief zijn. “In Frankrijk zijn er enorm productieve gebieden maïs rond de Elzas. Door de problemen met de maïswortelboorder werd teeltrotatie niet alleen aangeraden, maar ook wettelijk verplicht. De meeste landbouwers in die regio kiezen voor soja of sorghum in de teeltrotatie om de monocultuur maïs te doorbreken. Moest die maïswortelboorder zich in de toekomst ook meer verspreiden in België, dringt een ruimere rotatie zich nog meer op.”

Nieuw gewas, nieuwe problemen

Een nieuw gewas invoeren is niet evident. Allereerst moeten gewasbeschermingsmiddelen erkend worden. “Omdat dat moeilijker wordt in de toekomst, zijn proeven rond mechanische onkruidbestrijding belangrijk.” Het rassenonderzoek moet er dan weer voor zorgen dat de meest geschikte rassen worden aangeboden. Ten slotte moet de keten volledig worden georganiseerd. De boer moet zijn product immers kwijt aan de juiste organisaties, voor een juiste prijs. “Ook dat is bij nieuwe teelten heel moeilijk. Zo hebben we bij soja een raming proberen te maken van kosten op basis van feedback van landbouwers, en wat ze er financieel voor terugkregen. Via een rendabiliteitsstudie berekenden we welke opbrengst soja moet halen en voor welke prijs die verkocht moet worden voor het gewas rendabel wordt”, besluit Pannecoucque.

Marlies Vleugels

Lees ook in Maïs

Maïs en klimbonen: een goed huwelijk?

Maïs Maïs en veldbonen samen in een teelt lijkt voor meer en meer boeren een goede keuze. Het zorgt voor meer eiwit in de kuil en er is minder kunstmest nodig. Toch zijn er nog heel wat uitdagingen om de samenwerking tussen de 2 teelten te doen slagen.
Meer artikelen bekijken