Startpagina Biolandbouw

Melkkoeien en geiten vormen hier een compatibel duo

Op De Speiboerderij in Sint-Lievens-Esse, een deelgemeente van Herzele, boeren 2 generaties tezamen. Wim De Middeleer maakte in 1998 de stap van gangbare naar biologische melkveehouderij. Zoon Jasper en dochter Lore kozen in 2015 voor biologische geiten. Beide sectoren zijn goed te combineren op één bedrijf.

Leestijd : 7 min

Het glooiende landschap wijst erop dat we ons kort bij de Vlaamse Ardennen bevinden. Een bord langs de weg leidt ons vlotjes naar de biologische boerderij van Wim De Middeleer en zijn echtgenote Marianne Renaer en hun kinderen. Het is gelukkig een mooie dag. Op de gezellige binnenkoer kunnen we op veilige afstand een anderhalvemetergesprek doen aan de terrastafel.

Na de landbouwschool stapte Wim in het ouderlijke bedrijf. “Op mijn 22, in 1983, nam ik hun gemengd bedrijf over. Naast de akkerbouwtak, hielden mijn ouders toen ook melkvee en varkens. Mijn voorkeur ging uit naar het melkvee. Ik zette een nieuwe stal en ik stopte met de varkens.”

Wim huwde Marianne Renaer in 1987. Marianne werkt buitenshuis als verpleegster. Ze staat op de afdeling intensieve zorg, momenteel dus in de frontlinie van de coronacrisis. Het koppel heeft 3 kinderen: Lore (30), Jasper (27) en Hannes (24). Ondertussen groeit de familie verder: Briek (1) is het zoontje van Lore en haar man Laurens.

Bewuste keuze

In 1998 maakte Wim een bewuste keuze om zijn bedrijf met 60 stuks melkvee en zo’n 60 ha land voor de voederwinning, om te schakelen naar biologische landbouw. “Er kwam in die periode veranderingen op ons af inzake mestwetgeving en gewasbescherming. Ik woog de economische en ecologische aspecten af voor mijn bedrijf. Waarom zou ik in dit kluwen verder gaan terwijl je ook zonder die ‘hulpmiddelen’ productief een bedrijf kan laten draaien? Ik koos voor een meer toekomstgerichte aanpak. Het toeval wil dat kort nadien de dioxinecrisis uitbrak. Het sterkte mij in mijn keuze.”

Vreemd genoeg zocht Wim ook naar een meer arbeidsintensieve aanpak. “Marianne had toen al een voltijdse baan als verpleegster, mijn vader hielp nog op het bedrijf. Wetende dat zijn hulp niet voor eeuwig zou zijn, engageerde ik Marianne haar broer Filip als helper. Door te kiezen voor biologische bedrijfsvoering was er ruim genoeg werk voor 2 arbeidskrachten. Denk bijvoorbeeld aan de arbeidsintensievere onkruidbestrijding. De hogere marktwaarde, en dus inkomsten, van bioproducten lieten de inzet van een extra werkkracht ook economisch toe.”

Omschakeling speelt zich op het land af

De omschakeling dateert intussen al van 22 jaar geleden. Toch herinnert Wim zich de verbazing van collega-boeren. “Biolandbouw bleek in de ogen van heel wat collega’s een gewaagde stap. Ze hadden duidelijk bedenkingen of dit wel zou lukken. In de eerste 2 jaren kreeg ik dan ook vele vragen en bezoekers. Maar naarmate het hier beter en beter vlotte, verminderde die aandacht zienderogen. Het ging hier te goed neem ik aan, zodus was ik geen ‘interessant’ verhaal meer”, lacht Wim.

In die tijd werd men pas na 2 jaar omschakelen en een gunstige controle een gecertificeerd biologisch bedrijf. Vandaag kan dit in anderhalf jaar. Bij Wim speelde de omschakeling naar bio vooral af op het land, bij de voederwinning. “We hoefden de stallen bijna niet aan te passen. De koeien hebben immers bijna het jaarrond buitenbeloop. Met 60 melkkoeien – een kruising van Holstein en Montbéliarde - hebben we een kleinschalig bedrijf. Ik moest vooral de klik maken van een maïsrantsoen naar een grasklaverrantsoen. Om een evenwichtig rantsoen te maken met een laag aandeel maïs moesten we meer vlinderbloemigen voorzien. Maar vlinderbloemigen vergen niet veel werk, je bent vrij zeker van de productie en ze hebben een gunstig effect op de bodem. Je mag echter vooral niet naar je buren kijken. In de gangbare landbouw wordt de teelt immers geforceerd met meststoffen. Het gras zal er dus sneller groeien. Dat moet je negeren. Laat de buren maar naar jouw percelen kijken!”

Minder ‘jachtig’ rantsoen

Volgens Wim is een grasklaverrantsoen minder ‘jachtig’ dan een maïsrantsoen. “Een typisch maïsrantsoen wordt gecorrigeerd met ingevoerde eiwitten. Dat resulteert dan wel in erg hoge melkproducties. Door het grasklaverrantsoen, aangevuld met wat granen, daalde onze melkproductie tot onder 6.000 l per koe. Maar vandaag behalen we gemiddeld zo’n 6.500 l. Daar ben ik tevreden mee. Het rantsoen voor onze koeien komt immers zowat volledig uit eigen voederwinning, we hoeven amper ingrediënten aan te kopen.” De granen worden gezaaid in een mengteelt van triticale, haver en veldbonen. En ook in de mengsels grasklaver zitten verschillende soorten gras en klaver en luzerne.

Ik moest vooral de klik maken van een maïsrantsoen naar een grasklaverrantsoen , vertelt Wim De Middeleer.
Ik moest vooral de klik maken van een maïsrantsoen naar een grasklaverrantsoen , vertelt Wim De Middeleer. - Foto: Lore De Middeleer

“Zo’n evenwichtig rantsoen blijkt bovendien erg gunstig voor de gezondheid van onze koeien. Onze dieren hebben – zonder gebruik van antibiotica of droogzetters - geen lebmaagtorsies, uierontstekingen of klauwproblemen.”

In dat kader benadrukt Wim dat het gebruik van medicatie, en dus antibiotica, niét verboden is in de biologische landbouw. “Zieke dieren moeten weliswaar altijd een passende behandeling krijgen. In de bioproductie mogen deze middelen echter niet preventief noch meermaals ingezet worden.”

Tweede generatie, tweede bedrijfstak

Jasper was van kleins af voorbestemd om in de sector te stappen. Hij studeerde af als graduaat Landbouw. Om een vlottere instap voor hem mogelijk te maken, vormden Wim en Marianne hun bedrijf in 2013 om in een landbouwvennootschap (LV). Lore was intussen afgestudeerd als biologe en… toonde ook interesse in de activiteiten op het ouderlijke bedrijf. “Om voldoende inkomen te genereren, stonden we dus voor de keuze: verder investeren in de melkveehouderij of verbreden met een bijkomende tak… Het werd een bewuste keuze voor dit laatste. Twee sectoren zorgen namelijk voor meer bedrijfszekerheid. En met biogeitenhouderij zouden we – bedrijfsmatig - niet in elkaars vaarwater zitten op 1 locatie. Bovendien is er de voorbije jaren een groeiende interesse in (bio)geitenmelk. Het spreekt voor zich dat het een meevaller was dat onze kinderen geloofden in onze filosofie, in onze visie.

Jasper en Lore runnen dus sinds 2015 de geitentak. Lore doet bovendien zowat de hele bedrijfsadministratie van de LV. “Zelf volg ik de koeien op, Filip doet voornamelijk het veldwerk en de meer technische zaken.”

Prima combinatie

De (bio)geitenhouderij is een kleine sector. Wim: “Jasper kon gelukkig stages doen op 2 geitenbedrijven. Zo leerde hij veel over het reilen en zeilen in die sector.”

De geitenstapel telt momenteel 650 dieren, met 500 melkgevende geiten. Het merendeel ervan zijn van het Saanenras, maar ook kruisingen met Toggenburger en Nubisch. De verbouwingen op het bestaande bedrijf waren gelukkig beperkt. De oude jongveestal was ruim bemeten en werd ingericht voor de geiten. Daarnaast kwam er een melkcarrousel – geiten worden ook 2 keer daags gemolken - en een automatisch voedersysteem. Het areaal van de LV breidde uit naar 85 ha.

Voor de geitentak werd een melkcarrousel aangekocht.
Voor de geitentak werd een melkcarrousel aangekocht. - Foto: Lore de Middeleer

“We houden de geiten zo extensief, zo natuurlijk, mogelijk. We legden bijvoorbeeld heel wat houtkanten aan rondom de weiden. Daar knabbelen de geiten graag aan. Het zorgt voor een diverser rantsoen. De geiten eten ook voornamelijk grasklaver met granen. In de winter vullen we aan met bieten. Op dat vlak zijn ze dus volledig compatibel met het melkvee.” Ook inzake diergezondheid zijn beide diersoorten een goede combinatie. “Geiten zijn gevoelig voor worminfecties. Daarom houden we een strak beweidingsschema aan. De geiten blijven maximaal 3 weken op eenzelfde perceel. De 6 weken erna grazen hier koeien. Die zijn immers geen gastheer voor de geitenwormen.”

In 2017 werd op deze bedrijfslocatie een enorme grasdroogschuur (60 op 12 m en 10 m hoog, met een opslagcapaciteit van 3.000 m³) gebouwd. “Vermits de geiten zowel als de koeien hooi eten, vonden we het nuttig om het gras op deze manier te drogen in plaats van het in te kuilen. Omdat we met voldoende arbeidskrachten zijn, kunnen we dit intensieve voorjaarswerk zelf aan. We zetten geen loonwerker meer in én we gebruiken geen plastiekwikkels meer. Na enkele dagen drogen op het veld, verhuist dit voordrooggras telkens naar de droogschuur waar het verder uitdroogt tot hooi. Dit jaar maaiden we begin april al een eerste gedeelte. Midden mei zijn we aan de tweede snede toe.”

De Speiboerderij ligt in het glooiende landschap nabij de Vlaamse Ardennen. In het hoge gebouw is de grasdroogschuur.
De Speiboerderij ligt in het glooiende landschap nabij de Vlaamse Ardennen. In het hoge gebouw is de grasdroogschuur. - Foto: AV

Corona-effect in de hoevewinkel

De familie De Middeleer baat op De Speiboerderij ook een hoevewinkel uit. Die winkel is voornamelijk het domein van Lore. Er werd al langer melk, boter en yoghurt van eigen verwerking verkocht, maar sinds de instap van Lore werd het gamma aangevuld met ijs en rijstpap. Daarnaast zitten er enkele kazen van Biomilk.be-verwerkers in het aanbod. Lore speelt met de idee om in de toekomst misschien ook een eigen kaas te maken…

De winkel is elke vrijdag en zaterdag open. “Sinds de coronacrisis is er hier sowieso meer passage van wandelaars en fietsers. En zo ontdekten heel wat mensen uit de regio de weg naar onze hoevewinkel.”, stelt Wim. “We zien een duidelijke toename van de verkoop. Dit is voor ons een pluspuntje in deze vreemde periode. Naast voorbijgangers komen andere klanten bewust naar hier. Ze steunen lokale producenten of ze vinden het gewoon nu veel veiliger om hier aankopen te doen dan in de drukke supermarkt. Voor ons is het niet meteen duidelijk of die nieuwe klanten bewust kiezen voor onze biologische producten of voor de nabije hoevewinkel. Het zou interessant zijn om dat te weten. Naar mijn gevoel kiezen jonge mensen sowieso bewuster voor bio en lokaal. Hopelijk blijven veel klanten ook na het wegebben van de corona-perikelen de weg naar De Speiboerderij vinden.”

Anne Vandenbosch

Lees ook in Biolandbouw

“Meer werken en minder verdienen was geen optie”

Biolandbouw In 2017 maakten Johan Rooms en Isabel Kusé met hun melkveebedrijf de overstap naar biologische landbouw. Op die manier wilden ze hun engagement voor duurzaamheid en het klimaat versterken. De overstap naar dubbeldoelkoeien maakte de omschakeling gemakkelijker.
Meer artikelen bekijken