Startpagina Schapen

Volgende productieseizoen nu goed voorbereiden

Het ‘schapenjaar’ op een klassiek Vlaams schapenbedrijf loopt van september tot augustus. Dit betekent dat we in augustus de nodige voorbereidingen moeten treffen om het volgende productieseizoen succesvol te laten verlopen.

Leestijd : 6 min

Er zijn in dat kader verschillende aandachtspunten op te sommen.

De lammeren

De vroeg geboren lammeren en de snelle groeiers zijn ondertussen al verkocht. De lammerprijzen kenden een dip bij het begin van de coronacrisis. Momenteel handhaven de prijzen zich rond 2,5 euro per kg levend. Daarmee liggen de prijzen momenteel iets hoger dan we de vorige jaren gewoon waren op dit moment.

Het is nu belangrijk dat de groei van de lammeren niet stilvalt. Groei heeft te maken met leeftijd, met afstamming, maar ook met de kwaliteit van de voeding en met de gezondheidstoestand (nu vooral wormschade).

De aanhoudende droogte zal her en der tot grasgebrek leiden. Ook is de voederwaarde (en smakelijkheid) van het verdroogde gras lager dan bij een normale grasgroei. Om de groei er in te houden, kan eventueel wat krachtvoeder bijgevoederd worden op de wei of in sommige situaties is het misschien beter bij grastekort de lammeren op te stallen en te voederen met ruwvoeder (hooi/voordroog) en krachtvoeder. Maar goed gras blijft te allen tijde veruit het goedkoopste voedermiddel.

Indien de lammeren wekenlang op dezelfde weide blijven kan de wormdruk oplopen. Ideaal is de beslissing om te ontwormen te laten afhangen van telling van de wormeieren in de mest (EPG). Dit tellen kan men zelf leren of via de dierenarts laten uitvoeren. Doorheen de jaren is er ook resistentie ontwikkeld van wormen tegen bepaalde productgroepen. Om hier zicht op te krijgen is wormtelling vóór en na ontwormen met een bepaald product de aangewezen methode.

Samenstelling van de kudde

Vooraleer een nieuw productieseizoen aanbreekt is het belangrijk de samenstelling van de kudde moederdieren ten gronde te bekijken. Bij de beslissing om bepaalde ooien al of niet aan te houden mag emotie weinig rol spelen. Streng selecteren komt de bedrijfsresultaten en de rendabiliteit ten goede. Ooien met allerhande gebreken –versleten gebit, slechte uier, onvoldoende vruchtbaarheid, symptomen van zwoegerziekte of andere gezondheidsproblemen – moeten eruit en vervangen worden. Maar oude ooien die voldoende fit zijn, kunnen tot op hoge leeftijd een goede productiviteit aanhouden. Ouderdom op zich moet dus geen selectiecriterium zijn. Een ooi kan nog goede resultaten halen tot de leeftijd van 10 jaar.

Op een goed geleid bedrijf ligt het jaarlijks vervangingspercentage ergens rond 20%. Maar er zijn ook bedrijven die tot 30% van hun moederdieren elk jaar moeten vervangen. Naast de selectie binnen de oudere ooienstapel moet dus elk jaar beslist worden welke jonge ooien in de kudde zullen gebracht worden. Deze keuze wordt bepaald door het fokdoel van het bedrijf en door de kenmerken die men als bedrijfsleider primordiaal binnen de kudde wil naar voor schuiven. Wil men een bepaald type moederdier? Zet men alles op vruchtbaarheid? Hoe belangrijk is groei en de bevleesdheid van de karkassen ? Elk kenmerk heeft een eigen erfelijkheidsgraad, die kan variëren van laag (0,10) tot matig (0,30-0,60). Zet men in op vruchtbaarheid dan zal men traag vooruitgaan. Zet men in op gestalte, groei en bevleesdheid, dan zal men sneller resultaat zien bij de nakomelingen. Selectie op meerdere kenmerken tegelijk gaat trager vooruit dan de focus op één enkele kenmerk. Het is een aanrader om niet te wachten tot midden augustus om vast te leggen welke ooilammeren vanaf volgend productiejaar in de eigen kudde zullen worden geïntegreerd. Men doet dit beter vroeger in het seizoen, nog vóór de meeste ooilammeren normaal verkoopsklaar zijn.

Dekken van ooilammeren

Een eeuwige discussie tussen schapenhouders is het onderwerp: mogen de ooilammeren al tijdens hun geboortejaar gedekt worden? Ons antwoord, gebaseerd op bedrijfseconomie, is en blijft ja. Elk ooilam dat in het najaar 45 kg haalt, kan bij de ram.

Is het gewicht op een ouderdom van 6-7 maanden te laag (minder dan 45kg levend), dan is het tijd voor een grondige bedrijfsevaluatie. Waarom is de groei zo/te laag ?

Bronstcyclus van de ooien

Van de meeste rassen, die bij ons gehouden worden, zijn de ooien niet het ganse jaar vruchtbaar, een uitzondering hierop is het ras Ile de France. De periode, waarin de ooien niet bronstig worden, noemt men anoestrus, de vruchtbare periode is de oestrusperiode.

Binnen de bronstperiode treedt er zonder bevruchting van de eicellen, om de 17 dagen bronst op. De overgang oestrus naar anoestrus en omgekeerd heeft alles te maken met de daglengte. Na de langste dag, 21 juni, neemt de lengte van de donkere periode geleidelijk aan toe. Dit veroorzaakt bij de ooi in de hersenen een toenemende productie van melatonine. En deze stijging zet een gans hormonaal samenspel in gang. De niveaus van de hormonen die bij een bronstcyclus een rol spelen, stijgen geleidelijk en op een bepaald moment treedt de eerste bronst van het seizoen op. Bij bepaalde rassen (bijvoorbeeld Suffolk, Hampshire) is het interval kortste nacht-eerste bronst kort. Bij andere rassen, zoals Texel, is dit interval 3 maanden of meer. Ook tussen ooien kan dit interval nogal verschillen. In omgekeerde orde zal na de kortste dag (21 december), met enkele maanden vertraging, in februari/maart de bronstperiode eindigen.

Belangrijk om weten is ook dat de eerste bronsten niet de meest vruchtbare zijn. De overgang van anoestrus naar oestrus is te vergelijken met het geleidelijk aan wakker worden in verschillende stappen. Vanuit een diepe slaap (= lage hormonenspiegels), komt de ooi in een sluimerfase, gevolgd door een ontwakingsfase en pas nadien wordt ze , als het ware, klaar wakker. De optimale wisselwerking tussen alle hormonen, die de cyclus en de vruchtbaarheid bepalen, wordt pas optimaal na enkele bronsten.

De ram bij de ooien

Een belangrijke vraag is: wanneer breng ik de ram(men) bij de kudde? Vanuit het verloop van anoestrus naar oestrus, hierboven geschetst, mag verwacht worden dat als de ram altijd bij de kudde loopt de spreiding van de dekperiode groot zal zijn. Dit betekent dat ook de geboorteperiode lang zal aanslepen. Ook zullen de ooien, die bij hun eerste bronst gedekt worden, minder lammeren geven dan wanneer de ram pas later in de kudde gebracht zou worden. Dit leidt tot de aanbeveling, bijvoorbeeld voor een kudde met nogal wat Texel-bloed, dat de ram best pas vanaf oktober bij de kudde gebracht wordt. Dan zullen de meeste ooien binnen 4 weken aflammeren en zal de worpgrootte ook optimaal zijn.

Wil men vroege lammeren dan laat men of de ram altijd bij de kudde, of men kan proberen op natuurlijke manier tot bronstsynchronisatie en vervroeging te komen. Dit laatste noemt men het ’rameffect’. Hoe moet men dit aanpakken?

De ram wordt in volle zomer ver van de kudde weg gehouden. Ooien en ram mogen mekaar niet zien, niet horen , niet ruiken. Als men dan tussen half en einde augustus de ram in de omgeving van de ooien brengt, ontstaat er een soort schokeffect, waarbij voor veel ooien tegelijk de overgang van anoestrus naar oestrus op gang komt. De ooien krijgen bij deze overgang meestal een stille bronst, waarbij de cyclus op gang komt, maar de ooien nog niet blijven staan voor de ram. Na 17 dagen volgt dan de eerste echte bronst, waarbij de ooi kan gedekt worden. Op deze manier kan met het geboorteseizoen op natuurlijke wijze deels vervroegen, deels meer synchroniseren. Nadeel is dat de vruchtbaarheid vroeg op het seizoen nog niet optimaal zal zijn.

In functie van de fokdoelen is de keuze van een geschikte ram uiterst belangrijk.
In functie van de fokdoelen is de keuze van een geschikte ram uiterst belangrijk. - Foto: André Calus

Een belangrijk aandachtspunt is dat, vanaf het moment dat de ram bij de ooien gebracht wordt, hij ook een dektuig omkrijgt, zodat men exact kan volgen, en noteren wanneer elke ooi gedekt (herdekt) wordt. Om de 2 weken wisselt men de kleur van de dekblok in de juiste volgorde (geel, groen, rood, blauw, zwart) zodat men ook de herdekkingen perfect kan volgen. Grotere bedrijven maken op die basis tegen einde dracht dan ook kleurgroepen om de dieren op stal te brengen en op te volgen.

Twee bedenkingen

Hoewel voor sommige bedrijven de dektijd al aangebroken is, zijn de meesten nog in voorbereiding ervan. Een goede voorbereiding is de start van een succesvol productiejaar.

Twee bedenkingen om af te sluiten: gezien de droogte is er in bepaalde regio’s te weinig goed gras. Ooien, die de dektijd ingaan, moeten in goede conditie zijn, anders valt de vruchtbaarheid tegen. Eventueel enkele weken wat krachtvoeder (een paar honderd g per dier per dag) bijgeven (= flushen) kan hier een goede oplossing zijn.

Tweede bedenking: de ram is de helft van de (toekomstige) kudde. In functie van de fokdoelen is de keuze van een geschikte ram uiterst belangrijk, zeker voor kenmerken als gestalte en bevleesdheid die behoorlijk overerven.

André Calus

Lees ook in Schapen

Q-koorts bij Nederlandse melkschapen

Actueel Op een melkschapenbedrijf in Brakel (Nederland) is Q-koorts vastgesteld. De besmetting werd gevonden via de landelijke tankmelkmonitoring uitgevoerd door Royal GD. Het nationaal referentielaboratorium voor dierziekten Wageningen Bioveterinary Research (WBVR, deel van Wageningen University & Research) heeft de diagnose inmiddels bevestigd.
Meer artikelen bekijken