Startpagina Varkens

Omschakeling naar intacte beren in bio-varkenshouderij is interessant maar niet eenvoudig

In de biologische varkenshouderij leeft interesse om over te schakelen op intacte beren. Interessant, maar niet vanzelfsprekend. Het Instituut van Landbouw- ,Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), Bioforum en het departement Landbouw & Visserij werkten rond ‘Omgaan met het verbod op onverdoofde chirurgische castratie in de biologische varkenhouderij’ een project uit.

Leestijd : 6 min

In het rapport ‘Omgaan met het verbod op onverdoofde, chirurgische castratie in de biologische varkenshouderij’ (www.varkensloket.be) vormen een aantal vragen de rode draad.

Wat is bijvoorbeeld de huidige stand van zaken omtrent alternatieven voor onverdoofde, chemische castratie in Europa?

“Daarnaast werd ook gevraagd een overzicht aan te reiken van mogelijke managementmaatregelen voor reductie van berengeur bij het afmesten van intacte beren”, aldus de auteurs van dit rapport, Marijke Aluwé en Carolien De Cuyper .

Ongewenste berengeur

Eerst dit: in de meeste Europese landen is chirurgische castratie van mannelijke biggen (beren) nog altijd een routineprocedure, zowel in de gangbare als in de biologische varkenshouderij. Deze interventie voorkomt dat een klein deel van deze beren een ongewenste berengeur in het vlees ontwikkelt. “Bovendien kan er bij intacte beren vaker agressie, seksueel gedrag en eventueel ongewenste dracht van de vrouwelijke dieren (gelten) optreden.”

Chirurgische castratie van biggen is echter een pijnlijke procedure, zowel tijdens als na de ingreep, en strookt niet met de waarden van de biologische landbouw. “Hierdoor is het onverdoofd castreren van biggen wettelijk niet toegelaten in de biologische varkenshouderij.” Omwille van de specifieke vereisten die in de biologische varkenshouderij worden opgelegd, kan het afmesten van intacte bioberen een extra uitdaging betekenen ten opzichte van de gangbare situatie. “Zo kent de biologische sector een langere afmestingsperiode, waardoor beren vaker geslachtsrijp zijn bij slacht, met een hogere kans op berengeur in het vlees en eventueel ongewenste dracht van de vrouwelijke dieren tot gevolg”, stellen de auteurs.

Kruisingen van varkens

Ook de raskeuze bij biovarkens kan resulteren in een verhoogde prevalentie: Duroc-varkens of kruisingen met Duroc hebben bijvoorbeeld hogere berengeurgehalten dan Piétrain kruisingen. “Verder is een aangepast voeder dat de vorming van skatol kan reduceren (bijvoorbeeld voeder met inuline), minder biologisch beschikbaar. Bovendien is het gebruik van synthetische aminozuren niet toegestaan in de biologische landbouw, waardoor het moeilijk is om intacte beren van hun optimale aminozuur samenstelling te voorzien.”

Daarnaast zijn er een aantal factoren, eigen aan de biologische landbouw, die de omschakeling naar intacte beren kunnen bevorderen. “Zo kan het gebruik van strooisel en het verstrekken van ruwvoer het agressief gedrag bij beren verminderen. Bovendien kunnen de opgelegde huisvestingsregels, waaronder grotere ruimtes, buitenloop en een lagere bezettingsdichtheid, de aanwezigheid van stress bij de dieren vermijden, wat de vorming van skatol en de kans op blessures tijdens gevechten kan verminderen.”

Voor- en nadelen

In de biologische varkenshouderij is het belangrijk om een haalbaar en diervriendelijk alternatief voor de castratie bij biggen te vinden.

“Daar staat dierenwelzijn extra hoog in het vaandel en wordt dat gebruikt als marketingstrategie. Bovendien hebben intacte beren het voordeel van een gunstigere voederconversie en een betere karkasconformatie, wat leidt tot een hoger saldo per afgeleverd varken.”

Iedereen beseft dat binnen de biologische varkenshouderij de omschakeling naar intacte beren interessant is, maar niet zo vanzelfsprekend.

“Zo verschillen beren aanzienlijk in hun gedrag van bargen: ze zijn actiever, dominanter en vaker agressief, met meer onrust in de stal, meer huidletsels en soms ook kreupelheid tot gevolg.” En daarnaast worden ook meer problemen met berengeur verwacht.

Androstenon en skatol zijn zo bijvoorbeeld de hoofdcomponenten die verantwoordelijk zijn voor berengeur. Die worden beide in het vetweefsel van beren opgeslagen.

“Androstenon wordt in de teelballen geproduceerd en heeft een urine- en zweetachtige geur en komt via het bloed in het speeksel terecht, waar het dienst doet als feromoon.” Skatol (en indol) wordt gekenmerkt door een mestachtige geur en wordt gevormd door bacterieën in de dikke darm.

Risicofactoren

Verschillende factoren zijn al gelinkt aan de ontwikkeling van berengeur en dan meestal met de invloed op androstenon of skatol.

“Zo wordt de productie van androstenon vooral beïnvloed door het ras en de seksuele ontwikkeling, terwijl de skatolproductie gelinkt is aan de voederstrategie, voedersamenstelling, en in mindere mate ook aan het ras. Management- en voedermaatregelen laten dus toe om (in beperkte mate) de prevalentie van berengeur te beïnvloeden.”

Ook binnen het biologisch landbouwsysteem zijn enkele pistes beschikbaar. Hieronder bespreken we enkele.

Slachtgewicht

De concentratie aan androstenon en skatol kan worden verminderd door te opteren voor een lager slachtgewicht. In een studie met intacte bioberen werd vastgesteld dat het androstenongehalte toenam tot ongeveer 100 kg, waarna het niveau stabiliseerde tot ongeveer 140 kg. “Ook de skatolconcentratie steeg bij toenemend levend gewicht, maar wel in mindere mate. Het afmesten van varkens met een lager slachtgewicht is dus eveneens voor de biologische varkenshouderij een mogelijke managementmaatregel om berengeur te reduceren.”

Toch dient opgemerkt te worden dat in deze studie een grote variatie in berengeur werd waargenomen, ook bij dieren met een laag gewicht en dat het verloop in berengeur kan verschillen tussen rassen. In een recente studie binnen de gangbare varkenshouderij kon echter geen duidelijk verband gevonden worden tussen slachtgewicht en berengeur binnen de gebruikelijke range van slachtgewichten.

“Slachten op een jongere leeftijd, vóór de aanvang van de puberteit zou een andere mogelijkheid kunnen zijn om berengeur te verminderen, dit gaat echter wel gepaard met heel lage slachtgewichten, aangezien de pubertijd al rond de leeftijd van 18 weken optreedt. De leeftijd waarop intacte beren de puberteit bereiken kan bovendien sterk verschillen tussen en binnen rassen. Hierdoor zijn er tegenstrijdige resultaten te vinden in de literatuur, waarbij leeftijd al dan niet de androstenon- en/of skatolspiegel beïnvloedt.”

Productie is seizoensgebonden

De productie van androstenon is seizoensgebonden: in de herfst en winter ligt de productie hoger in vergelijking met tijdens de lente en zomer. Terwijl dit seizoenseffect meestal werd verklaard door een verandering in daglengte, zou het ook kunnen verklaard worden door een verandering in temperatuur. Het gehalte aan skatol varieert daarentegen niet tussen de seizoenen. Het seizoenseffect op berengeur is dus niet altijd consistent over verschillende studies.

Huisvesting

“Het gedrag van beren wordt sterk beïnvloed door de samenstelling van de groep, het aantal herschikkingen en het verwijderen van dieren. Als individuele varkens eerder worden geslacht, betekent dit dat de hiërarchie opnieuw moet worden ingesteld. Dit veroorzaakt onrust en agressief gedrag en kan ervoor zorgen dat de beren eerder in de puberteit komen. Het vermijden van veranderingen binnen de groep, kan dus een maatregel zijn om berengeur te reduceren, maar is zeker belangrijk om agressie tussen dieren te vermijden.”

Bevuiling

Bevuiling van het hok of van de varkens wordt soms gelinkt aan verhoogde skatolgehaltes. “In een studie met intacte bioberen werd bij een hoge hokbevuiling buiten een verhoogde skatolconcentratie vastgesteld bij sommige groepen. Hokbevuiling binnen had geen effect op het skatolniveau. Androstenon werd niet beïnvloed door hokbevuiling binnen of buiten. Bevuiling van het varken had daarentegen zowel op skatol als op androstenon een effect., maar er was veel variatie en er werden slechts kleine verschillen in skatol- en androstenon concentraties waargenomen.”

Ook voor de gangbare varkenshouderij is de invloed van bevuiling op berengeur niet eenduidig en wordt er, afhankelijk van de studie, wel of geen link vastgesteld. “Een combinatie van andere maatregelen met een verbeterde hygiëne is dus aanbevolen. Ook het voeder heeft een aanzienlijke impact op berengeur. Voor skatol geldt algemeen dat de hoeveelheid skatol die wordt opgeslagen in het vetweefsel afhangt van de skatolproductie, de darmtransit, de darmabsorptie en het levermetabolisme.”

Online detectie

Ondanks een aantal beloftevolle strategieën is het momenteel niet haalbaar om het risico op berengeur bij intacte beren volledig uit te sluiten. “Aangezien er geen nulprevalentie kan gegarandeerd worden, blijft een (snelle) detectie aan de slachtlijn aldus noodzakelijk als vangnet om karkassen met berengeur te identificeren en te verhinderen dat vlees met berengeur op het bord van de consument terechtkomt. Momenteel is er echter geen objectieve detectiemethode beschikbaar en moet deze detectie dus uitgevoerd worden met de menselijke neus, ook wel de soldeerboutmethode genoemd, door personeel dat geselecteerd en opgeleid werd om dit uit te voeren”, staat nog in het rapport.

Lieven Vancoillie

Lees ook in Varkens

Varkenshouder Jeroen Koks (NL): “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger”

Varkens De Nederlandse varkenshouder Jeroen Koks heeft een duidelijke mening over de toekomst van het EU-mestbeleid: “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger en je bent van veel problemen af. Wellicht kan de EU dit in het voorjaar van 2023 meenemen bij het besluit over een nieuw nutriëntenmanagementplan waarbij ook naar nieuwe ‘groene’ kunstmestvervangers wordt gekeken.”
Meer artikelen bekijken