Stoppen met bedrijfsmatig exploiteren van grond als ‘boerende boer’ is reden voor pachtontbinding

Stoppen met bedrijfsmatig exploiteren van grond als ‘boerende boer’ is reden voor pachtontbinding

Uit het vonnis kunnen we afleiden dat een pachter geen landbouwactiviteiten meer uitoefende, maar het gepachte perceel als groot paardenliefhebber gebruikte voor het louter hobbymatig laten begrazen door enkele paarden.

In een eerdere discussie tussen dezelfde procespartijen oordeelde de vrederechter dat het niet meer bedrijfsmatig exploiteren van het verpachte goed door de pachter niet tot gevolg heeft dat de pachter of zijn rechtsopvolgers van rechtswege de bescherming van de Pachtwet verliezen. Wel kon op die basis een vordering tot pachtontbinding worden ingesteld.

In het gepubliceerde vonnis werd die navolgende vordering tot pachtontbinding, die in een nieuwe procedure werd gesteld, beslecht.

Geen landbouwbedrijf meer

De vrederechter brengt vooreerst art. 1,1°, tweede lid Pachtwet in herinnering omdat daar wordt vastgelegd wat onder de term ‘landbouwbedrijf’ wordt verstaan. Volgens art. 1 van de Pachtwet wordt hier de bedrijfsmatige exploitatie van onroerende goederen met het oog op het voortbrengen van landbouwproducten die in hoofdzaak bestemd zijn voor de verkoop onder verstaan.

De vrederechter vervolgt dat moet worden nagegaan of de pachter aan deze definities is blijven voldoen. Wanneer dit niet het geval is, kan hij niet langer als pachter worden beschouwd. Nog volgens de vrederechter heeft een dergelijke pachter ook niet meer de bevoegdheid om de pacht over te dragen aan zijn zoon.

De bewijslast of er nog een actief landbouwbedrijf wordt uitgebaat, berust bij de beweerde pachter. Hij moet aantonen dat hij nog steeds een landbouwbedrijf in de voormelde zin exploiteert.

Wie geen landbouwactiviteit voert, maar louter paarden kweekt of houdt als hobby, geniet volgens de vrederechter niet de bescherming van de Pachtwet. Zowel het economisch karakter van het landbouwbedrijf als het beroepsmatige karakter van de landbouwbedrijvigheid zijn van belang. Dit sluit elk amateurisme uit, zodat hobbyboeren niet onder het toepassingsgebied van de Pachtwet vallen. Het is onvoldoende om een landbouwbedrijvigheid te voeren wanneer de opbrengst niet hoofdzakelijk bestemd is voor de verkoop. Een gebruik voor eigen familie of voor ontspanning is geen pacht (meer).

Reden tot ontbinding

Nadat de vrederechter heeft onderzocht of de pachter nog een bedrijfsmatig landbouwbedrijf uitbaat, moet hij de vraag beoordelen of de pachtovereenkomst wegens het stopzetten van de professionele en bedrijfsmatige landbouwexploitatie moet worden ontbonden.

Hij komt daarbij tot de beslissing dat het niet verder als ‘boerende boer’ bedrijfsmatig exploiteren van een landbouwactiviteit door een pachter een reden is voor pachtontbinding. Ook de overdracht van de pacht in deze omstandigheden in de plaats van de grond aan de verpachter terug te geven, wanneer de pachter dit niet meer verder exploiteert, is voor de vrederechter een reden tot ontbinding van de pachtovereenkomst in het nadeel van de pachter.

Het is volgens de vrederechter voor geen ernstige betwisting vatbaar dat de verpachters door de onbeschikbaarheid van hun gronden schade lijden, omdat zij wederrechtelijk verstoken blijven van de vrije beschikking over hun grond en bovendien onderworpen blijven aan de beperkingen die de Pachtwet aan de verpachter oplegt. Ten titel van voorbeeld verwijst de vrederechter op dit punt naar de onmogelijkheid tot eigen gebruik, de beperking van de pachtprijzen, het voorkooprecht dat de vrije verhandelbaarheid van de grond sterk beperkt en de onmogelijkheid tot de verhuring of verpachting aan betere voorwaarden.

Door de omstandigheid dat de pachter het gepachte goed niet meer bedrijfsmatig exploiteert en de vaststelling dat daaruit schade ontstaat voor de verpachter, zijn de voorwaarden tot de ontbinding van de pachtovereenkomst aanwezig.

De vrederechter past hiermee art. 29 van de Pachtwet toe. Dit artikel voorziet immers dat de pachtovereenkomst kan worden ontbonden indien de pachter het gepachte goed niet voorziet van de dieren en het gereedschap nodig voor het bedrijf, indien hij met de bebouwing ophoudt, indien hij bij de bebouwing niet als een goed huisvader handelt, indien hij het gepachte voor een ander doel aanwendt dan waartoe het bestemd was, of, in het algemeen, indien hij de bepalingen van de pachtovereenkomst niet nakomt. Het stoppen met het uitbaten van een effectief professioneel landbouwbedrijf kan dus een reden zijn voor ontbinding van de pachtovereenkomst.

Jan Opsommer

Meest recent

Meest recent