Het beheer van een waterloop: wie, wat en hoe?

Het beheer van een waterloop: wie, wat en hoe?

Uit nazicht van de Vlaamse Hydrografisch Atlas stellen wij vast dat de beek naast uw eigendom gecategoriseerd staat onder categorie 2. Wanneer een beek als onbevaarbaar waterloop onder categorie 2 wordt gecategoriseerd, staat het provinciebestuur overeenkomstig artikel 7 van de wet betreffende de onbevaarbare waterlopen, in principe in voor het beheer en de ruiming van de waterlopen.

Bevoegdheid naar gelang categorie van onbevaarbare waterloop

Voormeld artikel voorziet immers in een bevoegdheid naar gelang de categorie van onbevaarbare waterloop waartoe de beek of rivier behoort. Meer in het bijzonder is de Vlaamse Milieumaatschappij bevoegd voor de onbevaarbare waterlopen van de eerste categorie, zijn de provincies bevoegd voor de onbevaarbare waterlopen van de tweede categorie op hun grondgebied, en zijn de gemeenten bevoegd voor de onbevaarbare waterlopen van de derde categorie op hun grondgebied. Voor de waterlopen van de tweede en derde categorie geldt wel een uitsluiting van de waterlopen van derde categorie binnen het werkingsgebied van een polder of watering. Voor deze laatste zijn de polders en de wateringen zelf bevoegd.

In uw specifieke geval blijkt uit de opzoekingen die wij deden dat de Bleukveldbeek binnen het werkingsgebied van de Watering van Schakkenbroek en Terberme valt. Het is deze watering die moet instaan voor het beheer van de Bluekveldbeek.

Welk beheer?

Het beheer van de waterloop houdt het onderhoud van de waterloop in. Wettelijk gezien kan het onderhoud, naar gelang de omstandigheden een of meer van de volgende maatregelen inhouden. Vooreerst moet het slib uit de onbevaarbare waterloop verwijderd worden en moet de vegetatie op de waterbodem en het talud van de waterloop afgemaaid en verwijderd worden. Voorts moeten ook de materialen, voorwerpen en plantenresten verwijderd worden en moeten de doorgangen van de overwelfde vakken en andere constructies gereinigd worden. Ook het struik- en houtgewas op het talud snoeien of wegnemen, ongeacht wie de eigenaar is van het aangrenzende perceel, behoort tot de onderhoudsplicht van de beheerder van de waterloop. Ook moet deze de ingezakte taluds herstellen, ongeacht wie de eigenaar is van het aangrenzende perceel en de goede werking van de constructies die zich op de waterlopen bevinden, garanderen, ongeacht of ze aan privé- of publiekrechtelijke eigenaars toebehoren.

Rechten en plichten van de aangelanden

Als eigenaar en gebruiker van een perceel dat grenst aan een waterloop van tweede categorie heeft u dus recht op een beek die goed wordt beheerd en onderhouden.

Als eigenaar en gebruiker van het perceel dat grenst aan de waterloop van tweede categorie heeft u echter ook verschillende verplichtingen. Om bovenvermelde werken te kunnen uitvoeren dienen de oevers langs beide kanten van de waterloop vrij te worden gehouden van voorwerpen, constructies, aanplantingen en gebouwen die de doorgang zouden belemmeren van de werktuigen die bij de werken worden gebruikt. Weilanden die aan open waterlopen palen dienen afgerasterd te worden op een afstand van 0,75 tot 1 meter van de kruin met een maximale hoogte van anderhalve meter. Bovendien mag de afsluiting geen belemmering vormen voor het verkeer van de werktuigen die bij de ruimings- en onderhoudswerken worden gebruikt.

Het achterlaten van niet-verontreinigde ruimingsproducten zoals slib op de oever op minder dan vijf meter van de kruin, geeft geen aanleiding tot schadevergoeding. Deze ruimingsproducten kunnen over beide oevers gelijkmatig worden. Deze erfdienstbaarheden zijn ook van toepassing op waterlopen van een polder- of wateringbestuur.

Het is steeds verboden om buitengewone werken uit te voeren binnen de bedding van de waterloop van tweede categorie zonder machtiging van de deputatie of het polder- of wateringbestuur. Onder deze werken wordt o.m. verstaan: het aanbrengen, vervangen of herstellen van overwelvingen, kruisen van de waterloop met leidingen (riool- en nutsleidingen), het aansluiten van lozingspunten, taludversterkingen en taludophogingen.

Het Decreet Integraal Waterbeleid bepaalt dat binnen een strook van 5 m van de insteek van waterlopen geen gebouwen of constructies mogen opgericht worden. Ook bemesting (behalve door graasvee) is verboden binnen 5 m vanaf de bovenste rand van het talud. Grondbewerkingen (ploegen, zaaien, sleuven trekken...) evenals het aanbrengen van bestrijdingsmiddelen zijn verboden binnen 1 m vanaf de taludinsteek.

Jan Opsommer

Meest recent

Meest recent