Verzorg je spuittechniek bij de bestrijding van de glanskever

Bij de aanwezigheid van open koolzaadbloemen eet de kever stuifmeel zonder dat hij nog schade aanricht.
Bij de aanwezigheid van open koolzaadbloemen eet de kever stuifmeel zonder dat hij nog schade aanricht. - Foto: Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant

Eind maart en begin april werd het even lente en daar genoot de glanskever duidelijk van. Van de warme en zonnige dagen maakten veel koolzaadtelers op hun beurt gebruik om een noodzakelijke bestrijding uit te voeren. In het verleden vertrouwden veel koolzaadtelers blindelings op het resultaat van zo’n bestrijding. Slechts een enkeling ging nadien in het veld kijken of de kevers ook daadwerkelijk verdwenen waren.

Contactwerking noodzakelijk bij bestrijding

Aangemoedigd door de waarnemingen van het Praktijkpunt namen de koolzaadtelers die meewerken aan de tellingen zelf de proef op de som. Een aantal onder hen was gerustgesteld na een eigen waarneming, maar bij de meesten viel het resultaat van de bespuiting ‘vies’ tegen.

Fyto-adviseurs zijn zich ter dege bewust van de problematiek. Daarom hameren zij op het verzorgen van de spuittechniek en bieden zij ondersteuning bij keuze van spuittijdstip en -middel. De insecticiden die ingezet worden, moeten het in de eerste plaats van hun contactwerking hebben. Spuit daarom met een hoog watervolume en op het warmst van de dag wanneer de glanskevers bovenop de nog gesloten bloemknoppen genieten van de zon.

Groeivertraging door koude zorgde voor meer schade

Op de 10 waarnemingsvelden zochten we naar kevers voor maar ook na de bestrijding. Voor een aantal koolzaadtelers was dat een ontnuchtering. Zij zaten na de bespuiting met een hoger aantal glanskevers opgescheept dan voor het inzetten van een insecticide. Het warme weer speelde daarbij uiteraard zijn rol, maar het staat ook vast dat de bespuiting niet het gewenste resultaat gaf.

“Wat nu gedaan?”, vroegen de betrokken koolzaadtelers zich af. In samenspraak met fyto-adviseurs is op de laat gezaaide en zwaar belaagde percelen overgegaan tot een tweede bespuiting, vaak met een insecticide dat iets meer nawerking heeft.

Op de meeste percelen stond één op de 5 planten reeds in bloei in de eerste helft van april. Daar was een bespuiting niet meer aan de orde, en hoopten we dat de theorie zou kloppen. Met name de theorie die stelt dat de koolzaadglanskever een voorliefde heeft voor open bloemetjes, daar naar toe zal trekken en de gesloten bloemknoppen niet langer aanvreet. Het probleem lost zichzelf dan op want in de open bloemen eet de kever stuifmeel zonder dat hij nog schade aanricht.

Tijdens de tellingen op de 10 waarnemingsvelden vonden we glanskevers terug in de open bloemetjes, maar net zozeer op de nog gesloten bloemknoppen… De koudeprik en bijbehorende sneeuw in april vertraagden de bloei, wat voor het slechtst mogelijke scenario zorgde. We weten dat dit de opbrengstderving door de glanskever nog vergroot zal hebben. Hoeveel kilo’s koolzaad hier precies aan verloren zijn, weet niemand.

Spuit met een hoog watervolume en op het warmst van de dag wanneer de glanskevers bovenop de nog gesloten bloemknoppen zitten.
Spuit met een hoog watervolume en op het warmst van de dag wanneer de glanskevers bovenop de nog gesloten bloemknoppen zitten. - Foto: Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant

Nieuwe veldproeven

Voor de toekomst proberen we op het Praktijkpunt Landbouw een proef op te zetten die toelaat om een cijfer te kleven op de opbrengstderving door de koolzaadglanskever. Tips omtrent de opzet van die niet-evidente veldproef zijn steeds welkom!

Ook proberen we helder te krijgen of het inmengen (5- 10%) van een vroeg bloeiend koolzaadras een schrandere biologische bestrijding van de kever zou kunnen wezen. De één zegt van wel, terwijl een ander beweert dat de vroege bloemetjes juist méér kevers naar een koolzaadveld zullen lokken... Op heden kunnen koolzaadtelers weinig anders dan de glanskever bekampen met de beschikbare insecticiden die allemaal hun beperkingen hebben. Net daarom is het zo belangrijk dat je als akkerbouwer je spuittechniek verzorgt. Uit ‘haastige overwegingen’ weinig water gebruiken bij de bespuiting is geen goed idee!

Door nieuwe waarnemingen hopen we volgend seizoen nog meer tips te kunnen geven die bijdragen aan een effectieve en milieu-efficiënte beheersing van dit plaaginsect.

Voor meer info kan je terecht bij: Wim Fobelets Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant wim.fobelets@vlaamsbrabant.be – 0472/538370 en Gerry Spelmans Ervaringsdeskundige/ koolzaadteler gerry.spelmans@lv.vlaanderen.be – 0495/263924

Meest recent

Meest recent