Vlaanderen wacht nog met officieel standpunt over de CRISPR-techniek

Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) legde jaren geleden een proefveld aan met genetisch gemodificeerde maïs.
Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) legde jaren geleden een proefveld aan met genetisch gemodificeerde maïs. - Foto: LBL

Transgenese is een ggo-techniek van de 1ste generatie, waarbij een vreemd gen overal in het genoom van de gastheer wordt ingebracht. Deze techniek is gedateerd en wordt steeds meer bekritiseerd.

Wetenschappers ontwikkelden verschillende nieuwe methoden, waaronder het zogenaamde gericht bewerken van het genoom van een organisme, of genome editing. Dit is een methode waarbij men het genetisch materiaal van een organisme doelgericht aanpast op een specifieke plaats in het genoom.

Herstelmechanismen

“CRISPR/Cas9 is daarvan de meest gebruikte methode”, zegt Chris Steenwegen, Vlaams parlementslid voor Groen, die hierover een debat in de commissie Landbouw in het Vlaams parlement op gang bracht. “Moleculaire scharen die in de cel worden ingebracht, worden op een specifieke plaats in het DNA gericht en knippen het door. Het DNA wordt dan op de gewenste manier gerepareerd door de eigen herstelmechanismen van de cel. Vaak wordt een sjabloon van gids-DNA ingebracht om de reparatie te sturen. Deze fase genereert ook genetische fouten. De genome editing kent dezelfde risico’s als de oudere technieken.”

Deze nieuwe ggo’s worden, sinds het arrest van 25 juli 2018 van het Europees Hof van Justitie, beschouwd als ggo’s die onderworpen zijn aan de richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Europese Raad, van 12 maart 2001, betreffende de vrijwillige verspreiding van genetische gemodificeerde organismen in het leefmilieu. “Dit nieuwe type van ggo’s is dus ook onderworpen aan risicoanalyses naar impact op gezondheid en leefmilieu, en aan traceerbaarheid, en moet dus geëtiketteerd worden vooraleer ze op de markt kunnen worden gebracht”, stelt Chris Steenwegen, die bij Vlaams landbouwminister Hilde Crevits (CD&V) polste naar het Vlaams standpunt rond CRISPR/Cas9.

“De bevoegde federale en gewestelijke autoriteiten hebben in het verleden rond dit thema samengewerkt via een ad-hocwerkgroep van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM)”, aldus Vlaams minister Hilde Crevits. “De groep zal indien nodig weer worden samengeroepen in het licht van de evaluatie van de resultaten van de studie en een eventueel voorstel van de Europese Commissie. Alle betrokken overheden zijn op de hoogte en stand-by en zullen hieraan werken zodra er voldoende duidelijkheid is over welke stappen de Europese Commissie effectief wil zetten. Maar zover staan we vandaag nog niet.”

Duidelijkheid gevraagd

De FOD Volksgezondheid heeft wel een aantal stakeholders – waaronder het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) – geconsulteerd over de toepassing van de ggo-regelgeving voor wat betreft CRISPR-mutanten, onder meer in functie van het beantwoorden van een enquête die door het Directorate-General for Health and Food Safety (DG SANTE) van de Europese Commissie is opgestart. En zowel het ILVO als het VIB hebben deelgenomen aan internationale discussies met experten over de mogelijkheden van deze nieuwe technologie.

“Net zoals het federale niveau heeft Vlaanderen hierover nog geen officieel standpunt geformuleerd in de Raad. Bij het formuleren van een officieel standpunt zullen wij ons verder uitgebreid informeren en uiteraard zullen we hier ook de verschillende betrokken administraties bij betrekken. Die zitten in een interdepartementaal overlegcomité dat recent opgericht is. Dus we maken ons wel klaar om een standpunt te kunnen innemen”, zegt minister Crevits.

“Op Vlaams niveau zijn we voorstander van duidelijkheid rond CRISPR. Zoals de wetenschappers stellen, creëren nieuwe technieken zoals CRISPR een aantal voordelen. Het selectieproces voor nieuwe rassen en variëteiten zou versneld en meer doelgericht kunnen gebeuren. Er moet natuurlijk ook aandacht zijn voor mogelijke risico’s, maar ook aandacht voor alle kansen”, zegt Hilde Crevits.

Wetenschappelijk gezien is CRISPR-mutagenese een technologie die toelaat om een gerichte mutatie te gaan introduceren waarvan men dan al weet wat het effect zal zijn. Dat biedt opportuniteiten, zeker voor de plantenverdeling. “Op die manier kun je dus een heel efficiënte manier bekomen om gewassen te doen groeien die bijdragen tot een duurzamere landbouw. We kunnen bijvoorbeeld schimmelresistentie vermelden, waardoor pesticidegebruik drastisch kan worden gereduceerd. Dat is dan weer een belangrijke doelstelling binnen de Green Deal en de Farm-to-Forkstrategie. Dus daar zijn ook wel positieve elementen in.

Het ILVO en het VIB geven aan dat dit een nieuwe technologie is die ons kan helpen om stappen voorwaarts te zetten. Daarom hebben het ILVO en het VIB, samen met 134 Europese onderzoeksinstellingen, waaronder onze universiteiten, hierover ook vorig jaar een position paper ondertekend. Vorige zomer zijn 2 onderzoeksters die de CRISPR-technologie ontwikkelden, geëerd met de Nobelprijs voor Scheikunde. Dat toont ook aan dat de internationale wetenschap het potentieel hiervan duidelijk erkent”, aldus minister Hilde Crevits.”

Wie wordt beter?

Chris Steenwegen: “Het uitgangspunt is: wie wordt beter van die innovatie? De samenleving moet er volgens mij in zijn geheel beter van moet worden, ook de landbouwer. Al de rest vind ik minder belangrijk. Ik ben heel kritisch over dit soort technologieën.”

Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent