Startpagina Actueel

Wat houdt de ministeriële instructie stikstof nu juist in?

Sinds afgelopen weekend domineert de ministeriële instructie van minister van Omgeving Zuhal Demir de gesprekken in de ruime landbouwsector (lees ook p. 6). Wij proberen de consequenties van deze omzendbrief uit te leggen, maar stuiten op heel wat onduidelijkheden.

Leestijd : 4 min

De ministeriële instructie stelt letterlijk dat “in afwachting van een definitief PAS-kader voor wat betreft de ammoniakdeposities veroorzaakt door veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties steeds een individuele beoordeling dient te worden gemaakt, waarbij desgevallend een passende beoordeling moet worden gemaakt.”

In haar communicatie aan de vergunningverlenende overheden stelt het agentschap voor Natuur en Bos (ANB) het nog scherper door de instructie zo te interpreteren dat voor vergunningsaanvragen die leiden tot ammoniakuitstoot (NH3) elke individuele aanvraag via een passende beoordeling moet aantonen dat er geen significant negatief effect is op de omliggende natuur en desgevallend moeten maatregelen genomen worden om de ammoniakuitstoot te verminderen. Concreet zou dus elke aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het houden van dieren, zowel een loutere hernieuwing als een vraag tot uitbreiding, vergezeld moeten zijn van een passende beoordeling.

De minister benadrukt dat bij ieder vergunningsproject maximaal moet worden ingezet op ammoniakreducties, minstens door de inzet van ammoniakemissiearme (AEA) stalsystemen en maatregelen uit de PAS-lijst.

Verder stelt de ministeriële instructie dat het sterk aangewezen is om geen vergunningen meer te verlenen voor exploitaties met een impact hoger dan 50% (rode piekbelasters). Hoe en waarop die impact moet worden berekend, wordt evenwel niet verduidelijkt in de instructie.

Voor vergunningsaanvragen die slaan op bestaande stallen en waarbij niet-AEA-stallen behouden blijven, is de minister van oordeel dat het aangewezen is om de vergunningstermijn van deze stallen te beperken tot 31 december 2030.

Hoe beoordelen?

De cruciale vraag is echter hoe een aanvrager moet voldoen aan de vereiste van de passende beoordeling.

In theorie is een passende beoordeling een schriftelijk verslag dat gemotiveerde argumenten aanlevert waarom de instandhoudingsdoelstellingen van een speciale beschermingszone al dan niet kunnen worden aangetast door een geplande activiteit. Anders gezegd is een passende beoordeling een studie naar de effecten van het project dat men wil vergunnen op de aanwezige natuur in de ruimere omgeving. In deze studie analyseert men de impact van datgene waarvoor men vergunning vraagt op de fauna en flora en men controleert of het aangevraagde past in de omgeving, specifiek rekening houdende met de speciale beschermingszones.

Hoe dergelijk schriftelijk verslag er zal moeten uitzien, wordt door de instructie totaal niet uitgelegd en ook de administraties geven momenteel geen enkele uitleg over het kader dat moet worden gehanteerd om een passende beoordeling op te maken. Vanaf wanneer er geen significant negatief effect op de omliggende natuur is, wordt niet geregeld en zal dus geval per geval moeten worden onderzocht.

Ook de milieuprofessionals, die de passende beoordelingen opmaken voor de aanvragers, weten momenteel niet wat er precies van hen wordt verwacht. Zij vrezen dat bij gebrek aan een duidelijk kader op dit punt al doende geleerd zal moeten worden hoe de passende beoordelingen moeten worden opgebouwd.

Samenvattend brengt de ministeriële instructie dus met zich mee dat een extra document moet worden toegevoegd aan elke aanvraag die amonniakemissies uit dierlijke oorsprong teweegbrengt. Evenwel is het vandaag nog niet duidelijk hoe dit document moet worden opgebouwd en welk toetsingskader daarbij kan worden gebruikt.

Wanneer?

De ministeriële instructie geldt onmiddellijk en is bedoeld voor de overgangsperiode tot er een definitieve Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS) klaar is. De ambitie van de overheid is om tegen het einde van dit jaar de definitieve PAS klaar te hebben.

Gekoppeld beleid

In de ministeriële instructie is ook een hoofdstuk gewijd aan zogenaamd gekoppeld beleid. Dit is een aankondiging van maatregelen die samenhangen met het specifieke stikstofbeleid in de vergunningscontext. Onder dit hoofdstuk kondigt de minister bijkomende controles aan voor installaties die emissies moeten beperken. Hoewel ze in de omzendbrief niet worden genoemd, mag verwacht worden dat de luchtwassers op hun werkingsgraad zullen worden gecontroleerd.

Ook aan de bemestingsregels binnen habitatrichtlijngebieden wordt een wijziging aangekondigd. De bestaande afwijking om op een perceel tot maximum het dubbele van de hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest op te brengen, zal worden beperkt tot maximum 125%. Deze wijziging zal moeten worden doorgevoerd via een aanpassing van het Mestdecreet.

Ook kondigt de ministeriële instructie aan over te gaan tot een versterkt verwervingsbeleid binnen de habitat-richtlijngebieden. De visie hierbij luidt dat door de verwerving van gronden binnen de habitatrichtlijngebieden, de rechtstreekse deposities van stikstof op deze gronden kan worden verminderd en deze gebieden binnen een passend natuurbeheer kunnen worden gebracht.

Voor wie?

Een belangrijke vraag die zich tot slot stelt, is wie allemaal door deze nieuwe ministeriële instructie wordt getroffen. In haar omzendbrief vermeldt de minister dat de instructies onmiddellijk van toepassing zijn in alle lopende vergunningsaanvragen waarin nog geen definitieve beslissing genomen werd. Dit betekent dat alle hangende vergunningsaanvragen onder het toepassingsgebied van deze ministeriële instructie vallen. Aanvragers die bij hun aanvraagdossier nog geen passende beoordeling hadden ingediend, zullen hun dossier moeten vervolledigen. In dat geval zal wellicht ook een nieuw openbaar onderzoek moeten worden georganiseerd en zullen mogelijk ook bijkomende adviezen moeten worden ingewonnen.

In elk geval moet dus zowel bij de lopende vergunningsaanvragen als bij de nieuwe nog in te dienen aanvragen rekening worden gehouden met deze ministeriële instructies.

Jan Opsommer

Lees ook in Actueel

Opnieuw een uitdagend jaar voor aardappeltelers

Aardappelen De Verenigde Naties (FAO) riep 30 mei uit tot de ‘Internationale Aardappeldag’. Het gewas is van wereldbelang voor de voedselvoorziening, maar onze aardappelboeren hadden het vorig jaar niet makkelijk met de teelt. Ook dit jaar kampen ze alweer met heel wat uitdagingen.
Meer artikelen bekijken