Erfbetreders hebben door hun advies veel impact, maar vertolken ook belangrijke rol in welbevinden

Uit het jaarverslag 2020 van de vzw Boeren op een Kruispunt blijkt dat vanuit de veehouders – en in het bijzonder van melkveehouders –het meest aantal hulpvragen komt.
Uit het jaarverslag 2020 van de vzw Boeren op een Kruispunt blijkt dat vanuit de veehouders – en in het bijzonder van melkveehouders –het meest aantal hulpvragen komt. - Foto: LV

Stijn De Roo (CD&V) en Joris Nachtergaele (N-VA) zetten het punt op de agenda van de commissie Landbouw in het Vlaams parlement. De aanleiding was onder meer het recent gepubliceerd jaarverslag 2020 (zie p. 9) van vzw Boeren op een Kruispunt.

Morele verplichting

“De organisatie spreekt van een enorme prestatiedruk, stijgende kosten, dalende opbrengsten, strengere regelgeving en veranderende gezins-patronen in de sector”, stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo.

Die hele situatie en die omstandigheden leiden in meerdere gevallen tot burn-out, depressie of een persoonlijke crash van de bedrijfsleider. “Volgens vzw Boeren op een Kruispunt hebben vooral melkveehouders zwaar te lijden onder die veranderde maatschappelijke en economische omstandigheden. Boeren op een Kruispunt wijst voor een stuk naar erfbetreders, bijvoorbeeld de banken, de boekhouder of de stallenbouwers. Zij hebben de morele verplichting om boeren op hun limieten te wijzen, maar geven ook aan dat er bij een familiebedrijf ook veel emoties betrokken zijn”, aldus De Roo.

Cijfers uit ILVO-onderzoek

Collega-volksvertegenwoordiger Joris Nachtergale (N-VA) zit op dezelfde golflengte. “Ook uit cijfers uit een recent ILVO-onderzoek blijkt dat het heel slecht gesteld is met het welzijn van onze land- en tuinbouwers. Opvallend in dit onderzoek is vooral het hoge aantal stressfactoren bij de landbouwer waarop we als overheid een cruciale invloed hebben, zoals de administratieve druk (zie elders ) door een overdaad aan regelgeving.”

Sinds de hervorming van het GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) in 2005, maar vooral door de afschaffing van het melkquotum in 2015 is de melkveesector meer onderhevig aan conjunctuurschommelingen door de fluctuerende melkprijzen die de wereldmarkt volgen.

“De melkveesector bevond zich in 2009 en in de periode 2014-2016 2 keer in een heel diepe crisis”, ant-woordt Vlaams landbouwminister Hilde Crevits. “Deze periodes werden telkens voorafgegaan door een periode met goede melkprijzen, en dit zette veel melkveehouders aan tot uitbreiding van de productie en tot investeringen. Tijdens de crisisjaren daalde het aanbod van zuivelproducten echter nauwelijks.”

Uitbreiding en investeringen

Maar ook de inspanningen op het vlak van milieu en klimaat voor de melkveesector zijn de laatste jaren heel sterk toegenomen. “Op veel melkveebedrijven werd de voorbije jaren geïnvesteerd in innovaties om duurzamer te produceren. Deze investeringen gaan gepaard met heel hoge kosten, die pas na jaren zijn terugverdiend”, aldus minister Crevits. Ook de directe kosten, zoals voeder- en energiekosten, zijn in de loop der jaren ongeveer met de helft toegenomen.

De melkveesector kende de voorbije jaren een enorme evolutie. “Ook de droogte en de hitte leidden tot lagere voorraden van ruwvoeders en mindere kwaliteit en lagere productieresultaten bij melkvee als gevolg van hittestress. Veel veehouders waren verplicht tot de aankoop van meer krachtvoeder en/of bijproducten. Er werden in heel wat stallen ook ventilatoren geplaatst.” Ook de coronapandemie had recent een negatieve impact op de melkprijzen als gevolg van het sluiten van de horeca en de moeilijke handel op de exportmarkt.

Belang van erfbetreders

Voor minister Crevits is de economische weerbaarheid van de Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven verder verbeteren en meer toekomstbestendig maken door een versnelde verduurzaming, een ander belangrijk aandachtspunt. “Zo zijn in de 2de pijler van het GLB een aantal maatregelen (vorming, advies...) opgenomen die boeren preventief kunnen ondersteunen.”

Het stond al in het ILVO-onderzoek over het welbevinden: ook de erfbetreders spelen hierin een belangrijke rol. “Zij komen regelmatig bij de boeren over de vloer en kunnen ook problemen detecteren”, zegt minister Crevits. “De erfbetreders weten evenwel niet altijd hoe ze die signalen kunnen opvangen en waar ze met die signalen naartoe kunnen.”

In het actieplan welbevinden, dat in het najaar wordt verwacht, kunnen erfbetreders een belangrijke rol spelen. “Ik wil er in het actieplan dan ook naar zoeken hoe we hen kunnen sensibiliseren en inschakelen om veel meer attent te zijn voor het welbevinden. Dat actieplan zal uitvoering geven aan de geïntegreerde aanpak die we centraal stellen om het welbevinden van onze boeren te verbeteren.”

Actieplan in najaar

Er wordt onder meer ingezet op het aanpakken van stressfactoren, het wegwerken van barrières om hulp te vragen en het versterken van de vaardigheden van de landbouwers. “De voorbije maanden hebben verschillende betrokken organisaties stappen gezet richting dat actieplan.”

Het departement Landbouw & Visserij en het ILVO hebben via individuele gesprekken met organisaties uit de land- en tuinbouwsector lopende initiatieven in kaart gebracht.

“Via de gespreksgidsen hebben ledenorganisaties actieve landbouwers bevraagd naar concrete acties die we kunnen doen. Het ILVO is nu bezig met het analyseren van de gesprekken en met het maken van een oplijs-ting.”

Minister Hilde Crevits verwijst in dit kader ook met gepaste trots naar de nieuwe cijferwebsite van het departement Landbouw & Visserij.

“We vinden daar een schat van informatie terug die heel nuttig is, niet alleen voor de modale Vlaming, maar ook voor de boer en zijn businessmodel. Je vindt er onder meer algemene prijsevoluties, maar ook een inschatting van hoeveel collega’s in de regio eenzelfde productie hebben. Dat materiaal is van onschatbare waarde om naar de toekomst te kijken en in de toekomst goede keuzes te maken inzake het businessmodel.”

Boeren onder druk

“Boeren komen ook vaak onder druk te liggen”, voegt Emmily Talpe, Vlaams parlementslid voor Open VLD, aan de discussie toe. “Het klimaat is soms polariserend. Ik denk dat we dat ook moeten meegeven: correcte informatie en sensibiliserende campagnes, zodat er begrip is voor wat onze landbouwers al allemaal aan inspanningen doen.” Tinne Rombouts, Vlaams parlementslid voor CD&V, vindt dat ook andere departementen en administraties in het hele verhaal rond het welbevinden moeten worden betrokken.

De taal van de boer

Het klassieke zorgaanbod is niet altijd geschikt om de Vlaamse boer te helpen. “Je moet ook de taal en de stiel van de boer bereiken. Dat is geen 9-to-5-job, dat loopt 365 dagen per jaar door. Daar komt zoveel bij kijken, want je werkt met grond, met levend materiaal. Dat is anders dan veel andere sectoren. Ook het taalgebruik moet gemeenschappelijkerworden.”

Als je zomaar doorverwijst en de boer komt bij iemand terecht die totaal niet weet waarmee die persoon elke dag bezig is, hoe kun je er dan van uitgaan dat die boer vertrouwen heeft in dat wat hem wordt aangereikt als hulpinstrument?

“Je moet dezelfde taal spreken om vertrouwen te kunnen genereren. Dat is vaak waar vandaag het schoentje knelt”, weet minister Crevits.

Donderdag 3 juni is een fysiek overleg gepland met de vzw Boeren op een Kruispunt. “Boeren op een Kruispunt heeft verleden jaar meer dan 650 huisbezoeken gedaan. Meer dan 40 bezoeken gebeurden door professionele psychologen. De website is meer dan 147.000 keer bezocht. Dat toont aan dat de vraag naar hulp heel groot is, maar ook dat de organisatie goed bekend is en gemakkelijk wordt bevonden.”

Steen in de rivier

Hierin is ook een belangrijke rol weggelegd voor de vrouw. En daarin speelt het Landelijk Infopunt Vrouwen (LIV) een vooraanstaande rol. “Ik heb hun gevraagd om een goede checklist te ontwikkelen, zodat je vlugger kunt nagaan waar de problemen zich situeren en hoe boeren zo vlug mogelijk kunnen worden geholpen. Het is schrijnend om te horen hoe onze boerinnen in maatschappelijk perspectief een stuk respect hebben verloren in de voorbije periode, hoe ze aan de schoolpoort soms worden uitgekafferd als er bepaalde vergunningen worden gevraagd.”

Minister Crevits is er zich van bewust dat er heel veel werk op de plank ligt. “Er is ontzettend veel werk aan de winkel. Ik ben me daar heel goed van bewust en wil absoluut een steen in de rivier verleggen. Dat zal ik niet alleen kunnen doen, dat zal samen met de partners moeten gebeuren.”

Het is nu uitkijken naar het actieplan welbevinden dat er in het najaar aan komt, maar vooral naar de resultaten op het veld, en op de bedrijven zelf, want de nood is hoog. Onze landbouwers verdienen alle hulp, na woorden nu ook daden. En alleen dan kan het welbevinden sterk worden verbeterd.

Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent