De berk: meer dan de klassieke drieling in je voortuin

Berken werden als goede biochemici door de eeuwen heen erg gewaardeerd.
Berken werden als goede biochemici door de eeuwen heen erg gewaardeerd. - Foto: Pixabay

De berk is met zijn vele soorten en cultivars zeker een goede keuze voor wie op zoek is naar een mooie, wat grillige en taaie boom voor in de tuin. Bovendien zijn berken niet alleen mooi, het zijn ook goede biochemici die een hele reeks specifieke stoffen produceren waarvoor ze door de eeuwen heen erg gewaardeerd werden. Sommige soorten produceren in hun bast betuline, een harsachtige, conserverende stof die ervoor zorgt dat de bast waterdicht is. Dat is meteen de reden waarom de indianen hem gebruikten om er hun kano's mee te maken.

Meerdere gebruiken

Het geurige hout is uitstekend brandhout en de basis voor uitstekende houtskool. De twijgen werden gebruikt om bezems te maken, maar waren ook ideale roedes om iemand mee te bestraffen of om jezelf mee te slaan om de bloedsomloop te bevorderen. In de volksgeneeskunde werd thee van berkenbladeren gewaardeerd als vochtafdrijvend en bloedzuiverend. Berkensap staat bij herboristen bekend om zijn zuiverende en versterkende werking, maar is ook een ideale basis voor een heerlijk zoete wijn die men makkelijk zelf kan maken.

Botanisch

De berken behoren tot het geslacht betula, dat samen met de elzen, de hazelaars en de haagbeuken de familie van de Betulaceae vormt. Die familie, met een enorme verscheidenheid aan bomen en struiken, kent een grote verspreiding op het Noordelijk halfrond, gaande van de gematigde streken tot diep in het hoge Noorden.

Berken groeien zelfs tot aan de meest noordelijke boomgrens en geven de voorkeur aan veengronden. Ze komen echter ook voor langs de oevers van beekjes, rivieren en meren, in vochtige bossen, in bermen langsheen autowegen en spoorwegen en ook in alpiene omgevingen. In hun natuurlijke biotoop worden berken imposante bomen tot wel 30 m hoog, bij ons zijn de bomen beduidend kleiner (-20 tot 30%). Vaak zijn de imposante stammen en soms ook de dikste takken bedekt met fraai gekleurde, afbladderende, afrollende, afschilferende of in plakken loslatende schors. De kleuren van de schors variëren van wit tot lichtgrijs en van geel tot roodbruin en zwart.

Berken zijn allemaal vlaktewortellaars, met over het algemeen een groot en fijn vertakt wortelgestel. Het aanpassingsvermogen aan vochttoestanden in de bodem is, net zoals het aanpassingsvermogen aan bodemgesteldheid en dichtheid van de bodem, zeer groot.

De mooiste berken

In de natuur komen zo'n 60 soorten berken voor en een groot aantal hybriden (kruisingen tussen verschillende soorten) die vaak sterk op elkaar lijken. In België komen 2 vormen van de gewone berk (Betula alba), en heel vaak kruisingen tussen die 2 vormen, voor in de natuur, namelijk de ruwe berk of zilverberk (Betula pendula) en de zachte berk (B. pubescens).

Bij de ruwe berk barst de bij de jonge boom aanvankelijk witte schors op latere leeftijd open en vertoont de stam pleksgewijs donkerdere en lichtere plekken. Naar boven toe wordt de boom steeds witter en gaver, waarbij de kroon eindigt in een zeer fijn vertakt stelsel van twijgjes die aan de uiteinden naar beneden hangen. Ondanks de treurende twijgen oogt een volwassen ruwe berk fier en rank. Selecties van de ruwe berk worden vaak gekweekt als sierboom. De zachte berk is wat kleiner en heeft op de takken en bladeren een fijne donsachtige beharing. De kroon is ietwat sprietig en heeft nauwelijks afhangende twijgen. De schors van deze berk is meestal gaaf, bij jonge takken purperrood, wordt minder snel wit en vertoont minder gegroefde plekken dan die van de zilverberk.

Betula albosinensis (Chinese rode berk) is een hoge (15m), op oudere leeftijd breed uitgroeiende boom. De doorgroeiende stam heeft, net als de twijgen, een schitterende oranjerode tot roodbruine bast met witte lenticellen. Reeds op jonge leeftijd schilfert de stam decoratief af. Het blad is geelgroen, verlopend naar donkergroen en licht behaard op de nerven. B. a. 'Fascination' is een Engelse selectie met een smaller en meer langwerpig blad, donkerder van kleur en een goudgele herfstkleur.

Betula alleghaniensis (syn. Lutea) is een fraaie, smal piramidaal opgroeiende boom die op latere leeftijd breder uitgroeit. Hij geeft de voorkeur aan vocht houdende grond en wordt bij ons tot 20 m hoog. De schors is geelachtig tot zilvergrijs en rolt af met omkrullende stroken. De schors en de felgroene twijgen zijn sterk aromatisch, een geur die doet denken aan massagezalf.

Betula ermanii (goudberk) is in zijn Chinese oorsprongsgebied een echte bergplant. Hij groeit er op extreem droge plekken en wordt amper 4 m hoog. Bij ons wordt deze boom tot 20 m hoog, met aanvankelijk een vrij smalle opgaande kroon met stugge, sterke takken en twijgen, die later evolueert naar rondovaal. De bast is geelachtig-wit met een grijze gloed, bladdert in dunne stroken af en wordt later bruinachtig geel.

Betula nigra (zwarte berk) is afkomstig uit Amerika, waar hij van nature groeit in moerassige gronden en op rivieroevers. De boom wordt bij ons maximum 20 m hoog en vormt zelden een mooi recht opgaande stam, hij vergaffelt al snel in grillige en onregelmatig geplaatste afstaande gesteltakken tot een breed spreidende kroon met prachtig afhangende takken. De bast van jonge bomen is zilverwit tot zilvergrijs, op latere leeftijd roodbruin tot bijna zwart en schilfert tot hoog in de kruin af in krullende papierdunne baststroken.

Selecties van ‘Betula pendula’

Tristis (treurberk) is een schitterende boom die tot 20 m hoog wordt met een kroonbreedte van 6 tot 7 m. De boom vormt in aanvang een vrij smalle, ovalen kroon met een goede, doorgaande spil met schuin afstaande takken die aan het einde in bogen doorbuigen. De zeer lange donkerbruine dunne twijgen hangen als gordijnen loodrecht, soms tot op de grond, neer. De stamschors en de takken blijven heel lang prachtig wit en op latere leeftijd vormen zich grote, grofronde, grijszwarte schorsknobbels op de stam.

Youngii of de prieelberk is een selectie met een pruik van breed uitgroeiende, afhangende takken, die altijd geënt wordt op een onderstam. Wanneer men de opgaande harttak verwijdert, groeit de boom enkel langzaam in de breedte en niet verder in de hoogte.

Laciniata heeft diep ingesneden bladeren en een luchtige, welgevormde, ietwat grijzige kroon op een gladde, ronde spierwitte stam.

Planttip

Berkenbomen worden het best verplant met een kluit, net voor het ontluiken van de jonge blaadjes. Geef de boom dan wel de eerste weken na het verplanten voldoende water. Berken laten zich goed opkronen, maar om bloeden te vermijden gebeurt dat het best als de bomen goed in blad staan (zomersnoei). Berken zijn eerder onderhoudsarme, taaie bomen met een beperkte, maar naar mensennormen toch respectabele leeftijd van zo'n 60 tot 100 jaar.

Geert Brantegem

Meest recent

Meest recent