Efficiënt scoren van het dierenwelzijn op een melkveebedrijf is mogelijk

ILVO ontwikkelde recent 2 alternatieve (verkorte) methoden om het dierenwelzijn op melkveebedrijven te monitoren.
ILVO ontwikkelde recent 2 alternatieve (verkorte) methoden om het dierenwelzijn op melkveebedrijven te monitoren. - Foto: AV

Voortaan zijn er praktische methodes ter beschikking om ofwel zelf, ofwel met een externe expert, het dierenwelzijnsniveau van een melkveebedrijf te bepalen. Uit de nieuwe meetmethodes zijn er ook fluctuaties en verbeterpunten te halen.

Zichtbaar en meetbaar?

De zuivelsector, producent van veel dagelijks geconsumeerde voedingsmiddelen, kent de groeiende aandacht voor dierenwelzijn bij de consument. Frank Tuyttens (ILVO-dierenwelzijnsonderzoeker): “Het thema dierenwelzijn is een logisch stuk in ons verhaal. Van alle landbouwdieren zijn onze koeien het meest zichtbaar voor het publiek, op de weide, in het agrarisch landschap, in open stallen. Maar hoe kan je, met een wetenschapsgebaseerde score, ook bewijzen dat de koeien het naar hun zin hebben?” De intuïtieve beoordeling van dierenwelzijn wordt vaak gekleurd door persoonlijke visie, kennis en achtergrond van de consument. Er was – en is – dus nood aan wetenschappelijk onderbouwde meetmethodes die toelaten om het dierenwelzijn zo objectief mogelijk te meten.

Vijf vrijheden van het dier

Op basis van de ‘5 vrijheden van het dier’ werd in het Europese onderzoeksproject Welfare Quality een meetsystematiek ontwikkeld waarmee op gestructureerde en gestandaardiseerde wijze welzijnsmetingen verricht kunnen worden. “Het is een protocol dat steunt op een grote hoeveelheid (diergerelateerde) welzijnsindicatoren die tijdens een bezoek aan het melkveebedrijf worden gescoord”, legt Frank Tuyttens uit. “Deze scores worden vervolgens met een complex rekenmodel samengevoegd om tot een eindbeoordeling te komen voor de algemene welzijnstoestand van de kudde. De integratiemethode van Welfare Quality krijgt echter kritiek, omdat de belangrijkste welzijnsindicatoren onvoldoende doorwegen op eindbeoordeling voor de algemene welzijnstoestand. Bovendien vergt deze meetmethode opgeleid personeel en neemt het veel tijd in beslag (1 dag per bedrijf). De hoge kost die hiermee gepaard gaat, staat brede toepassing in de praktijk in de weg.”

Twee handige, verkorte methodes

Als antwoord op deze wetenschappelijke en praktische bezwaren zijn er recent door het ILVO 2 alternatieve (verkorte) methoden ontwikkeld om het dierenwelzijn op melkveebedrijven te monitoren. Door een extern persoon, via de recent ontwikkelde Welzijnsindex (WI), of door de veehouder zelf, via de Dierenwelzijnscan. Welk systeem het meest aangewezen is, hangt af van de toepassing en het doel.

De Welzijnsindex (WI)

Om een antwoord te bieden op de tekortkomingen werd de Welfare Quality-meetsystematiek grondig herwerkt en vereenvoudigd. Dit resulteerde in de Welzijnsindex: een gebruiksvriendelijke tool om kosten- en tijdsefficiënt dierenwelzijn te monitoren op melkveebedrijven. Een beperkt aantal diergebonden criteria worden samengevoegd tot een continue Welzijnsindex. Dit laat toe om bedrijven onderling te vergelijken of om concrete doelstellingen te formuleren (bijvoorbeeld toetreding tot een dierenwelzijnskeurmerk).

Een internationale groep van experten leverde de input voor het selecteren en beoordelen van de opgenomen welzijnsindicatoren. De experten selecteerden de indicatoren die het meest geschikt zijn om het welzijn van een kudde koeien te beoordelen. De indicatoren zijn kreupelheid, magerheid, sterfte, haarloze plekken, laesies/zwellingen en melkcelgetal. De experten kenden elke indicator een relatief gewicht toe voor de mate waarin ze het welzijn van een rund beïnvloeden. Een opgeleid persoon scoort de bedrijven op deze indicatoren, waarna deze scores, hun wegingsfactor en hun prevalentie omgerekend worden tot de WI van het bedrijf. Deze oefening neemt voor een bedrijf van 100 melkkoeien minder dan 3 uur in beslag. Het beoordelen van het dierenwelzijn met de Welfare Quality-meetmethode neemt voor eenzelfde bedrijf bijna 7 uur in beslag. Het gebruik van de WI heeft zowel voor- als nadelen (zie kader).

De Dierenwelzijnscan (DWS)

In 2019 ontwikkelde het ILVO, in opdracht van Boerenbond, de Dierenwelzijnsscan. Deze app voor smartphones maakt het voor veehouders mogelijk om zelf het dierenwelzijn op hun bedrijf te scoren. De app is gebaseerd op een aantal wetenschappelijk onderbouwde vragen over het welzijn van de dieren op het bedrijf. Aan de hand van diergerichte indicatoren wordt de gezondheid en het gedrag van de dieren in kaart gebracht. Dit kan via de app op een vlotte en gebruiksvriendelijke manier zelfs in de stal gebeuren.

Na het invullen van een interactieve vragenlijst in de app ontvangen de veehouders een rapport over het dierenwelzijn op hun bedrijf. Daarin staat ook de welzijnsradar (zie figuur 1). Hierin worden verschillende welzijnsindicatoren weergegeven op een schaal van 0% (zeer slecht) tot 100% (zeer goed). De veehouder krijgt ook online meer informatie rond mogelijke risicofactoren (www.dierenwelzijnscan.be). Met de bedrijfsdierenarts of adviseur kan vervolgens overlegd worden welke maatregelen toegepast kunnen worden om het dierenwelzijn verder te verbeteren.

Anneleen Watteyn (ILVO-dierenwelzijnsonderzoek): “Door de vragenlijst op regelmatige basis in te vullen komt de evolutie van het dierenwelzijn op het bedrijf in beeld. Een veehouder kan zijn score vergelijken met de score van andere veehouders of binnen het eigen bedrijf het effect van aanpassingen van het management op het dierenwelzijn nagaan. Daarnaast leert de veehouder de relevante indicatoren van dierenwelzijn herkennen en inschatten. Tot slot cultiveert het gebruik van de app de aandacht voor dierenwelzijn bij de veehouders.”

Ook het gebruik van de DWS heeft voor- en nadelen (zie kader).

ILVO Rundveeloket en Frank Tuyttens (ILVO)

Meest recent

Meest recent