Kwekersrecht beschermt de kweker van een nieuw plantenras

Tulpen of rozen met een nieuwe kleur, aardappelplanten die vorstbestendiger zijn, appels met een hoger vitamine C-gehalte of tomaten met langere bewaartijd… Het zijn enkele voorbeelden die de FOD Economie zelf geeft wanneer zij wil situeren waarvoor het Belgisch kwekersrecht is bedoeld.

Bescherming voor de kweker

In de ontwikkeling en de kweek van een nieuwe variant van een bloem of plant kruipt soms heel wat tijd en inspanning, zodat de kweker een bescherming verdient voor deze investering. De situatie van een kweker is in dat opzicht vergelijkbaar met een uitvinder of auteur die ook beschermd wordt door octrooien of auteursrechten. De bescherming voor de kweker is daarom in het WER terug te vinden onder het boek XI over de Intellectuele rechten.

Ruim toepassingsgebied

De bescherming die het Belgisch kwekersrecht biedt, heeft een ruim toepassingsgebied. Volgens art. XI.104 WER beschermt het kwekersrecht immers rassen van alle botanische geslachten en soorten, met inbegrip van onder meer hun hybriden.

Om de bescherming van een kwekersrecht te verkrijgen, moet wel worden voldaan aan enkele voorwaarden. Het kwekersrecht wordt immers enkel verleend wanneer het ras onderscheidbaar, homogeen, bestendig en nieuw is. Bovendien moet het ras worden aangeduid met een eigen benaming.

Nieuw

Een eerste voorwaarde om een bescherming te kunnen krijgen als kweker is dat het plantenras nieuw is. Een ras wordt als nieuw beschouwd, indien op de datum van indiening van de aanvraag nog geen componenten of oogstmateriaal van het ras door de kweker of met toestemming van de kweker aan derden zijn verkocht of anderszins afgestaan, met het oog op exploitatie van het ras. Op het grondgebied van België mogen geen componenten of oogstmateriaal zijn overgedragen eerder dan één jaar voor de datum van de aanvraag. Buiten het grondgebied van België geldt een ruimere termijn van eerder dan 4 jaar of, in het geval van bomen of wijnstokken, eerder dan 6 jaar voor de datum van de aanvraag.

Onderscheidbaar

Op grond van art. XI.105 WER moet een ras ook onderscheidbaar zijn. Een ras wordt als onderscheidbaar beschouwd indien het door de expressie van de eigenschappen die voortvloeien uit een bepaald genotype of uit een combinatie van genotypen, duidelijk te onderscheiden is van elk ander ras waarvan het bestaan op de datum van indiening van de aanvraag algemeen bekend is.

Homogeen

Opdat een ras in aanmerking zou komen voor een kwekerscertificaat, moet het homogeen zijn. Een ras wordt als homogeen beschouwd indien het voldoende homogeen is in de expressie van de eigenschappen die in aanmerking worden genomen bij het onderzoek van de onderscheidbaarheid, alsmede van elke andere eigenschap die voor de rasbeschrijving wordt gebruikt, uitgezonderd de variatie die mag worden verwacht, rekening houdend met de bijzonderheden die eigen zijn aan de vermeerdering ervan.

Bestendig

Een laatste voorwaarde stelt dat het ras bestendig moet zijn. Een ras wordt als bestendig beschouwd indien de expressie van de eigenschappen die in aanmerking worden genomen bij het onderzoek van de onderscheidbaarheid, alsmede van elke andere eigenschap die voor de rasbeschrijving wordt gebruikt, onveranderd blijft na achtereenvolgende vermeerderingen of, in het geval van een bijzondere vermeerderingscyclus, aan het eind van elke cyclus. Anders gezegd moet het kenmerk dat het ras onderscheidt zich ook doorzetten na opeenvolgende oogsten.

Voor wie?

Op grond van art. XI.111 WER komt het recht op een kwekersrecht toe aan de persoon die het ras heeft gekweekt, of aan de persoon die het heeft ontdekt en ontwikkeld, of aan zijn rechthebbende of rechtverkrijgende.

Indien het nieuwe ras door 2 of meer personen werd gekweekt, of werd ontdekt en ontwikkeld, komt het recht gezamenlijk toe aan deze personen of aan hun respectievelijke rechthebbenden of rechtverkrijgenden, tenzij anders is overeengekomen.

Indien het nieuwe ras door een werknemer in de uitoefening van zijn arbeidscontract werd gekweekt, of werd ontdekt en ontwikkeld, komt dit recht toe aan de werkgever, tenzij anders is overeengekomen.

Procedure

Personen die de bescherming door een kwekersrecht in België willen genieten, moeten de zogenaamde verstrekkingsprocedure bij de Belgische Dienst voor de Intellectuele Eigendom (DIE) doorlopen.

In deze procedure moet een aanvraag voor een kwekersrecht worden ingediend bij de DIE, samen met het vervolledigen van een technische vragenlijst en de betaling van een indieningstaks.

Raad voor het kwekersrecht

Voor de kwekersrechten wordt de DIE bijgestaan door de Raad voor het kwekersrecht. Die wetenschappelijke raad brengt advies uit over kwesties in verband met de bescherming door het kwekersrecht en is samengesteld uit enerzijds 12 personen die in het bijzonder bevoegd zijn op het gebied van genetica, botanica of plantenteelt, respectievelijk van landbouwgewassen, groenten en fruit, niet eetbare tuinbouwproducten en bosgewassen en anderzijds uit 3 personen die in het bijzonder bevoegd zijn op het gebied van intellectuele eigendom.

Rasbenaming

Voor de toekenning van een kwekersrecht voor een plantenras moet ook een voorstel van geldige rasbenaming voor het ras ingediend worden bij de DIE. Ook deze benaming is aan verschillende voorwaarden onderworpen.

Wanneer er geen voorstel voor een rasbenaming bij de aanvraag van een kwekersrecht is gevoegd of wanneer de DIE de voorgestelde rasbenaming niet kan goedkeuren, kan de aanvrager alsnog een voorstel of een nieuw voorstel indienen.

Is er geen voorstel op het moment van neerlegging van de aanvraag, dan moet de aanvrager een vergoeding aan de DIE betalen. Wanneer er nog steeds geen voorstel is op het moment dat de DIE het verslag van het technisch onderzoek ontvangt, wijst hij de aanvraag van het kwekersrecht af.

In bepaalde gevallen kan de Dienst beslissen dat de vastgestelde rasbenaming moet gewijzigd worden. De houder van het kwekersrecht moet dan een voorstel voor een nieuwe rasbenaming doen.

Register

De DIE houdt een register bij van de aanvragen voor een kwekersrecht en van de verleende kwekersrechten. Het WER en het uitvoeringsbesluit bevatten een hele reeks gegevens die in het register moeten komen.

Omvang bescherming

Eenmaal het kwekersrecht is toegekend, mag niemand zonder toestemming van de houder van het kwekersrecht een aantal handelingen met betrekking tot de rascomponenten van het beschermde ras uitvoeren. Het betreffen onder meer de volgende handelingen: het voortbrengen of de vermeerdering, het te koop aanbieden, het verkopen of op een andere wijze commercialiseren, de invoer en de uitvoer.

Beschermingsduur en verval

Het kwekersrecht duurt tot het einde van het vijfentwintigste kalenderjaar dat volgt op het jaar van verlening van het kwekersrecht; voor de rassen van wijnstokken, bomen en aardappelen duurt het zelfs tot het einde van het dertigste kalenderjaar.

Een kwekersrecht kan ook vervallen als de kweker zijn jaarlijkse bijdrage niet betaalt of wanneer niet langer voldaan is aan de voorwaarden.

Wanneer de DIE van plan is om het kwekersrecht vervallen te verklaren, heeft de houder in bepaalde gevallen de kans om zijn opmerkingen te geven. Hij moet dat doen binnen de 2 maanden na de kennisgeving van de intentie tot vervallenverklaring. Reageert de houder niet of zijn de opmerkingen ongegrond, dan spreekt de DIE het verval uit.

Indien het verval het gevolg is van het niet betalen van de voorziene jaartaks, is de houder van rechtswege vervallen verklaard van zijn rechten. Het verval gebeurt dan automatisch en heeft uitwerking op de vervaldatum van de niet betaalde jaartaks.

Communautair kwekersrecht

In dit artikel werden de krachtlijnen voor het bekomen van een Belgisch kwekersrecht besproken. Om ook bescherming in het buitenland te verkrijgen, kan ook een aanvraag ingediend worden bij het Communautair Bureau voor Plantenrassen. Via die weg kan een bescherming voor de gehele Europese Unie of voor een aantal landen van de Europese Unie worden bekomen.

Jan Opsommer

Meest recent

Meest recent