Startpagina Maïs

Grote verschillen tussen en binnen de maïspercelen

Het project waarbij in heel Vlaanderen wekelijks de afrijping van de maïs wordt opgevolgd, is opnieuw opgestart. Op niet minder dan 16 locaties zullen door 11 partners maïsmonsters genomen worden om het gehalte aan droge stof te meten. De verschillen tussen en binnen de percelen blijken groot.

Leestijd : 2 min

Op de verschillende opvolgingsvelden werden 4 verschillende rassen met een verschillende vroegrijpheid uitgezaaid en opgevolgd. Op enkele locaties werd dit aantal rassen verdubbeld in kader van het demonstratieproject ‘Hittestress bij maïskuilen’.

Elke week kunnen we zo de evolutie van de drogestofgehaltes in kaart brengen en de landbouwers een nuttige informatiebron aanbieden om hun oogsttijdstip zo goed mogelijk te helpen bepalen.

Groot verschil met 2021

Waar we in 2021 op dit moment van het jaar nauwelijks een drogestofgehalte van 20% haalden, laten de locaties in Noord-Limburg (Meeuwen en Bocholt) nu cijfers van meer dan 40% optekenen bij de vroegste rassen (zie tabel). Ook in de Antwerpse Kempen (Lichtaart) hebben de vroege rassen een drogestofgehalte van 35% of meer. Op de andere locaties bedragen de drogestofpercentages circa 27-28% bij een zaai eind april. Met deze cijfers lijkt het aangewezen om de oogst stilaan te beginnen plannen. De komende dagen krijgen we immers terug temperaturen van meer dan 25 °C, wat de afrijping doet versnellen.

32-3359-LCV-web

Bepaal correcte oogsttijdstip

De reden van de vroege oogst is te vinden bij het aanhoudende warme en droge weer. Het beeld in het veld is zeer divers. Zowel tussen als binnen percelen doen zich soms grote verschillen voor. Er zijn percelen waar er nauwelijks iets te zien is van droogteschade. De oogst zal hier weliswaar vroeger zijn, maar de basisregels rond oogsttijdstip en inkuilen blijven hier van toepassing.

Er zijn percelen die goed ontwikkeld zijn zowel qua plant als kolf, maar waarop er hangende kolven aanwezig zijn. Dit duidt eveneens op droogtestress. Op deze percelen moet de inschatting gemaakt worden in welke mate de kolf voldoende rijp is om het correcte oogsttijdstip te bepalen. Evengoed zien we echter terug probleempercelen zoals in de jaren 2018, 2019 en 2020. Hier zal het van de situatie afhangen wat de beste strategie is. In veel gevallen zal de maïs er op deze problemenpercelen verdord bij staan. Is er nog een behoorlijk gevulde kolf aanwezig, en liefst ook nog wat groene bladeren, dan lijkt het aangewezen om te wachten tot de kolf voldoende rijp is.

Bij afwezigheid van een kolf, of bij een slecht gevulde kolf, kan er, eens er een drogestofpercentage van circa 30% is bereikt, geoogst worden. Vroeger hakselen kan tot sapverliezen leiden, te late oogst geeft dan weer een droge maïs die zich moeilijker laat aandrukken en bewaren. Bovendien daalt bij een te dorre maïs ook de voederwaarde sterk.

Voor LCV : Jurgen Depoorter (CIPF), Gert Van de Ven, An Schellekens (Hooibeekhoeve)

Lees ook in Maïs

Maïs en klimbonen: een goed huwelijk?

Maïs Maïs en veldbonen samen in een teelt lijkt voor meer en meer boeren een goede keuze. Het zorgt voor meer eiwit in de kuil en er is minder kunstmest nodig. Toch zijn er nog heel wat uitdagingen om de samenwerking tussen de 2 teelten te doen slagen.
Meer artikelen bekijken