Startpagina Melkvee

Daling in vraag naar biomelk kan snel kantelen

Biologische melkveehouders hebben minder problemen gehad met de hoge energieprijzen dan klassieke melkveehouders, onder meer omdat ze geen kunstmest gebruiken. “De inflatie zorgt wel voor een dip in de vraag naar biomelk, maar dat kan snel opnieuw kantelen”, stelt Thibaut Boddez, de nieuwe voorzitter van Biomilk.be.

Leestijd : 5 min

Biomilk.be is een coöperatie van 51 Belgische biologische melkveehouders die samen goed zijn voor de productie van 17% van de biologische melk in ons land. Bovenop de inflatiedip kreeg Biomilk.be recent nog een ‘Delhaize-dip’ te verwerken.

“Delhaize is sinds 2018 een van onze grootste afnemers en toen bij de sociale onrust hun verdeelcentra en een aantal winkels dicht bleven, had dat wel een weerslag op de afname. Dat is intussen wel genormaliseerd”, zegt Thibaut Boddez, biologisch melkveehouder van de tweede generatie in Feluy.

Hardnekkige perceptie

Het is volgens de voorzitter van Biomilk.be nog te vroeg om te zeggen of de inflatie voor een blijvende vraaguitval van biomelk zorgt. “Bij de consument leeft nog altijd de perceptie dat alle bioproducten automatisch ook duurder zijn dan klassieke. Daarom heeft hij die bioproducten in de rekken laten staan toen hij de inflatie begon te voelen. Voor biologische melk en zuivelproducten klopt die perceptie echter niet altijd met de realiteit.”

Op dit moment zitten de Belgische biologische melkveehouders met hun klassieke voorjaarspiek in de productie. “Zodra de koeien opnieuw naar de weide kunnen, stijgt ook de melkproductie. Het blijft een uitdaging om dergelijke seizoenscyclussen te laten matchen met onze afnemers, die een constante stroom van melk verkiezen.”

Door het koude voorjaar ligt de opbouw van de ruwvoervoorraad bij de biologische melkveehouders net iets lager dan bij de klassieke melkveehouders. “Wij bemesten niet kunstmatig, waardoor we de opgelopen achterstand in de groei niet compenseren.”

Nog geen leden die afhaken

De coöperatie kreeg nog geen signalen dat er leden zijn die opnieuw naar de reguliere melkproductie willen overstappen. “Omschakelen naar biologisch melkvee is altijd een heel bewuste keuze en is vaak een proces van enkele jaren. Vooral de persoonlijke motivatie zorgt ervoor dat biologische melkveehouders op hun ingeslagen weg willen doorgaan, ook als het eens wat minder gaat.

Wel moeten we altijd zoeken naar een evenwicht tussen de productie bij onze leden en de verkoop. Omdat de vraag op dit moment niet zo groot is, nemen we nu even geen nieuwe coöperanten aan. Die komen op een wachtlijst tot we opnieuw meer volume nodig hebben.”

Dat er straks opnieuw meer volume aan biomelk zal nodig zijn, daarvan is Boddez overtuigd. “Tijdens de coronaperiode hebben heel wat consumenten de tijd gehad om na te denken over hun consumptie. Daardoor steeg de verkoop van biomelk. Zodra die inflatie minder voelbaar wordt, keert de consument terug naar duurzaam geproduceerde melk”, voorspelt de voorzitter van Biomilk.be. Hij hoopt evenwel dat de melkprijzen van vóór de inflatie niet mee terugkeren.

Vaste prijs is een voordeel

De prijs die de boer krijgt voor biomelk is een vaak aangehaald punt in de discussies over het al dan niet instappen in het biologische verhaal. “Als coöperatieve streven we ernaar om elk jaar in september of oktober de prijzen aan de hand van leveringscontracten voor een volledig jaar vast te leggen. Er zijn in dat geval geen of maar kleine correcties naar boven of onder als de gewone melkprijs sprongen maakt. De voorbije jaren heeft die prijszetting voor zeer stabiele prijzen gezorgd. Het is misschien jammer dat de prijs voor biomelk niet mee stijgt als die van de gewone melk stijgt, maar hij daalt dan ook wel niet als die van de gewone melk daalt. Met een vaste prijs voor biomelk kan de melkveehouder zijn hele bedrijfsvoering afstemmen op die verwachte opbrengst. Dat is een belangrijk voordeel”, stelt voorzitter Boddez.

“De grote vraag naar melk en de hoge prijzen van vorig jaar waren uitzonderlijk. Net als zoveel boeren heb ik toen beslist om op mijn boerderij iets meer melkkoeien aan te houden: 72 in plaats van 60. Nu de vraag naar melk in het algemeen en biomelk in het bijzonder gezakt is, maak ik de omgekeerde beweging en werk ik straks opnieuw met 60 koeien. Dat aantal sluit het beste aan op de oppervlakte die ik heb voor beweiding en voor het telen van eigen voer.”

Prijs volgt het weer

Europese landbouworganisaties waarschuwden recent nog voor een overaanbod aan melk. Schrik voor kelderende melkprijzen heeft Boddez niet meteen. “Door de grote vraag en de goede melkprijs hebben vorig jaar veel boeren overal in Europa meer koeien opgezet, maar de afbouw kan net zo snel gaan als de melkprijs nog meer zou zakken. Veel zal afhangen van de lokale omstandigheden en van het klimaat. Als we bij ons en ook in de rest van Europa opnieuw een kurkdroge zomer krijgen, schieten de productiekosten voor melk opnieuw de hoogte in. Biologische melk is voorlopig nog een nichemarkt met zijn eigen marktwerking.”

Europa wil het marktaandeel van biologische voeding opdrijven. Beleidsmakers denken dan in de eerste plaats aan het aanmoedigen van meer boeren om naar bio over te stappen, terwijl er ook boeren zijn die liever wachten tot de vraag naar bio stijgt. “Ik geloof in groei van onderuit. Steeds meer jonge melkveehouders zoeken oplossingen om te werken met minder pesticiden, meer biodiversiteit, gezondere dieren, meer rotatie van voedergewassen…”

Groei komt van onderuit

“De consumenten zullen dat signaal uiteindelijk wel oppikken, zoals ze dat in het verleden ook al gedaan hebben. De supermarkten kunnen daar een nog grotere rol in spelen dan de overheden. In Nederland biedt retailer PLUS voor zijn privélabel enkel nog biomelk aan. Dat gigantische volume geeft een boost aan de lokale biosector. Die impulsen van onderuit werken beter dan bijvoorbeeld het opleggen van percentages aan bioproducten in winkels of voor schoolmaaltijden”, stelt Boddez.

Vaak hoor je over biolandbouw zeggen dat de kosten hoger liggen en de opbrengsten lager dan bij de klassieke landbouw. “De opbrengsten in de biologische landbouw liggen inderdaad lager dan in de gangbare. Dit verschil moet door een hogere verkoopprijs gecompenseerd worden. Ik denk echter niet dat je per groep moet kijken naar bio of niet-bio om het rendement te bepalen, maar naar de individuele boer en zijn bedrijfsmanagement.

Bovendien zijn er verborgen kosten verbonden aan de gangbare melkveehouderij die nu door de maatschappij als geheel worden gedragen en die niet verrekend worden in de prijs aan de consument. Als je die maatschappelijke kosten wel zou doorrekenen, ligt het rendement van biomelk zeker niet lager”, argumenteert Boddez.

Winkelprijs kan lager

Als meer melkveehouders biologisch werken, kan de winkelprijs van biomelk nog naar beneden en zal de consumptie stijgen. “De transportkosten voor biomelk liggen nu nog iets hoger dan voor gewone melk, omdat de biologische melkveehouders heel verspreid zitten. Hoe meer boeren aansluiten, hoe lager die transportkosten worden.”

Hetzelfde geldt volgens Boddez voor het verwerken van de melk. “Nu moeten de melkerijen hun installaties spoelen telkens ze biologische melk beginnen verwerken. Als biomelk de norm zou zijn, verschuift die kost naar de niet-biomelk.”

Filip Van der Linden

Lees ook in Melkvee

ILVO op zoek naar toekomstbestendige bedrijfsconcepten in de melkveesector

Melkvee Hoe kunnen individuele melkveebedrijven hun toekomst beveiligen in de veranderende context die zich aandient? In opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij hebben ILVO-onderzoekers 10 denkpistes ontwikkeld rond deze vraag. Twee scenario’s zijn ten volle uitgewerkt en doorgerekend qua economisch, ecologisch, ruimtelijk en maatschappelijk effect. Zij vertrekken alle 2 van de hypothese dat een melkveebedrijf 15% minder koeien zou aanhouden en dat er met de vrijgekomen ruimte en arbeid andere verdienactiviteiten worden uitgebouwd.
Meer artikelen bekijken