Nieuw voederbietras toegelaten op de Belgische rassenlijst
Na rassenproeven op 5 locaties werd in december 2025 één nieuw voederbietras toegelaten tot de Belgische rassenlijst: Angelimo. Naast Rhizoctonia-tolerantie, opbrengst en drogestofgehalte werden de rassen ook beoordeeld op resistentie tegen bladziekten (meeldauw, Cercospora en roest) en op schieterresistentie.

Angelimo is een diploïde roze voederbiet met een drogestofgehalte van 17,3%. Het ras behaalt een verse opbrengst van 108 ton/ha, wat overeenkomt met 18,6 ton droge stof/ha. Angelimo scoort gemiddeld voor resistentie tegen meeldauw, Cercospora en roest, maar onderscheidt zich door de hoogste score voor Rhizoctonia-tolerantie.
Aanvrager: KWS Momont/ Aanvraaggemachtigde: KWS Benelux BV
De overzichten van de resultaten van de proevencyclus van de officiële rassenproeven kan u terugvinden op de cijferwebsite van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij onder de tab 'marktinformatie'.
Een vergelijkende versie van de resultaten van de officiële rassenproeven kan geraadpleegd worden op https://rassenlijst.ilvo.vlaanderen.be/nl/
Voederbieten winnen aan populariteit
Voederbieten winnen de laatste jaren aan populariteit. In 2024 bedroeg het areaal in Vlaanderen ongeveer 4.400 ha en in Wallonië zo’n 1.200 ha. Die groei is vooral te danken aan het energierijke en smakelijke karakter van voederbieten, gecombineerd met hoge opbrengsten.
Naast het vers vervoederen kunnen bieten ook worden ingekuild, bijvoorbeeld samen met maïs, waardoor ze het hele jaar door beschikbaar zijn. Tegelijk blijft waakzaamheid geboden voor de bodemgebonden schimmel Rhizoctonia solani, die in onze regio aanzienlijke opbrengstverliezen kan veroorzaken. Een doordachte rassenkeuze vormt dan ook de basis van een succesvolle teelt. De Belgische rassenlijst helpt u bij deze keuze.
Drogestofgehalte
Het drogestofgehalte (DS) van voederbieten varieert sterk. Op de Belgische rassenlijst schommelt dit tussen 14,8 en 22,6%. Voor vers vervoederen kiest u best een ras met een lager droge stofgehalte.
Wanneer de bieten bestemd zijn voor inkuilen, bijvoorbeeld samen met maïs of bietenpulp, zijn rassen met een hoger DS-gehalte en een hoge droge stofopbrengst meer geschikt.
Resistentie voor bladziekten
De meest voorkomende bladziekten in onze regio zijn meeldauw, Cercospora en roest. Van deze 3 veroorzaakt Cercospora doorgaans de grootste economische schade.
Op de Belgische rassenlijst krijgt elk ras een score van 1 tot 9, waarbij een hogere score wijst op een betere resistentie of tolerantie. Rassen met een goede bladgezondheid verdienen de voorkeur omdat ze bijdragen aan een lager pesticidengebruik.
Rhizoctoniatolerantie
Rhizoctonia solani kan al vroeg in het groeiseizoen toeslaan en verwelking van jonge kiemplanten veroorzaken. Dankzij doeltreffende zaadcoatings kunnen deze jonge planten in de beginfase worden beschermd. Later in het seizoen uit de aantasting zich vaak via ‘slapende’ bieten, waarbij het loof slap gaat hangen als gevolg van wortelaantasting. In ernstige gevallen kan de plant volledig afsterven. Op zwaar besmette percelen kunnen opbrengstverliezen oplopen tot 50% of meer. Bovendien zijn aangetaste bieten gevoelig voor rot tijdens bewaring.
Omdat er geen directe bestrijdingsmiddelen beschikbaar zijn, is preventie cruciaal. Rhizoctonia profiteert van een slechte bodemstructuur en een verstoorde waterhuishouding. Bodemzorg is daarom essentieel. Aangezien de schimmel ook kan overleven op andere veel geteelde gewassen zoals maïs, gras en suikerbieten, is een optimale vruchtwisseling niet altijd haalbaar. De meest doeltreffende maatregel blijft dan ook de keuze voor Rhizoctonia-tolerante rassen.
Door het pleksgewijze voorkomen van Rhizoctonia in het veld is de beoordeling via veldproeven niet altijd eenvoudig. Daarom vormen serreproeven een belangrijke aanvulling bij het bepalen van de tolerantiegraad van rassen. De Belgische rassenlijst combineert resultaten uit veld- en serreproeven en biedt zo een betrouwbare en uitgebreide evaluatie.
Officiële rassenonderzoek
Jaarlijks voeren ILVO (Merelbeke) en CRA-W (Gembloux) rassenproeven uit in opdracht van de Technisch Interregionale werkgroep voor de samenstelling van de Nationale catalogus voor landbouwgewassen (een samenwerking tussen het Vlaams en Waals Gewest) om nieuw veredelde rassen te onderzoeken op hun cultuur- en gebruikswaarde (CGW) in België.
Deze proeven verlopen volgens een strikt protocol en de resultaten worden elk jaar gerapporteerd aan veredelingsbedrijven en de overheid. Enkel rassen die beter presteren dan het bestaande aanbod, worden toegelaten tot de Belgische rassenlijst. Zo blijft de rassenlijst een betrouwbare leidraad voor landbouwers onder Belgische omstandigheden.





