Waarom breekt de biologische groenteteelt maar niet door?
Een samenspel van elkaar versterkende barrières weerhouden landbouwers ervan om over te schakelen naar bio. Louis Tessier (ILVO) bracht die dynamiek in kaart voor de Vlaamse biogroenteteelt.

De Boer-tot-bord-strategie van de Europese Unie is duidelijk: tegen 2030 moet 25% van de landbouwgrond bio zijn. Meer boeren moeten de overstap wagen, maar in de praktijk blijft het bij enkelingen.
“Waarom blijven landbouwers vasthouden aan de gangbare landbouw”, vroegen ILVO-onderzoeker Louis Tessier en zijn collega’s zich af. Als je meer landbouwers wil aanmoedigen om biologisch te werken, moet je ook weten wat hen er nu van weerhoudt. In het kader van het Horizon Europe project Enfasys zochten de onderzoekers het uit voor de biologische groenteteelt in Vlaanderen.
Waarom volgt de ontwikkeling van de biologische groenteteelt in onze regio de ambitie niet?
Het verhaal is een samenvloeiing van omstandigheden. Uit onze interviews en workshops met boeren, adviseurs, beleids- en ketenactoren... blijkt dat elke speler in de bioketen tegen barrières aan loopt.
Een belangrijk stuk van het verhaal is grond, zeker in een regio als Vlaanderen met intensieve landbouw. Er is enorme competitie voor grond tussen landbouwers onderling en met andere landgebruikers. Toekomstige bioboeren worden geconfronteerd met dure gronden. Bovendien wordt in de groentesector veel met korte gebruiksrechten en seizoenspacht gewerkt, wat het moeilijker maakt om op lange termijn in bio te investeren.
Anders dan bij pakweg de biologische vleesveeteelt speelt ook het gebrek aan voldoende seizoensarbeiders sterk bij de groenteteelt. Bio vraagt meer arbeid en seizoensarbeid is al een knelpunt.
Techniek en kennis kunnen hier oplossingen bieden, maar het valt op dat onderzoek, advies en innovatie vooral inzetten op de verduurzaming van het gangbare model. Boeren voelen hierdoor minder druk om de grotere stap naar bio te zetten.
Aan de andere kant zijn de prijs- en kwaliteitseisen waar biogroentetelers aan moeten leveren zeer hoog. Agronomisch is het door een gebrek aan middelen moeilijk om aan dezelfde cosmetische kwaliteit als conventionele landbouwers te voldoen, al zijn er natuurlijk biotelers die het wel kunnen. Maar ook ervaren telers moeten af en toe aanvaarden dat een teelt of partij niet aan alle verwachtingen voldoen.
Tot slot zijn er uiteraard ook nog de consumenten. Mensen staan ver van de landbouw en zijn niet zo bezig met voeding. Er heerst ook de perceptie dat bio duur is, terwijl dat niet noodzakelijk het geval is. Vooral prijsuitschieters blijven hangen, en dan kijken consumenten sneller naar hun portemonnee.
Je kan dus stellen dat de bio(groente)teelt in Vlaanderen sterk met schaalnadelen kampt. Die maken het voor verwerkers en veilingen moeilijk om grote spelers continu en competitief te bevoorraden. Als je met een paar telers bent, en er gaat iets mis, zit je al gauw met lege schappen. Daar is elke retailer doodsbang van. De kleine en vrij ondoorzichtige markt in Vlaanderen maakt het voor afnemers moeilijker om lokaal op een continue en competitieve manier beleverd te worden. Dan helpt het niet dat ze in het buitenland op grotere schaal en met meer zekerheid kunnen leveren. Een kleine schaal betekent ook een beperkt politiek, economisch en innovatief gewicht. Als de sector wat groter zou zijn, zouden heel wat van die barrières verzachten.
Niet langer de prioriteit
Tessier legt hiermee een aantal stukken van de puzzel, maar alles hangt aan elkaar: consumenten, de keten, de grondproblematiek, kennisontwikkeling... “Vanuit die systeembenadering hebben we een paar hefboompunten geïdentificeerd waar de biologische sector samen met beleids-, advies- en ketenpartners op kunnen inzetten.”
Het gaat om werken aan consumentenbewustwording, het adviseren van landbouwers, meer samenwerking doorheen de keten om betrouwbare afzetkanalen en een betrouwbaar lokaal aanbod te kunnen voorzien. Met name de versterking van het aandeel bio in publieke catering lijkt interessant als zeker afzetkanaal, maar ook als een manier om bio te normaliseren bij de consument.
Dat lijken de bestaande recepten in het huidige plan bio. Zijn er geen radicaal andere oplossingen nodig om die systeemproblemen aan te pakken?
De strategie blijft valabel, maar grijpt inderdaad niet rechtstreeks in op structurele dynamieken als competitie voor grond, druk op prijs en afzet in de keten, verstedelijking, beperkte koopkracht en verschuivende politieke prioriteiten. De biosector ondervindt dat ze hulp nodig heeft van buitenaf.
Economisch is het bijvoorbeeld risicovol om over te schakelen naar bio, omdat de gangbare groenteteelt het gewoon zeer goed doet. Als het daarmee slecht gaat, zijn er meer boeren die overwegen om over te schakelen. Maar waarom is de gangbare groenteteelt zo interessant? Er wordt veel in geïnvesteerd en geïnnoveerd, ook al komen daar maatschappelijke kosten bij kijken.
Ik kan dus niet eenvoudig zeggen dat we meer gangbare boeren richting bio moeten duwen. Er zijn nu eenmaal structurele realiteiten waar beleidsmakers en de bredere landbouwsector vandaag niet snel aan durven raken.
Is bio wel een politieke prioriteit op dit moment? Voedselzekerheid en economische productiviteit lijken nu belangrijker.
De prioriteiten zijn inderdaad veranderd op Europees niveau. Ook ons onderzoeksproject wordt daar mee geconfronteerd. De bedoeling was om de Boer-tot-bord-strategie effectief mee te helpen onderbouwen door strategieën te ontwikkelen om landbouwers naar meer duurzame landbouwsystemen te brengen. Als er dan een andere wind begint te waaien…
De biosector voelt dat ook aan. Alleen al de vooropstelling van die 25%-doelstelling zorgde ervoor dat er deuren opengingen voor de biosector. Het hele voedselsysteem begreep dat dat de marsrichting was. Maar nu de wind gedraaid is, zorgt dat voor een minder positieve dynamiek voor de biosector.
Voor het project werkte je samen met BioForum. Hoe pakken zij dat aan? Veranderen ze hun strategie ten opzichte van beleidsmakers?
Er is het besef dat ze elke keer weer opnieuw de case moeten maken voor bio. Daarom passen ze hun verhaal telkens aan de omstandigheden aan. In periodes van energie- of kunstmestschokken kunnen minder inputintensieve systemen opnieuw interessanter worden. Alleen zet dezelfde geopolitieke onzekerheid ook koopkracht en politieke budgetten onder druk. Dat maakt het verhaal complexer. In een snel veranderende wereld moet de biostrategie ook snel kunnen schakelen.
Volgend jaar loopt het huidige strategische plan bio af. Met welke conclusie uit jullie onderzoek moeten de opstellers van het volgende plan zeker rekening houden?
Het strategische plan bio bevat een hele lijst acties die zouden moeten gebeuren, maar de middelen zijn er niet om het allemaal tegelijk waar te maken.
Onze oefening nodigt stakeholders uit om te prioriteren. Consumentenbewustzijn is superbelangrijk, maar peperduur. Zeker massamediacampagnes kosten miljoenen euro’s. Schoolbezoeken aan bioboerderijen en publieke catering zijn dan meer haalbare opportuniteiten.
Een ander voorbeeld zijn de hefboomproducten. Ook al gaat dat wat tegen de geest van de sector in, het kan wel zin hebben om met bio in te zetten op bepaalde beloftevolle producten waar telers, verwerkers en retailers zich dan rond kunnen organiseren. Bijvoorbeeld met de ambitie om enkel nog biopompoenen aan te bieden in een bepaalde periode. De middelen zijn beperkt, dus er moet goed nagedacht worden over hoe je ze inzet.
Er moeten keuzes gemaakt worden.
Ja. Ik wil daarom niet zeggen dat de keuzes nu slecht zijn maar de maatschappelijke context moet in de gaten gehouden worden. De biosector profileert zich vandaag ook al sterk als een maatschappelijke actor, en niet alleen als een economisch belang. Maar net daarom maakt de veranderende context het des te belangrijker om strategisch te blijven kijken hoe je ook krachten ver buiten de sector mee in beweging krijgt. Denk bij voorbeeld aan de gezondheidssector. Het is niet omdat we het altijd al zo gedaan hebben, dat we het moeten blijven doen op die manier.
Meer informatie vind je op de slotconferentie van het Enfasys-project en zusterproject Visionary op 16 juni in Brussel via https://visionary-project.eu/.





