Nieuwe studie over Vlaamse paardensector voorgesteld op Jumping Mechelen
In opdracht van Paardenpunt Vlaanderen voerde professor Stijn Vanormelingen (econoom - KU Leuven) een nieuwe studie over het economische belang van de Vlaamse paardensector uit. Dat belang blijkt economisch veel belangrijker dan veelal aangenomen wordt.

Het Vlaams Paardenloket zette jaren geleden de sector op de kaart. Vandaag de dag is het Paardenpunt Vlaanderen dat staat voor alles wat reilt en zeilt rond de paardensector. Deze dynamiek fungeert als een kloppend hart en betekent heel veel voor de fokkers en voor iedereen die zijn of haar leven deelt met paarden, of het nu pure liefhebberij is of louter professioneel. Professor Vanormelingen was dan ook verrast toen hij kennismaakte met de internationale sterkte van de sector. Hij had de omvang van de export en de internationale reputatie van België in de paardenwereld helemaal niet verwacht.
Ondanks de opvallende omzetcijfers blijkt de sector er een waarin het voor veel ondernemingen moeilijk is om het hoofd boven water te houden.
Wat vernemen we van de Paardenmonitor?
De studie – de Paardenmonitor genaamd – vestigt voor het eerst de aandacht op de werkelijke omvang van de paardensector in onze contreien. Vlaanderen telt naar schatting zo’n 200.000 paarden. Ongeveer 75.000 daarvan staan op professionele bedrijven zoals fokkerijen, maneges en pensionstallen. De overige 125.000 paarden verblijven bij particulieren en zijn dus wat we bij Landbouwleven ‘paarden aan huis’ noemen. Dat zijn paarden van mensen die bewust kozen voor een bepaald leven en weten – en aan den lijve ondervinden – dat deze keuze een overheersende factor is van hun levensstijl.
De paardensector verschaft ook werk aan mensen uit verschillende lagen van de bevolking. Het gaat hier om ruim 6.000 mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks in dienst zijn op paardenbedrijven. Het gaat echter ook om dierenartsen, hoefsmeden, vervoerbedrijven, gespecialiseerde diensten zoals coaches, instructeurs, klein- en groothandels in staluitrusting en kledij, stallenbouwers, bedrijven die paddocks en pistes aanleggen en om voeder- en ruwvoerderhandel. Ook webshops in hippische benodigdheden en pers en communicatie gespecialiseerd in paarden en paardensport (denk maar aan Horseman.be, Equnews, Galop, Hippo TV...) zorgen voor werkgelegenheid. De hippische ondernemerssector nam het voorbije decennium pas echt de vlucht vooruit.
Economische impact
Uit onderzoek van de Paardenmonitor bleek dat de economische impact niet van de minste is. Zo bedraagt de totale omzet van de sector ongeveer 1,43 miljard euro. Jaarlijks wordt voor meer dan 200 miljoen euro aan paarden geëxporteerd. De Verenigde Staten zijn daarbij een belangrijke afzetmarkt. ‘België’ en ‘Vlaanderen’ zijn dan ook duidelijk gegeerde merken geworden in het buitenland. Onze stamboeken BWP, Zangersheide en SBS hebben in de sportpaardensector ons land pas echt op de kaart gezet. Tal van gerenommeerde fokhengsten uit deze stamboeken speelden daarbij een toonaangevende rol.
Winst of verlies?
Toch mag men zich niet blindstaren op deze mooie cijfers. Stijn Vanormelingen stelt hierbij dat net iets meer dan de helft van de ondernemingen in de paardensector winst maakt en dat dit een laag percentage is als je het vergelijkt met andere economische sectoren. De stijgende kosten en de arbeidsintensieve activiteiten maken het moeilijk voor tal van maneges, pensionstallen en kleinere fokkerijen. Uit de studie blijkt dat de winstgevendheid van de sector onder druk staat, ondanks de grote totale omzet. Emily Feys, directeur van Paardenpunt Vlaanderen, gaf kort en bondig een antwoord op de vraag waarom mensen paarden blijven fokken, zelfs als het niet altijd winstgevend is. Een woord volstond daarbij: passie!
Passie is inderdaad een drijfveer, die bovendien cruciaal is voor het hele ecosysteem. “Zonder de vele hobbyfokkers die de paardenpassie koesteren, hadden we geen paarden voor maneges, vrijetijdsruiters en zelfs niet voor de topsport”, stelt Feys. De drijfveer is de liefde voor de paarden en het engagement dat erbij hoort en niet de winst als hoofddoel.
Stel je daarbij maar even de vraag wat onze sportpaardenfokkerij zou geweest zijn zonder Martinus Paessen, die rotsvast in zijn Darco geloofde, of zonder Jozef Brondeel van Stoeterij Breemeersen, die Lugano kost wat kost wou inzetten. Ook Marcel Van Dijck en Damiaan van Hollebeke, die hun leven bijna helemaal gewijd hebben aan Franse hengsten die prestatiebloed pompten in onze fokkerij, leverden een belangrijke bijdrage. Toch waren deze peetvaders van onze fokkerij geen kapitalisten die het makkelijk hadden in het leven. Ze waren gewoon gepassioneerd en gedreven, meer dan in het kwadraat.
Professionele fokkerijen boeren goed
De grotere en professionele fokkerijen doen het opvallend goed. 80% van deze bedrijven zijn winstgevend en zijn ook verantwoordelijk voor het gros van de internationale verkoop. De export draait voornamelijk rond getalenteerde sportpaarden, dus niet de doorsnee hobbypaarden die ons Vlaamse landschap bevolken. Het zijn net die toppaarden die ervoor zorgen dat de uitvoer van levende paarden vele malen groter is dan de invoer. In combinatie met sterke sportstallen, ervaren trainers en een goed uitgebouwd netwerk exporteren we paarden die internationaal gegeerd zijn.
Stijn Vanormelingen besluit dat de Vlaamse paardensector zonder twijfel een substantiële economische speler is met aanzienlijke werkgelegenheid en omzet. Het onderzoek toont echter ook aan dat veel ondernemingen balanceren op de rand en vooral dat passie en economie sterk met elkaar verweven zijn. Dit is een kracht, maar ook een kwetsbaarheid. Net daarin ligt de uitdaging voor de toekomst van de Vlaamse paardensector.





