Snoeiafval vormt goede basis voor compost
Composteren heeft iets magisch: tuin- en keukenafval veranderen in een waardevolle grondstof voor de tuinier. Toch komt er weinig echte magie bij kijken. Composteren is niets anders dan een kringloopproces dat zich in de natuur voortdurend herhaalt: groeien en bloeien, afsterven en verteren, om vervolgens opnieuw deel te nemen aan de natuurlijke cyclus als verrijking van een vruchtbare bodem. In het compostvat of op de composthoop proberen we die kringloop zo goed mogelijk na te bootsen.

Compost bestaat uit plantaardige resten, zoals groenteresten, fruitschillen, grasmaaisel, bladeren en snoeihout, die door micro-organismen (bacteriën en schimmels), insecten en wormen bijna volledig zijn omgezet tot humus. Composteren is een natuurlijk proces dat door de mens onder gecontroleerde omstandigheden wordt gestuurd. Daarbij zorgen we ervoor dat temperatuur, vocht en lucht zo goed mogelijk aansluiten bij de natuurlijke situatie. Het eindresultaat is een donkerbruin tot bijna zwart, kruimelig materiaal dat naar bosgrond ruikt en dat een uitstekend bodemverbeterend middel is.
Meer dan een hoop afval
Composteren is meer dan organisch materiaal op een hoop of in een vat gooien en dan maar hopen dat er compost ontstaat. Wie het proces wil laten slagen, moet trachten de meest gunstige omstandigheden te creëren voor de organismen die instaan voor de afbraak. Zoals de meeste levende wezens hebben ook zij, naast voedsel, behoefte aan vocht en zuurstof. Het compostmateriaal moet dus steeds voldoende vochtig én luchtig blijven. Het goede nieuws is dat composteren geen ingewikkelde techniek vereist. Wie een paar basisprincipes respecteert, merkt al snel dat er weinig kan misgaan. Verhalen over stank, verzuring of ongedierte zijn meestal het gevolg van een verkeerd evenwicht en niet van het composteren zelf.
Groen en bruin afval
Goede composteeromstandigheden worden in de eerste plaats bekomen door te streven naar een evenwichtige verhouding tussen zogenoemde groene en bruine materialen. Groene materialen zijn gemakkelijk verteerbaar, hebben een zachte structuur, bevatten veel vocht en zijn rijk aan voedingselementen. Typische voorbeelden zijn keukenresten, grasmaaisel en vers plantenafval. Bruine materialen zijn stugger en breken veel langzamer af. Ze zorgen ervoor dat het mengsel luchtig blijft tijdens het composteren en voorkomen dat het materiaal samenklit. Snoeiafval, houtsnippers, fijne takjes, stro, dorre bladeren en dennennaalden behoren tot deze categorie. Een ideale compostering start met een doordachte menging van beide fracties. Te veel groen leidt tot een natte, compacte massa, terwijl een overmaat aan bruin het proces vertraagt.
Vocht en zuurstof: een delicaat evenwicht
Water is onmisbaar voor de compostbewoners, maar ook hier geldt dat overdaad schaadt. Het mengsel moet vochtig aanvoelen, zonder nat te zijn. Een teveel aan water verdringt de lucht uit het materiaal, waardoor zuurstofgebrek ontstaat. Vers plantenafval bevat bovendien al veel vocht, dat pas na enkele dagen vrijkomt tijdens het verteringsproces. Het is daarom belangrijk om niet te nat te starten.
Bij een vlotte compostering, vooral van groene materialen, stijgt de temperatuur snel. Door die warmte kan het mengsel opnieuw uitdrogen, zeker bij kleinere volumes. Regelmatige controle van de vochtigheid is dus belangrijk.
Naast vocht is zuurstof een tweede cruciale factor. Compost waar geen lucht bij kan, verstikt. De aerobe organismen sterven af en maken plaats voor anaerobe rotting, met stank als gevolg. Een onaangename geur wijst dus meestal op een teveel aan water en/of op een tekort aan zuurstof. Dit probleem kan eenvoudig worden verholpen door de compost om te zetten en door extra bruin materiaal toe te voegen, zodat de hoop opnieuw luchtig wordt.
Temperatuur als graadmeter
De temperatuur is een goede indicator voor het verloop van het composteringsproces. In de beginfase zorgen bacteriën niet alleen voor de afbraak van het organische materiaal, maar ook voor een snelle stijging van de temperatuur. Wanneer zij beschikken over voldoende voedsel, zuurstof en vocht, kan de temperatuur in professionele composteringsinstallaties oplopen tot 60 à 70 °C. Deze fase van intensieve compostering kan daar 3 tot 6 maanden aanhouden. De hoge temperatuur heeft als voordeel dat de compost als het ware wordt gesteriliseerd: een groot deel van de onkruidzaden verliest zijn kiemkracht en bijna alle schadelijke ziekteverwekkers worden afgedood. In de tuin worden dergelijke temperaturen zelden bereikt, maar ook daar stijgt de temperatuur sterk als het composteringsproces goed op gang komt.
Composteren in de tuin
Voor het composteren van keuken- en tuinafval bestaan verschillende systemen. De keuze hangt af van de grootte van de tuin en van de hoeveelheid afval die men wil verwerken.
Compostvat Voor een kleine tuin van ongeveer 200 tot 400 m² is een compostvat doorgaans de beste oplossing. Het vat is zo ontworpen dat, mits het respecteren van de basisregels, composteren eenvoudig verloopt. Daarbij blijft het belangrijk dat groen materiaal steeds wordt gemengd met een vergelijkbare hoeveelheid bruin materiaal.
Compostbak Bij grotere tuinen, waar meer tuinafval vrijkomt, zijn compostbakken vaak geschikter. Deze kunnen kant-en-klaar worden aangekocht of zelf worden opgebouwd met paletten of enkele palen en wat tuingaas. Een volume van ongeveer één kubieke meter volstaat voor het afval van een gemiddeld grote tuin. De compostbakken worden het best geplaatst op een lommerrijke, luchtige en droge plek. Een deksel kan helpen om overmatige regenval tegen te houden. Het gebruik van 2 compostbakken heeft als voordeel dat het omzetten van gedeeltelijk verteerde compost vlotter verloopt.
Composthoop Wie veel compost nodig heeft voor tuin en moestuin, kan ook kiezen voor een compost hoop. Die wordt bij voorkeur in één keer opgezet, op een moment dat er veel materiaal beschikbaar is, zoals afgevallen bladeren, snoeihout, grasmaaisel en eventueel stalmest. Door het grotere volume blijven vocht en zuurstof hier makkelijker in evenwicht, al blijven de buitenkanten gevoelig voor uitdroging en moeten ze regelmatig worden bevochtigd. Na ongeveer een jaar is het tuinafval omgevormd tot rijpe compost. Een extra keer omzetten, een tweetal maanden voor gebruik, verhoogt de kwaliteit merkbaar.
Enkele misverstanden rechtgezet
• Het composteringsproces komt vanzelf op gang. Micro-organismen en hun sporen zijn overal aanwezig, op het afvalmateriaal en in de lucht, en wachten enkel op gunstige omstandigheden om hun werk te doen. Het toevoegen van speciale producten is meestal overbodig.
• Een hardnekkig misverstand is dat compost zou verzuren en daarom kalk nodig heeft. In werkelijkheid stijgt de pH tijdens het composteren en is de uiteindelijke compost licht basisch. Kalk toevoegen heeft dan ook geen enkele zin.
• Composteren vraagt geen ingewikkelde berekeningen. Wie de basisregels respecteert en een beetje geduld heeft, oogst uiteindelijk niet alleen compost, maar ook een gezondere, veerkrachtigere tuin.





