Europese melkboeren voorzichtig positief over betere contracten
Verplichte schriftelijke contracten zijn een verbetering, aldus de European Milk Board (EMB). Maar de verbeteringen dreigen een lege doos te worden door de vele uitzonderingen.

Op 5 maart onderhandelden de Europese instellingen over een betere onderhandelingspositie van de boer in de voedselvoorzieningsketen. De European Milk Board (EMB) noemt de uitkomst daarvan een enorme stap voorwaarts voor de rechten van landbouwers.
Zo verbeteren verplichte schriftelijke contracten de onderhandelingspositie van producenten ten opzichte van verwerkers. Ook de inhoud van contracten is verbeterd door de inclusie van verplichte herzieningsclausules en indicatoren of indexen die de prijstransparantie vergroten en ervoor zorgen dat ‘contracten beter aansluiten bij de werkelijke economische omstandigheden waarin landbouwbedrijven opereren’.
“Tegen de achtergrond van zeer volatiele markten en stijgende productiekosten is dit een belangrijke stap voorwaarts. Contracten zullen zo beter kunnen worden afgestemd op de werkelijke factoren die van invloed zijn op de verloning van landbouwers.”
Lege doos
Uitzonderingen dreigen van de hervorming echter een lege doos te maken, waarschuwt de EMB. Zo kunnen lidstaten besluiten dat herzieningsclausules en indicatoren in de zuivelsector niet nodig zijn.
“Ook voor leden van zuivelcoöperaties blijft de situatie bijzonder kritiek. Hier zijn geen verplichte contracten voorzien, omdat ten onrechte wordt aangenomen dat de statuten van coöperaties al voldoende transparantie garanderen”, klaagt de EMB aan.
“De werkelijkheid laat echter een heel ander beeld zien: veel melkveehouders hebben tegenwoordig onvoldoende transparantie of invloed op de prijsvorming, met name binnen coöperaties. En aangezien een groot deel van de melkproducenten lid is van een coöperatie, zal er voor veel melkveehouders in de praktijk weinig veranderen en zal de huidige status quo grotendeels blijven bestaan.” In andere landbouwsectoren hebben lidstaten zelfs de mogelijkheid om te besluiten dat schriftelijke contracten helemaal niet nodig zijn.
“Zonder deze enorme mazen in de wetgeving te dichten, zal de situatie van landbouwers niet voldoende verbeteren om actieve landbouwers in productie te houden, jongeren een reëel perspectief te bieden en hen aan te moedigen om in de sector te gaan werken”, besluit de EMB.






