Startpagina Granen

Naar een optimale teelt en valorisatie van brouwgerst

Landbouwers zijn steeds meer op zoek naar alternatieve teelten om verschillende redenen zoals: risicospreiding, rendabiliteit, het inlassen van een rustgewas of van een minder intensieve teelt, het verruimen van teeltrotatie… Hiervoor wordt er gekeken naar nieuwe teelten, maar eveneens naar oude bekenden, zoals brouwgerst, bemerkt het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG).

Leestijd : 7 min

Het LCG ziet bovendien vanuit de mouterij- en brouwerijsector een toenemende interesse in lokale brouwgerst. Ze wijzen erop dat in Vlaanderen en Wallonië reeds verschillende initiatieven lopen die inzetten op de ontwikkeling van een lokale brouwgerstketen. In de praktijk blijken dergelijke initiatieven echter niet zonder uitdagingen.

Het Vlaio LA-project Grow2Brew zet daarom in op het optimaliseren van alle deelaspecten van de brouwgerstteelt in Vlaanderen. Om agronomische redenen ligt de focus op winterbrouwgerst, maar gezien het gekende imago van zomergerst voor brouwerijtoepassingen, worden uiteraard ook proeven met zomerbrouwgerst uitgevoerd.

Het doel van Grow2Brew is om professionele graantelers te ondersteunen met onderbouwde kennis en praktische handvatten, zodat zij een kwalitatief hoogstaand product kunnen afleveren aan de mouterij. Op die manier kan brouwgerst opnieuw een duurzame en volwaardige plaats innemen binnen het teeltplan van graantelers en bijdragen aan een ruimere en robuustere vruchtwisseling.

Binnen het Vlaio LA-project ‘Grow2Brew’, onderzochten Inagro, Proefhoeve Bottelare, HoGent en UGent ook het potentieel van zomerbrouwgerst. De resultaten zijn duidelijk: de teelt werkt in Vlaanderen, op voorwaarde dat er aandacht is voor rassenkeuze, correcte bemesting en een doordachte teeltstrategie.

Rassen zomerbrouwgerst in proef

In 2024 en 2025 werd telkens op 2 locaties, door Proefhoeve Bottelare (Hogent-UGent) en Inagro, een rassenproef aangelegd met zomerbrouwgerst. De proeven werden in 2024 aangelegd op verschillende bodemtypes (lichte zandleem en klei) en in 2025 was dit in beide gevallen op een lichte zandleembodem. Op beide locaties werd de proef aangelegd volgens een gangbare praktijkteelt, met aandacht voor een correcte bodembewerking, zaaidatum, bemesting en fytotechniek.

De proeven werden opgevolgd met focus op gewasontwikkeling, ziektegevoeligheid, vorming van secundaire scheuten, legeringsgevoeligheid, opbrengst en kwaliteit (eiwitgehalte). Door de proeven over 2 jaren en 2 locaties te spreiden, kon ook het effect van weersomstandigheden en perceelsverschillen meegenomen worden in de interpretatie van de resultaten.

Resultaten 2024

In 2024 waren de teeltomstandigheden niet optimaal. Na een zeer natte winter, die vaak ook een minder goede bodemstructuur achterliet, kon er pas laat gezaaid worden, zeker op de locatie in Merelbeke.

De koudere en natte weersomstandigheden hielden ook nog even aan, wat finaal resulteerde in een eerder lager opbrengstniveau. Tabel 1 geeft een overzicht van de gemiddelde opbrengsten bij 15% vocht- en eiwitgehalte van de uitgezaaide rassen in Merelbeke en Koksijde in 2024. De lagere opbrengst verklaart deels een wat hoger eiwitgehalte. In de meeste gevallen was er een overschrijding van de norm van 11,5% op droge stof voor brouwgerst.

09-zomerbrouwgerst-01-web

De rassen LG Flamenco, KWS Thalis en Lexy haalden op beide locaties een hogere opbrengst. Het eiwitgehalte neigt bij beide rassen dan ook naar een lagere waarde in vergelijking met veel andere rassen. Bij een aantal andere rassen was het resultaat minder consistent op beide locaties. In Merelbeke bleken de rassen Amidala, LG Flamenco, LG Tosca en SY 421071 het meest gevoelig voor ramularia en roest. Het ras Sting vertoonde de laagste ziektedruk.

Resultaten 2025

De weersomstandigheden waren in 2025 een stuk beter in vergelijking met 2024. De drogere weersomstandigheden lieten toe om in maart te zaaien in Melle en Beitem (zie tabel 3). Na de zaai kwam er een vrij koude periode met relatief weinig neerslag. Eind mei en ook begin juli kwam er wel wat neerslag in een overigens gemiddeld droog voorjaar. Vanaf half juni stegen de temperaturen sterk en dit hield gemiddeld wel aan tot bij de oogst.

Over het algemeen was de ziektedruk zeer laag en konden er kleine verschillen tussen de rassen waargenomen worden. Enkel bij de ramularia-aantasting waren er significante verschillen, waarbij Lexy significant het meest gevoelig bleek en KWS Enduris en Belter significant het minst gevoelig. Ook Skyway, SY Arrow, Laureate en SY 421082 bleken iets gevoeliger voor ramularia te zijn. Verder bleken Belter, Lexy, Skyway, SY Arrow, Laureate en SY 421082 over het algemeen ook iets gevoeliger voor netvlekkenziekte en roest te zijn.

Tabel 2 geeft een overzicht van de gemiddelde opbrengsten bij 15% vocht- en eiwitgehalten van de rassenproef in Melle en Beitem in 2025. De opbrengsten waren deze keer heel wat hoger in vergelijking met 2024.

In Melle werd een gemiddelde opbrengst van ongeveer 7,0 ton/ha gerealiseerd. RGT Planet, Bella Donna, Laureate en KWS Enduris scoorden hier boven het gemiddelde. SY Arrow, Lexy en Skyway bleven qua opbrengst iets achter. Het gemiddelde eiwitgehalte lag met 10,9% binnen de normen voor brouwgerst (tussen 9 en 11,5%). De verschillen in eiwitgehalte tussen de rassen waren dan ook zeer beperkt.

09-zomerbrouwgerst-02-web

In Beitem lagen de opbrengsten nog hoger, met gemiddeld ongeveer 7,7 ton/ha. SY Arrow, Bella Donna, Belter en Laureate realiseerden hier de hoogste opbrengsten. Skyway en Lexy bleven ook op deze locatie onder het gemiddelde. Het gemiddelde eiwitgehalte bedroeg 11,6%, waarbij Bella Donna en SY Arrow relatief lage eiwitgehalten combineerden met een hoge opbrengst. Het eiwitgehalte lag hier toch wel iets hoger dan de norm. De bijkomende late gift van kunstmest op 8 mei, in combinatie met drogere omstandigheden, gaf vervolgens allicht aanleiding tot verlate beschikbaarheid van de nutriënten en tot een hoger eiwitgehalte.

Relatief weinig rassen werden in beide jaren getest. Toch valt het op dat het ras Laureate zijn opbrengstpotentieel duidelijk toont in 2024 en 2025 op de verschillende locaties. Ook de rassen RGT Planet en KWS Thalis scoorden zowel in 2024 als in 2025 goed, met opbrengsten rond het gemiddelde.

Het ras Lexy presteerde daarentegen in 2025 minder goed dan in 2024. Tot slot moet er inzake rassenkeuze nog opgemerkt worden dat in de praktijk het ras Laureate de laatste jaren als zomerbrouwgerst vaak nog gezaaid wordt laat in het najaar (novemberzaai). De late zaai maakt dan dat het ras niet te sterk ontwikkeld de winter ingaat en uiteraard door de groeivoorsprong het komend jaar dan een grotere opbrengst kan halen. Binnen het Grow2Brew-project konden we wel al aantonen dat deze praktijk niet zo maar aan te raden is bij elke zomergerstvariëteit.

Zomerbrouwgerst telen kan in Vlaanderen, op voorwaarde dat er aandacht is voor rassenkeuze, correcte bemesting en een doordachte teeltstrategie.
Zomerbrouwgerst telen kan in Vlaanderen, op voorwaarde dat er aandacht is voor rassenkeuze, correcte bemesting en een doordachte teeltstrategie. - Foto: LCG

Teelttechnische aanpak

De proeven werden aangelegd na uiteenlopende voorvruchten. Dit weerspiegelt de praktijk waarin zomerbrouwgerst vaak wordt ingepast na verschillende teelten. De stikstofbemesting werd in alle proeven in 1 of 2 fracties toegediend en werd uitgevoerd volgens het advies van de Bodemkundige Dienst van België (BDB). Er wordt aangeraden om dit advies het best zo correct mogelijk op te volgen.

Zowel een te hoog (>11,5%) als een te laag (<9%) eiwitgehalte is ongunstig voor de moutkwaliteit en heeft een afkeuring van de geoogste gerst als brouwgerst tot gevolg. Verder moet er ook rekening gehouden worden met het tijdstip van bemesting. Wanneer de tweede fractie te laat toegediend wordt, zal de stikstof te laat vrijkomen en bijgevolg resulteren in een hoger eiwitgehalte.

Alles hangt natuurlijk ook af van de weersomstandigheden. Er wordt het best gestreefd naar een evenwicht tussen opbrengst en eiwitgehalte, rekening houdend met bodemtype, voorvrucht en teeltomstandigheden. In de praktijk zie je bij zomerbrouwgerst dat de N-bemesting niet meer gefractioneerd wordt en dat men vaak zelf ook een lagere dosis gaat toedienen. Wanneer men te laag bemest, kan dit resulteren in een te laag eiwitgehalte, wat ook niet gewenst is.

Wat gewasbescherming betreft, waren er duidelijke verschillen tussen de jaren. In 2024 was de ziektedruk hoog en waren 1 of 2 fungicide toepassingen noodzakelijk. In 2025 bleef de ziektedruk zeer laag, waardoor het toepassen van fungiciden niet noodzakelijk was. Dit benadrukt dat een gerichte opvolging van het gewas belangrijk blijft en dat behandelingen niet systematisch nodig zijn, maar afhankelijk zijn van de omstandigheden in het veld.

09-zomerbrouwgerst-03-web

Het toepassen van groeiregulatoren bleek bij zomerbrouwgerst in deze proeven minder noodzakelijk. Bovendien werd vastgesteld dat het gebruik van groeiregulatoren aanleiding kan geven tot een verhoogde vorming van secundaire scheuten, wat niet altijd wenselijk is in functie van opbrengst en kwaliteit. Een afgewogen inzet, afgestemd op gewasstand en legeringsrisico, blijft daarom aangewezen.

Er kan opgemerkt worden dat de teelttechniek toch vrij intensief was in beide groeiseizoenen, maar dit was ook een stuk gericht op het creëren van optimale omstandigheden waar het potentieel van het ras kan getoond worden. In de praktijk kiest men allicht, zoals eerder geschetst, beter voor een meer extensievere aanpak. Die komt dan meteen ook ten goede aan de kwaliteit, zij het dat de opbrengst dan wellicht iets lager is. Zomerbrouwgerst kan echt als low input- teelt en rustgewas beschouwd worden en kan bij een tijdige inzaai en oogst kansen geven om nog een groenbedekker tijdig in te zaaien.

Teeltmogelijkheden in 2026?

Dit jaar hebben landbouwers wellicht meer interesse in de teelt van brouwgerst in vergelijking met voorgaande jaren, gezien de specifieke gekende situatie in de suikerbietteelt, de moeilijke onderhandelingen in de vollegrondsgroenten en de moeilijkheden in de aardappelsector. De teelt van zomerbrouwgerst als rustgewas integreren in de vruchtwisseling biedt kansen.

Op dit moment is er tijdelijk een overaanbod in de markt na een zeer goede oogst en kwaliteit in 2025. Toch bieden een aantal afnemers uit de sector toch teeltmogelijkheden aan waarbij, bovenop de Fegra-basisprijs voor voedergerst, een premie betaald wordt voor een brouwgerst die voldoet aan de kwaliteitseisen op het vlak van zuiverheid, eiwitgehalte, voldoende kiemkracht en het niet voorkomen van gushing . Dit laatste is een fenomeen waarbij, vaak gelinkt aan een te hoge schimmellading op de gerst, een overmatige schuimreactie bij het bier bekomen wordt.

Het bedrijf Mouterij Albert uit Puurs werkte in 2022 al met kwalitatieve Belgische zomerbrouwgerst en is geïnteresseerd. Zij werken vandaag de dag al samen met Arvesta, maar dan voornamelijk met winterbrouwgerst.

De mouterij Boortmalt is dan weer geïnteresseerd in kwalitatieve regeneratieve brouwgerst. Zij werken hiervoor samen met de coöperatieve CultivAé uit Perwez. In dit geval kan een landbouwer op een laagdrempelige wijze de principes van regeneratieve landbouw gaan toepassen op zijn bedrijf en, afhankelijk van het niveau dat hij behaalt, kan ook een meerprijs bekomen worden. De principes van regeneratieve landbouw omvatten het alleen of gecombineerd inzetten van groenbedekkers, minimale grondbewerking, voorkeur voor organische mest versus kunstmest, gewasrotatie, het bevorderen van biodiversiteit... Ook Mouterij Dingemans is enthousiast en nog zoekend naar regeneratieve Belgische zomerbrouwgerst.

Er moet voor de 3 genoemde afzetkanalen opgemerkt worden dat het mogelijk zelf tijdelijk kunnen stockeren (eventueel in samenwerking met andere landbouwers) hier wel de voorkeur geniet of zelfs noodzakelijk is.

Valérie Claeys, Joos Latré en Dana Vanderputten (Hogent, AgroFood Nature Proefhoeve Bottelare Hogent- UGent)/Jonas Claeys (Inagro)/Wendy Odeurs (BDB)

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Vlaio LA-traject Grow2Brew ‘Naar een optimale teelt en valorisatie van brouwgerst in Vlaanderen’

Lees ook in Granen

Meer artikelen bekijken