Startpagina Maïs

Hoe pak je doornappel efficiënt aan?

Doornappel is aan een opmars bezig in Vlaanderen. Op heel wat percelen komt de plant voor en hier en daar zijn percelen zelfs al zwaar besmet. Alle plantendelen, maar vooral zaden, bloemen, wortels en onrijpe doosvruchten, zijn giftig, ook voor rundvee. Het verwijderen en bestrijden van doornappel is nodig en is vanaf dit jaar ook een major controlepunt in de IPM-controlelijst.

Leestijd : 4 min

Doornappel, dolappel, duivelskruid of mollenkruid ( Datura stramonium , in het Engels Jimson Weed ) behoort tot de nachtschadefamilie ( Solanaceae ), zoals zwarte nachtschade, aardappel en tomaat. Deze agressief-invasieve plant is van oorsprong Noord-Amerikaans, maar komt nu in vele regio’s met gematigd of tropisch klimaat voor. Zo ook op vele plaatsen in Vlaanderen.

Doornappel kan tot 2 m hoog worden (half struikachtig). De plant houdt van warmte en vocht en gedijt goed op zonnige, droge plaatsen en op rijke (bemeste, kalkhoudende) bodems. Na kieming vertoont de kiemplant zijn typisch kort gesteelde, lancet- tot priemvormige kiembladeren, die langer zijn dan of even lang als de eerste echte bladeren. De alleenstaande en gesteelde bladeren zijn onregelmatig van vorm met brede tanden. De bladeren zijn niet behaard en de bovenzijde van de bladeren is donkerder dan de onderzijde.

De 5 tot 10 cm lange trechter- of trompetvormige bloemen zijn lang, evenals de kelk, die vijfkantig is. De bloeiperiode loopt van juni tot en met september-oktober. De bloemen zijn wit, soms paars aangelopen. Ze staan in de oksels van de 8 tot 20 cm lange bladeren. De doosvrucht is eivormig en vaak gestekeld. De doosvrucht (3 tot 5 cm), die na rijping gedurende de zomer openspringt, bevat honderden zwarte, niervormige zaden.

Bestrijding van doornappel – het voorkomen van zaadvorming – is vanaf dit jaar dus altijd verplicht. Het kan via mechanische of chemische bestrijding.

Mechanische bestrijding

Doornappel kiemt vanuit het zaad als de temperatuur boven 20 °C komt (vanaf juni/juli) en het liefst op een zonnige plaats met ruimte. Percelen met aar-dappelen of laat gezaaide maïs zijn op dit vlak dus ideaal. Je kan doornappel in die omstandigheden in principe goed te lijf gaan met de wiedeg. Doe dit het liefst nog in het wittedraadstadium, voordat het kiemplantje bovengronds zichtbaar is. Schoffelen met messen moet vroeg genoeg gebeuren, om te vermijden dat er te veel biomassa in het gewas blijft liggen, met kans op vervuiling van het geoogste gewas.

Chemische bestrijding

Bepaalde bodemherbiciden werken op doornappel, maar de werking hangt sterk af van het bodemvocht. Bij regen na de toepassing gaat de bestrijding beter en duurt de nawerking langer. In een droog seizoen is het lastiger. Bovendien kiemt doornappel vrij laat. Als je de bodem na chemische bestrijding nog beroert via mechanische onkruidbestrijding, wordt de bodemwerking veelal tenietgedaan. Er zijn ook weinig contactherbiciden ter beschikking die inwerken op doornappel. Belangrijk is dat de onkruiden nog klein zijn om een goede werking te verkrijgen. Meer info over werkzame producten vind je via de weblink onderaan dit artikel.

Een volwassen doornappelplant: de alleenstaande en gesteelde bladeren zijn onregelmatig van vorm met brede tanden.
Een volwassen doornappelplant: de alleenstaande en gesteelde bladeren zijn onregelmatig van vorm met brede tanden. - Foto: LCV

Wat op zwaar besmette percelen?

Op zwaar besmette percelen kan de oogst en het gebruik van het gewas in vraag worden gesteld. Voor menselijke consumptie gelden strenge normen en het triëren van het graan wordt al snel te kostelijk. Gezien de giftigheid van alle plantendelen is het vervoederen van gewassen met veel doornappel aan vee ook af te raden. Verder is versleping via oogstmachines een reëel risico. Vergeet dus niet je machines te reinigen! Toch kan het oogsten, inclusief van de zaaddozen van de doornappel, voorkomen dat het zaad op het perceel terechtkomt en dat de besmetting toeneemt.

Trek overblijvende planten handmatig uit (met handschoenen!), verwijder ze van het veld en vernietig ze, ook de zaaddozen. Vernietigen kan het best in de verbrandingsoven via het restafval. Dat is de beste manier om de besmetting te reduceren. Let op, want ook na het uittrekken kan de plant nog kiemkrachtige zaden vormen.

Als er veel zaad op de bodem terechtkomt, kan de besmetting in het volgende seizoen sterk toenemen. Het risico op een langdurige besmetting is dan reëel. Ploeg niet, zodat het zaad aan de oppervlakte blijft. Beheer het zwaar besmette (deel van het) perceel het volgende jaar in functie van de bestrijding voor een maximaal effect. Leg een vals zaaibed aan tegen juni-juli en bestrijd de opkomende doornappel (mechanisch en/of chemisch) vóór de bloei.

Een andere optie is kiezen voor een teelt waarin lang met de wiedeg kan worden gewerk in combinatie met het gebruik van bodemherbiciden, zoals bijvoorbeeld aardappelen of laat gezaaide maïs. Gras zaaien en regelmatig maaien kan enerzijds voorkomen dat doornappel zich ontwikkelt en reproduceert, anderzijds zal een deel van het zaad latent in de zaadbank achterblijven.

Matthieu Frijlink (ILVO)

Meer informatie vind je op www.rundveeloket.be/doornappel. Je vindt er onder meer een video over de bestrijding met een onkruidstrijker. Met dank voor de technische input en expertise van Danny Callens (Inagro) en Thijs Vanden Nest (ILVO).

Lees ook in Maïs

Bezint eer ge begint met onderzaai van gras

Teelttechniek maïs De vakgroep Plant en Gewas van de Universiteit Gent onderzocht 7 opeenvolgende proefjaren of de onderzaai van rietzwenkgras in maïs voordelen oplevert. Dit blijkt niet zo evident. Het slagen van de onderzaai is immers wisselvallig en redelijk onvoorspelbaar.
Meer artikelen bekijken