Antwerpen behoudt eigen interpretatie van stikstofmaatregel
De provincie Antwerpen houdt als enige provincie vast aan de eigen interpretatie van de stikstofmaatregel inzake reductie van het aantal dieren. Om aan 5% reductie te komen, kunnen rundveehouders tijdelijk 5% minder dieren houden. Enkel in Antwerpen is die reductie niet tijdelijk maar definitief. Een motie om dit te verhelpen werd op 26 maart weggestemd door de meerderheidspartijen in de provincieraad.

Het Stikstofdecreet, in 2024 goedgekeurd op Vlaams niveau door N-VA, cd&v en Open Vld (nu Anders), legt rundveehouders een tussentijdse emissiereductie op van 5% voor dit jaar. Om aan die 5% te komen, kunnen rundveehouders dierplaatsen tijdelijk buiten gebruik stellen, omdat er nog niet voor alle categorieën voldoende emissiereducerende maatregelen (stalvloeren en dergelijke) kunnen genomen worden. Van zodra die lijst met maatregelen aangevuld is, kunnen veehouders er dan in principe voor kiezen om ofwel later die maatregelen in te zetten of hun aantal dieren blijvend te verminderen. De provincie Antwerpen, bestuurd door N-VA en Vooruit, stelt als enige provincie dat ‘tijdelijk’ altijd ‘definitief’ is.
Richtlijn is niet genoeg
Volgens de N-VA staat in het Stikstofdecreet niet concreet ingevuld of het om een tijdelijke of een structurele buitengebruikstelling gaat. Minister Brouns heeft dat hiaat volgens N-VA ingevuld door eigen richtlijnen, maar het is volgens hen nog de vraag of zulke interpretaties die decreetbepaling kunnen aanvullen of verduidelijken. De provincie Antwerpen heeft de visie dat het aantal dierplaatsen een element is dat tot de essentiële kern van een omgevingsvergunning behoort en niet zomaar als een tijdelijke, bijzondere voorwaarde kan worden opgenomen. Daarmee is het de enige provincie die deze visie over de richtlijnen volgt.
De kwestie werd reeds besproken in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement, waar minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) aangaf dat hij hoopte dat de provincie Antwerpen nog zou bijdraaien en tegelijk aangaf dat hij als minister niet kon ingrijpen in de beslissingen van de provincie. Dat is een bevoegdheid van minister Hilde Crevits (cd&v).
Motie verworpen
Op de provincieraad van 26 maart hadden de oppositiepartijen cd&v en Vlaams Belang elk een motie ingediend om het tijdelijk reduceren van de dierplaatsen alsnog mogelijk te maken. Het indienen van de maatregelen voor de 5 % reductie moet door de veehouders gebeuren tegen 31 maart. Vlaams Belang heeft zijn motie ingetrokken als steun aan de motie van cd&v. Op de zitting van de provincieraad waren een aantal landbouwers en een delegatie van Algemeen Boerensyndicaat (ABS) aanwezig als steun voor de moties. De motie van cd&v werd verworpen door de meerderheidspartijen N-VA en Vooruit. Opmerkelijk is dat Jinnih Beels van Vooruit, die in Antwerpen gedeputeerde is voor Landbouw, de motie wel steunde.
“Iedereen is gelijk voor de wet, maar dan moet de wet ook voor iedereen gelijk toegepast worden. Of een motie nu komt vanuit de meerderheid of de oppositie, ik moet daarin consequent zijn, zodat ik de landbouwers in de ogen kan blijven kijken. Al zeker als de kern raakt aan iets wat volledig buiten het bestuursakkoord valt, waar ik voor alle duidelijkheid altijd loyaal aan zou zijn”, stelt Jinnih Beels van Vooruit.
ABS betreurt de gang van zaken. “Veehouders staan met het mes op de keel en veel keuzes hebben ze niet. Voor sommigen was de tijdelijke buitengebruikstelling van dierplaatsen de enige optie. Alleen in Antwerpen is tijdelijk veranderd in definitief”, besluit Mark Wulfrancke van ABS.





