Startpagina Akkerbouw

Herrie rond Vlaams mestbeleid

De Brusselse beslagrechter heeft de Vlaamse Regering veroordeeld voor falend mestbeleid. Daar is een dwangsom van inmiddels bijna 500.000 euro mee gemoeid. Maar minister Jo Brouns (cd&v) lijkt voorlopig niet zinnens om zich daar bij neer te leggen.

Leestijd : 4 min

Op de bijeenkomst van de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement zei de minister op 21 april dat hij tegen deze zaak in beroep gaat. De procedure is hangende maar Brouns trad niet in detail.

Mestbeleid faalt

Commissielid Mieke Schauvliege (Groen) gooide de minister andermaal voor de voeten dat volgens de Bond Beter Leefmilieu, Dryade, Greenpeace, Natuurpunt en World Wildlife Fund for Nature (WWF) het mestbeleid in Vlaanderen faalt. Volgens deze organisaties neemt de overheid onvoldoende maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Na 2 eerdere veroordelingen volgde er nu een derde waardoor de dwangsommen inmiddels oplopen tot bijna een half miljoen euro.

Volgens de aanklagers zeggen recente cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij dat in het winterseizoen 2025-2026 op meer dan 1 op de 5 meetpunten de Europese drempelwaarde van 50 mg/l nog steeds overschreden wordt. De waterkwaliteit in landbouwgebied blijft volgens hen ook met de maatregelen van MAP 7 ondermaats.

Geloven in overleg

Minister Jo Brouns zei verbaasd te zijn over de hele zaak. Die werd aangespannen door de organisaties die mee aan tafel zitten. De maatregelen die werden uitgevoerd, zijn volgens de minister samen met de betrokken organisaties en de landbouworganisaties overeengekomen.

Brouns benadrukt dat hij gelooft in dat overlegmodel. Hij stelt tegelijk vast dat na minder dan een jaar na de uitvoering dat akkoord al in vraag wordt gesteld. Dat die organisaties pleiten dat de maatregelen die zij mee hebben opgemaakt, niet volstaan en ze daartoe 1.000 euro per dag moeten krijgen van de Vlaamse overheid bevreemdt hem.

In het regeerakkoord werd volgens minister Jo Brouns afgesproken dat er bijsturingen zullen worden gedaan als uit de monitoring in 2025 en 2026 blijkt dat die nodig zijn om de waterkwaliteitsdoelen te halen. Het jaar 2026 is nog maar net is gestart en dus kan de minister daarover nog geen definitieve uitspraken doen. Hij maakte wel duidelijk dat hij daartoe in 2026 alle ruimte wil geven aan de verschillende stakeholders, aan al die organisaties in de befaamde Opvolgingscommissie Mestactieplan (OMAP) om daarover opnieuw aan tafel te gaan. De minister zal zorgen dat er een beleid wordt gevoerd dat op het terrein uitvoerbaar is en dat resultaten oplevert.

Tweejaarlijkse evaluatie

Zoals decretaal voorzien, wordt de gebiedstype-indeling tweejaarlijks geëvalueerd. De aangepaste gebiedstype-indeling zal ingaan vanaf 2027. Op basis van deze aangepaste gebiedsindeling zullen de maatregelen op het terrein strenger of milder worden. Begin 2027 treden er auto-executieve maatregelen in werking in die gebieden waar de doelen niet zijn gehaald. Een eerste maatregel is dat er op percelen in gebiedstype 3 waarop een nitraatgevoelige teelt wordt verbouwd, maximaal 100 % van de maximale bemestingsnorm voor werkzame stikstof en dierlijke mest mag worden opgebracht.

Ten tweede moet op percelen in gebiedstype 3 waarop maïs wordt verbouwd, de bemestingsreductie voor werkzame stikstof 35 % in plaats van 30 % bedragen. Ten derde worden er in gebiedstype 2 en 3 verlaagde nitraatresidudrempelwaarden ingevoerd voor maïs, aardappelen en specifieke teelten.

In kot opgesloten

Schauvliege liet tijdens het debat duidelijk merken dat ze met het ministeriële antwoord geen genoegen neemt. Ze verwees naar de vorige legislatuur toen minister Demir (N-VA) volgens haar ‘de landbouworganisaties en de milieuorganisaties in één kot heeft opgesloten en hun gezegd heeft dat ze de onderhandelingen pas mochten stoppen wanneer ze een akkoord hadden bereikt over MAP 7.’

De milieuorganisaties beweren dat de afspraak was dat “als door een model wordt berekend dat wat hier is afgesproken, onvoldoende kwaliteitsverbetering zou teweegbrengen, er onmiddellijk aanscherpingen moeten gebeuren. Het is dus helemaal niet zo dat zij tot een akkoord zijn gekomen dat pas over 3 of 4 jaar mag worden geëvalueerd”, meent Schauvliege. Volgens haar is er geen akkoord tussen de milieuorganisaties en de landbouworganisaties over wat er precies moet gebeuren.

Empirisch werken

Bart Dochy (cd&v) ziet dat anders. Hij beweerde dat iedereen wist dat MAP 7, zoals het is uitgeschreven in samenspraak met de landbouworganisaties en de natuurorganisaties, volgens het bestaande model niet volledig kon worden doorgerekend. Daarom werd de keuze gemaakt om empirisch te werken en te meten wat de resultaten zijn van de belangrijke inspanningen die de landbouwers leveren.

Bij monde van Arnout Coel (N-VA) verheugde zijn partij zich in de stappen die op het terrein zijn vooruitgezet. Het decreet is al in december, 2 maanden na de start van de regering, goedgekeurd. Het heeft het voordeel dat er nu al het tweede mestseizoen mee kan worden gewerkt.

Fons Jacobs

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken