Hoe bouw je een eerlijkere hectarepremie?
Een hervorming van de areaalsteun moet de verdeling van de directe inkomenssteun voor boeren eerlijker maken, maar de lidstaten willen nog flink sleutelen aan het voorgestelde systeem.

Er wordt naarstig getimmerd aan het volgende Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). De Europese Commissie is onder meer van plan om de inkomenssteun te hervormen. Vooral de hectarepremie mist haar doel. De grootste landbouwbedrijven ontvangen de meeste steun, terwijl de steun juist naar boeren moet gaan die deze ‘het hardst nodig hebben’, aldus Christophe Hansen, Eurocommissaris voor Landbouw. Niet onbelangrijk: een eerlijkere verdeling van de beperkte middelen komt ook het imago van het gevoerde beleid te goed, geeft Hansen toe.
De belangrijkste mechanismes achter een eerlijkere verdeling van steun zijn een glijdende schaal (degressiviteit) en plaffonering. De jaarlijkse steunbetalingen boven de 20.000 euro worden stapsgewijs verlaagd, met een harde bovengrens van 100.000 euro.
“Het is duidelijk dat landbouwbedrijven profiteren van schaalvoordelen”, zegt Hansen. Grotere landbouwbedrijven zullen financieel niet slecht boeren en verdienen dan ook niet meer steun omdat ze een groter bedrijfsareaal bewerken. Vanaf een bedrijfsareaal van 185 ha is de glijdende schaal van toepassing volgens Hansen. Bij het plafond gaat het om landbouwbedrijven die anders meer dan 255.000 euro steun ontvangen, en gemiddeld 3.170 ha bewerken.
Spaargeld
Het geld dat hiermee bespaard wordt, moeten lidstaten herinvesteren in economisch kwetsbare landbouwers. Het gaat om kleine landbouwers, vrouwelijke landbouwers, landbouwers in gebieden met natuurlijke beperkingen, gemengde bedrijven, gezinsbedrijven en jonge landbouwers. Kortom, groepen die volgens onderzoek structureel minder verdienen dan gemiddeld, en daarom meer steun verdienen.
Lidstaten kunnen het overschot ook gebruiken om landbouwbedrijven te moderniseren en meer concurrentieel te maken. Dat geld mag zelfs naar grote bedrijven gaan, aldus Hansen. “De lidstaten kiezen hoe ze het geld gebruiken dat bespaard blijft door degressiviteit en plafonnering. Het zit nog steeds in het budget van de lidstaat.” Een andere mogelijkheid is landbouwbedrijven verder verduurzamen door milieudiensten meer te belonen.
Er komt ook een Europese definitie van actieve landbouwers. Tot nu toe was er geen verplichting op Europees niveau om enkel steun te verlenen aan landbouwers in hoofdberoep. In Vlaanderen bestaat er al langer een definitie van actieve landbouwer als basisvoorwaarde voor het ontvangen van steun binnen het GLB. Sinds vorig jaar kwam daar de voorwaarde bij dat minstens één zaakvoerder binnen het landbouwbedrijf geen rustpensioen mag ontvangen. Nu stelt ook de EU iets vergelijkbaars voor: tegen 2032 zouden boeren die de pensioenleeftijd hebben bereikt geen hectarepremies meer mogen ontvangen, ‘om landmobiliteit naar jonge boeren te stimuleren’.
Meer flexibiliteit
Er is best wel al wat flexibiliteit ingebouwd in het voorstel van de Europese Commissie. Zo kunnen lidstaten zelf kiezen hoe ze de steun voor kwetsbare boeren verhogen, bijvoorbeeld door een hoger steunbedrag per hectare of een forfaitair bedrag dat de areaalsteun gedeeltelijk of geheel vervangt.
Uit een debat tijdens de Europese landbouwraad op 27 april blijkt dat veel lidstaten daarin nog verder willen gaan. Enkele lidstaten vroegen bijvoorbeeld de vrijheid om zelf de bedragen van de glijdende schaal en het plafond te mogen vastleggen, of zelfs de keuze te krijgen voor een opt-out.
De Europese landbouw is te divers om op Europees niveau regels vast te leggen, argumenteren zij. Grotere boerderijen zijn de norm in lidstaten als Estland en Zweden, waarbij zelfs de grotere landbouwbedrijven in die laatste lidstaat moeite hebben om het hoofd boven water te houden, aldus de Zweedse minister van Landbouw. De hervorming dreigt dan haar doel te missen door een te uniforme toepassing. Bovendien produceren grote landbouwbedrijven een groot deel van ons voedsel, waardoor dit systeem de voedselzekerheid in gevaar brengt volgens sommige lidstaten.
Sommige ministers noemen het discriminatie en illegaal om gepensioneerde boeren uit te sluiten van areaalsteun. Nog meer, het dreigt juist generatievernieuwing in gevaar te brengen en meer landbouwgrond uit productie te nemen. Ze vinden dat de EU moet opkomen voor jonge boeren met steunmaatregelen, niet door oudere boeren uit te sluiten. De EU moet op zijn minst de keuze laten bij de lidstaten, klinkt het.
Uitzondering voor jonge boeren
België steunde de vraag van lidstaten om zelf het precieze maximumbedrag en het regime voor de glijdende schaal te mogen kiezen, ‘weliswaar binnen een door de Unie vastgestelde bandbreedte’, aldus de Waalse landbouwminister Anne-Catherine Dalcq (MR), die ons land vertegenwoordigde op de landbouwraad. Dat moet voor een compromis zorgen tussen flexibiliteit en voor een gelijk speelveld voor Europese boeren, want België steunt wel het principe achter de glijdende schaal en het harde plafond.
Wel waarschuwt Dalcq voor de negatieve impact van degressiviteit en plafonnering op gezinsbedrijven en jonge boeren. Een aantal lidstaten vroegen daarom een uitzondering voor jonge landbouwers voor het herverdelingssysteem.
Dalcq vraagt ook om de keuze voor wie meer steun verdient niet alleen te baseren op het bedrijfsinkomen, zoals nu het geval is in het commissievoorstel, maar om ook andere objectieve criteria toe te laten. ”Het inkomen weerspiegelt de economische realiteit van landbouwbedrijven niet altijd nauwkeurig.” Tot slot vraagt België om rekening te houden met vennootschappen en groepen van natuurlijke en rechtspersonen bij de toewijzing van steun.
Externe convergentie
Eurocommissaris Hansen leek wel open te staan voor een eventuele uitzondering voor jonge boeren voor degressiviteit en plafonnering, bijvoorbeeld in combinatie met de voorgestelde verdubbeling van het budget voor deze groep. Na het debat was hij echter duidelijk: “De regels moeten op EU-niveau vastgesteld worden.” Eensgezindheid over de areaalsteun is belangrijk voor een gelijk speelveld voor boeren en voor een echt gemeenschappelijk GLB. Als het van Hansen afhangt, worden degressiviteit en plafonnering dan ook geen vrijwillige optie.
Sowieso is dit nog maar de start van maandenlange onderhandelingen over de directe inkomenssteun. Daarbij staat ook nog de jaren oude discussie rond externe convergentie op de agenda. Nu is er een groot verschil tussen de gemiddelde inkomenssteun in de verschillende lidstaten (minimum 118 en maximum 600 euro per hectare), wat nefast is voor het concurrentievermogen van sommige Europese boeren binnen de interne markt. Het is al langer de bedoeling dat het verschil kleiner wordt, wat natuurlijk vooral de steun krijgt van lidstaten wiens boeren erbij te winnen hebben. De Europese Commissie stelt nu een bereik voor van 130 tot 240 euro per hectare voor de areaalsteun.





