Startpagina Mechanisatie

Evolutie van het spuitmachinepark

Dit jaar werd in België reeds de elfde driejaarlijkse keuringscyclus voor spuittoestellen opgestart (2026-28). Het is dus tijd om de evolutie van het spuitmachinepark te schetsen voor wat betreft de veldspuiten.

Leestijd : 6 min

Er is opnieuw een daling van het aantal gekeurde veldspuiten in de tiende cyclus ten opzichte van de negende cyclus (zie tabel 1). Deze daling is niet alleen toe te schrijven aan het dalende aantal landbouwbedrijven, ook de strengere wetgeving draagt de laatste jaren bij aan de snellere daling van het aantal veldspuiten (verplichting van antidrupsysteem, driftreducerende technieken, fytolicentie, spoelwatertank... ).

tabel1-20-Evolutieveldspuiten-01-web
Bron: ILVO

Gemiddelde leeftijd van veldspuit stijgt

Een ander interessant gegeven is de evolutie van het bouwjaar. De gemiddelde leeftijd van de gekeurde veldspuiten was eind 1998 ongeveer 12 jaar, terwijl de gemiddelde leeftijd eind 2025 gestegen is naar ongeveer 23 jaar. Dit wijst op een sterk verouderd machinepark. Dit kan gelinkt worden aan de vergrijzing van de actieve landbouwers, investeringen die minder snel gemaakt worden en toestellen die zolang mogelijk gebruikt worden. Zelfs bij oude toestellen wordt er dikwijls gekozen om toch nog een spoelwatertank op te bouwen, om de gebruiksduur van het toestel te verlengen.

Verder kunnen we zien dat de gemiddelde werkbreedte van de toestellen met bijna 4,5 m is gestegen, wat bij de huidige schaalvergroting van de landbouwbedrijven een normale evolutie is. Toch is de totale gekeurde spuitboombreedte met ruim 22% gedaald doorheen de jaren. Dit wijst enerzijds op een efficiënter gebruik van elk spuittoestel (meer oppervlakte per spuittoestel), maar anderzijds ook op het dalende landbouwareaal in Vlaanderen.

Naast de werkbreedte kende ook de gemiddelde tankinhoud een duidelijke stijging van minder dan 800 l tot meer dan 1.500 l.

Figuur 1 toont de verdeling van de werkbreedtes in de tiende keuringscyclus. Voor de werkbreedtes 12, 15, 16 en 18 m worden gelijkaardige aantallen genoteerd van ongeveer 1.100 toestellen. Met ongeveer 1.500 stuks vormen de 21 m-toestellen de grootste groep. Verder zijn ook de spuittoestellen van 24, 27 en 33 m vrij populair. Voor wat betreft de zeer grote werkbreedtes zijn er 101 toestellen van 39/40 m en 14 met een werkbreedte van 45 m, de grootste werkbreedte die op dit moment gekeurd wordt in Vlaanderen.

Figuur 1: Aantal toestellen per werkbreedte in de tiende cyclus (2023-24-25).
Figuur 1: Aantal toestellen per werkbreedte in de tiende cyclus (2023-24-25). - Bron: ILVO

Spuitcomputer bijzonder populair

In tabel 2 kunnen we eveneens de evolutie van de gebruikte regelsystemen zien. Hierbij zien we een duidelijke stijging van het aantal toestellen met spuitcomputer (DPAe) ten nadele van toestellen met manuele regeling (DPM, CD) of mechanische volumeregeling (DPAm). Verder blijft het aandeel gedragen toestellen veruit het grootste, maar zitten zowel getrokken als zelfrijdende machines overduidelijk in de lift.

Aangezien in de keuringssoftware pas vanaf 2008 alle dopgegevens worden bijgehouden, zijn er wat betreft doptypes en maten maar gegevens beschikbaar voor de laatste 6 cycli. Toch kan op basis hiervan een duidelijke trend vastgesteld worden. Vooreerst zien we dat de klassieke spleetdop nu zeer snel terrein verliest op de luchtmengdop. Met de invoering van de verplichting in Vlaanderen om binnen de IPM-lastenboeken enkel nog driftreducerende doppen te monteren met minimaal 75% driftreductie is dit uiteraard logisch. Vanaf 2026 is dit trouwens 90% driftreductie binnen IPM.

Een ander interessant gegeven zijn de gebruikte dopmaten in Vlaanderen. De rode en blauwe ISO- dopmaat zijn nog steeds de meest gebruikte maten. Dit betekent dat de gangbare spuitvolumes in Vlaanderen zich situeren tussen de 200 en 300 l/ha. Behalve een lichte verschuiving van ISO 04 naar ISO 03 zijn er anders geen echt uitgesproken tendensen vast te stellen. Dat laat vermoeden dat het spuitvolume de laatste 15 jaar bijna ongewijzigd is gebleven in Vlaanderen.

Specifieke technieken

In de tiende cyclus werd op vraag vanuit de stuurgroep keuring spuittoestellen tijdens de keuring ook een bijkomende bevraging gedaan omtrent de aanwezigheid van een aantal specifieke technieken. Zo wordt bijvoorbeeld dit jaar een spoelwatertank verplicht in kader van IPM, terwijl méér dan 30% van de toestellen hiermee nog steeds niet is uitgerust. Nog frappanter is de afwezigheid van een terugslagklep in de aanzuig bij 90% van de toestellen wanneer oppervlaktewater aangezogen wordt.. Nochtans is deze terugslagklep voor IPM reeds sedert 2023 verplicht (tenzij er geen oppervlaktewater wordt gebruikt).

Ook CTS-systemen (closed transfer) zijn bijna niet gemonteerd, ondanks het feit dat fytofabrikanten hier vol op inzetten. In Nederland volgt hiervoor normaal zelfs een verplichting vanaf 1 januari 2027.. Verder zien we ook dat gps-systemen langzaam hun intrede doen, waarbij vooral rijhulpsystemen eventueel in combinatie met sectie/dopafsluiting aan belang winnen.

Ten slotte zien we ook een heel beperkt aantal toestellen waarbij variabele dosering op basis van taakkaarten tot de mogelijkheden behoort.

DPAe = spuitcomputerDPAm = mechanische volumeregelingDPM, CD = manuele regeling
DPAe = spuitcomputerDPAm = mechanische volumeregelingDPM, CD = manuele regeling - Bron: ILVO

Technische opmerkingen in de tiende cyclus

Tijdens de keuring worden de vastgestelde gebreken onderverdeeld in 3 categorieën. Een eerste categorie zijn de afkeuringen die binnen de 3 maand moeten hersteld worden. De tweede categorie zijn de gebreken die tegen de volgende keuringscyclus dienen hersteld te zijn, en een laatste categorie zijn de niet bindende raadgevende opmerkingen. Het opvolgen van deze raadgevingen kan wel zorgen voor een verbetering van de toestand of van het gebruiksgemak van het spuittoestel.

Hoewel het afkeurpercentage de vorige cycli rond de 12 à 13% stagneerde, zien we voor deze cyclus een aanzienlijke stijging van het totaal aantal afkeuringen (alle types toestellen) en wordt een percentage opgetekend van iets meer dan 15%.

Afkeuringen voor respectievelijk defecte manometer, grote lekken en doppen zijn gezamenlijk goed voor meer dan de helft van alle afkeuringen. Nochtans kunnen al deze afkeuringen perfect vermeden worden. Zo kunnen grote lekken (19,3%) gemakkelijk opgespoord worden door het toestel stationair te laten spuiten bij 4 bar en grondig te observeren op lekkages. Door tijdens het spuiten eveneens alle afsluitkleppen te bedienen (hoofdkranen en sectiekranen) kan gecontroleerd worden of deze correct afsluiten (11,6%). Verder staat de keuringsdienst toe om een reservedoppenset en/of -manometer los mee te brengen naar de keuring (te melden bij aanvang van de keuring). Bij een afgekeurde gemonteerde doppenset en/of manometer kan het toestel direct goedgekeurd worden met het reservemateriaal, op voorwaarde dat het defecte materiaal vrijwillig wordt achtergelaten op de keuring.

Stoornissen in de voedingsdarm (7,9%) duiden op problemen met drukverschillen tussen de secties onderling. Dit kan te wijten zijn aan een onevenwichtige sectieverdeling in combinatie met grotere dopmaten, of aan knikken/verstoppingen in voedingsdarmen na de verdeler.

Ook worden vrij veel problemen vastgesteld met spuitcomputers (7%). Die zijn dikwijls te wijten aan een slecht werkende flowmeter. Wanneer je tijdens het spuiten vaststelt dat het werkelijke spuitvolume niet meer overeenstemt met wat ingesteld werd, dan kijk je de flowmeter het best na op vervuiling of slijtage.

Verder zijn er nog een aantal minder frequent voorkomende afkeurgronden terug te vinden in het overzicht. De 6 belangrijkste zijn echter verant-woordelijk voor ongeveer 75% van de afkeuringen en kunnen, mits een controle vooraf of door de aanschaf van reservemateriaal, perfect vermeden worden. Ons advies is om dan ook altijd aandachtig de oproepgingsbrief na te lezen en om eventueel de website te consulteren, waar de afkeurgronden duidelijk uitgelegd staan.

Klasse II-gebreken

Bij de klasse II-gebreken zien we in eerste instantie problemen met kleinere lekken (23,3%) en met scharnieren (19,4%). Te slappe scharnieren kunnen bij stuurcorrecties zorgen voor een te sterk zwiepende spuitboom, met als gevolg plaatselijke over- en onderdoseringen. Daarom wordt daaraan op de keuring de nodige aandacht besteed.

Op de derde plaats vinden we slecht werkende antidrupsystemen terug (13,4%). Veelal gaat het hier om antidrupmembranen die te ver ingesleten/verstorven zijn. Het vervangen van deze membranen verhelpt meestal het probleem en het is aangewezen om ineens de membranen van alle spuitdophouders te vervangen. Eveneens zijn er ook nog problemen met hindernissen in het spuitbeeld, meestal ten gevolge van leidingen (7,8%). Ook stellen we soms problemen vast met de verticale stand van de spuitdophouders (10,1%). Verder vinden we nog een aantal andere minder frequent voorkomende gebreken terug in het overzicht.

Klasse III-gebreken

Als belangrijkste ‘adviserende opmerkingen’ (niet bindend) zijn problemen met de leesbaarheid van de inhoudsmarkering (19,8%), een slecht afgestelde compensatieregeling (15,2%) en problemen met de onderhoudstoestand (14%). Hoewel de klasse III- opmerkingen niet kritiek zijn voor een goede werking van het spuittoestel, verdient het toch aanbeveling om, waar mogelijk, de nodige aanpassingen te doen.

Hoewel velen de keuring vooral als een verplichting beschouwen, zorgt deze verplichting er wel voor dat elke eigenaar van een spuittoestel toch zeker 1 keer om de 3 jaar zijn toestel grondig moet (laten) nazien. Op de keuring worden de (grote) problemen gedetecteerd, en op het keuringscertificaat wordt interessante informatie meegegeven, die kan leiden tot een efficiënter en duurzamer gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met een correct werkend spuittoestel.

Op de website keuringspuittoestellen.ilvo.vlaanderen.be/nl tref je een schat aan informatie terug, waaronder alle info relevant voor en over de keuring van je spuittoestel. Je kan er ook je eigen keuringsverslag(en) via Djustconnect raadplegen, je voorbereiden op de keuring en alle types meldingen (verkopen, aankoop, buitengebruikstelling, afwezigheid…) zien.

Johan Declercq (ILVO)

Lees ook in Mechanisatie

Werktuigendagen voor de fruitteelt keren terug in miniversie

Beurzen Na enkele jaren afwezigheid maakt Sint-Truiden zich op voor de miniWTD’26 op zaterdag 20 juni. Hiermee brengt Studiekring Guvelingen telers, toeleveranciers, onderzoekers en studenten opnieuw samen op de terreinen van Hasp-O Stadsrand. De formule is compacter dan vroeger, maar de ambities zijn groot.
Meer artikelen bekijken