Startpagina Mechanisatie

Sleepslangmethode wordt verder verfijnd voor ideale mesttoediening

De sleepslangtechniek of navelstrengbemesting kent grofweg genomen de laatste 15 jaar een toegenomen populariteit in ons land. De techniek komt uit Nederland overgewaaid, maar onze Vlaamse loonwerkers passen hun machines steeds meer op maat aan en verfijnen ze naar eigen noden en inzichten.

Leestijd : 8 min

Een mooi voorbeeld hiervan zagen we bij Michael Boon (33 jaar) uit Diksmuide. Zijn grootvader was landbouwer en daar heeft Michael de microbe voor de sector van te pakken gekregen. Oorspronkelijk startte hij als loonwerker, maar ondertussen is zijn hoofdactiviteit ‘grond- en afbraakwerk’ geworden. Het sleepslangen is een landbouwactiviteit waarvan de draad terug werd opgepikt en waar verder op zal worden ingezet in de toekomst.

Michael Boon zag jaren terug al de mogelijkheden die sleepslangbemesten boden. “Het was een techniek die opkomst maakte, waar weinig aanbieders in waren en waar vraag naar was. Dat waren genoeg redenen om hierop in te zetten.”

Zijn eigen visie leidde zelfs tot het ontwerp van specifieke machines op maat door Michael Boon.

Terminologie verduidelijken

Misschien moeten we voor de duidelijkheid eerst even stilstaan bij enkele termen. Bij de term sleepslang kunnen 2 interpretaties ontstaan. Ofwel hebben we het over een bemestingsboom (een beetje vergelijkbaar met een sproeiboom), waarbij aan de bovenzijde snijverdelers staan die drijfmest via mestdarmen naar beneden verdelen. Via verticale slangen met vrije opening stroomt de drijfmest uiteindelijk zachtjes op de bodem. Sleufkouters, ketsplaatjes, schijven... komen hier niet aan te pas. Het is een vrij eenvoudig en goedkoop systeem om drijfmest toe te dienen. In Nederland kan deze mestinjecteur echter niet meer ingezet worden. In Vlaanderen is deze emissiearme aanwendingsmethode op grasland nog toegelaten tot 1 januari 2028. Voor akkerland vonden we geen ‘einddatum’ terug.

Een tweede interpretatie van de term ‘sleepslangen’ duidt op de methode waarbij aan de rand van het veld een pomp drijfmest naar de mestinjecteur op het land stuwt. De tractor of zelfrijder waar de mestinjecteur aangekoppeld is, sleept als het ware constant de aanvoerdarm met zich mee, vandaar de term sleepslangen. Ook wordt wel eens de benaming ‘navelstrengbemesten’ in de mond genomen, verwijzend naar de aanvoerslang waarmee pomp en injecteur constant verbonden moeten zijn.

Nat seizoen in Frankrijk

Vanuit de thuisbasis in Diksmuide was de stap richting Noord-Frankrijk voor Michael Boon snel gezet om er mest toe te dienen. Hiervoor had hij een sleepslangcombinatie met tractor ter beschikking. Hij liep er echter tegen een nat jaar aan en tegen de bijhorende ongemakken. Daarom werd er een oplossing gezocht én gevonden bij een zelfrijdende TerraGator. Deze gebruikte machine mét dumperopbouw kwam enkele jaren geleden op het bedrijf om de grond- en afbraakwerken te versterken. Deze machine stond op 4 rupsen, waardoor in natte omstandigheden toch nog grond vervoerd kon worden op de werf. Deze mogelijkheid werd verder uitgewerkt, om drijfmest te verdelen op het veld.

Michael Boon had al de mogelijkheid om achter zijn tractor een sleepslangboom (dus de uitvoering met verticale verdeelslangen) te monteren. Deze verdeelt drijfmest over een werkbreedte van 24 m. De sleepslangboom werd aangepast om op de TerraGator te monteren. De kipbak of dumperopbouw ging eraf, maar bleef beschikbaar voor het grondwerk. Michael en zijn broer Thomas (die zelfstandig technieker is) deden het nodige constructiewerk om de sleepslangboom op de TerraGator te monteren. Deze werd achter de cabine gemonteerd en boven de achteras kwam nog een draaikrans, waar zich het aankoppelpunt voor de aanvoerslang bevindt.

De TerraGator-zelfrijder op 4 rupsen met sleepslangboom dient drijfmest toe volgens het sleepslangprincipe/ navelstrengbemesting.
De TerraGator-zelfrijder op 4 rupsen met sleepslangboom dient drijfmest toe volgens het sleepslangprincipe/ navelstrengbemesting. - Foto: TD

Laag eigen gewicht met veel vermogen

Vorig jaar ging deze combinatie voor het eerst aan het werk, zowel in Frankrijk als in Vlaanderen. “Zo’n 80% van de tijd zit deze machine trouwens in Frankrijk, daarvoor is ze ook ontwikkeld.” Michael Boon wil in de toekomst verder inzetten op deze machine. “In Frankrijk merk ik een opkomende biogasmarkt waarvan het digestaat afzet moet vinden. Daar kunnen we op inspelen. Komen we nog een nat seizoen tegen, dan kunnen we ons dankzij de 4 driehoekige rupsloopwerken waar de TerraGator op staat, goed uit de slag trekken. Deze zijn zo’n 90 cm breed en 230 cm lang per stuk. Dat maakt dat de totale machine een voetafdruk van meer dan 8m2 heeft bij een totaal eigen gewicht van zo’n 9 ton. Welke combinatie of machine doet beter?”

Als je de machine van in de verte ziet aankomen, lijkt het wel een roofvogel die landt met zijn vleugels open, maar dan wel eentje met een spanwijdte van 24 m. Het viel ons op dat de motor van de TerraGator aan een heel laag toerental draaide tijdens het uitvoeren van zijn werk. Op de kopakker ging het gas wat meer open en maakte de motor een mooi brullend geluid, om dan terug rustig een nieuwe werkgang aan te vatten. “Vermogen op overschot, waardoor je aan een laag motortoerental kan werken en brandstof bespaart”, bemerkte Thomas Boon, chauffeur van dienst en broer van Michael. “Als de sleepslangboom in Vlaanderen (op grasland) niet meer kan, gaan we andere oplossingen moeten zoeken en ons moeten aanpassen. Maar ja, dat is het verhaal van de landbouw zeker? Je constant aanpassen aan veranderingen.”

Wanneer wij hem aan het werk zagen, lagen er op de boerderij gevulde drijfmestzakken klaar waarop een medewerker een pomp met stationaire motor had aangesloten. Tijdens ons bezoek werd de vloeibare mest vanop de boerderij via een aanvoerslang van 1,7 km naar de injecteur te velde gepompt. Op de tractor die de mestpomp verplaatst, zijn ook haspels gemonteerd, waar in totaal ergens zo’n 2,4 km aan mestdarm op opgerold zit.

Hoge capaciteit

“Je krijgt de hoogste capaciteit als één chauffeur de mestinjecteur bestuurt en met een draadloze afstandsbediening de mestpomp kan aansturen. Een tweede chauffeur kan dan op een buurtperceel mestdarmen gaan klaarleggen of terug oprollen en zo ben je constant nuttig bezig”, legde ons Thomas Boon uit. Hij prees de TerraGator op rupsen: “Je moet echt gaan zoeken in het bewerkte stuk land, waar juist de machine gereden heeft.”

“Het enige nadeel is dat voor het wegtransport de TerraGator op een dieplader achter de vrachtwagen moet. Ook deze dieplader hebben we aangepast, zodat we binnen de wettelijke transporthoogte blijven. De vrachtwagen en dieplader doen trouwens ook dienst voor de grond- en afbraakwerken.”

Thomas Boon is het niet eens met de stelling dat het makkelijker werken is met de sleepslangtechniek op een groot perceel. Dit moet soms opgedeeld worden in verschillende stukken, omdat anders de lengte van de aanvoerslang te groot wordt, maar omdat er ook te veel torsie of spanning op kan zitten door het draaien en keren. Tijdens ons bezoek zagen we hem aan het werk op een perceel van zo’n 50 ha. Dit werd in 2 opgedeeld voor de mesttoediening. “In Frankrijk zijn we soms op percelen van 100 ha en meer bezig. Je moet bij aanvang dus goed gaan nadenken hoe je het werk gaat uitvoeren”, gaf Thomas Boon nog mee.

Grond koesteren

We zagen de TerraGator aan het werk op een wintertarweperceel van akkerbouwer Jan Vandepitte in Knokke. “Het werkt mooi, er is niets op te zeggen”, is zijn reactie. Hij waardeert de grote werkbreedte van de bemestingsboom, waardoor er minder rijsporen nodig zijn op het perceel. “ Het is toch wel spijtig dat er net niet zo breed bemest wordt als de sproeisporen (39 m) breed zijn.”

Jan Vandepitte gaf aan dat ze over goede grond beschikken om kwalitatieve bewaaraardappelen te telen. “Dan moeten we er ook alles aan doen om die grond in goede conditie te houden. We vermijden dan ook om in het voorjaar met zware drijfmesttonnen over het land te rijden en kiezen er al zeker 25 jaar voor om drijfmest via de sleepslang/navelstrengtechniek toe te passen. Vroeger kwamen Nederlandse loonwerkers het doen, nu zijn het Vlaamse. Zij hebben de inspiratie gehaald bij hun noorderburen...”

Normaal houdt Jan Vandepitte voor de bemesting van zijn wintertarwe de strategie aan om eerst een startstikstofbemesting toe te dienen, gevolgd door drijfmest, eventueel aangevuld met een bladvoeding. Op het perceel waar loonwerker Boon aan het werk was, werd toch geen startgift met kunstmest uitgevoerd. De voorteelt was aardappelen en er zat nog genoeg ‘stikstofvoorraad’ in de bodem. Samen met een tarwegewas dat niet mager stond, maar ook nog niet ver ontwikkeld was én de dure kunstmestprijzen zorgde dat ervoor dat er bespaard kon worden op de startgift. “Dit ook doordat er een combinatie van digestaat en varkensdrijfmest in een 50/50-verhouding werd toegediend. Zo wordt gebruikgemaakt van de snelle werking van de stikstof uit het digestaat. De stikstof uit de varkensdrijfmest werkt dan weer langer door in het groeiseizoen van de wintertarwe.”

Doordat de mengeling van digestaat en varkensdrijfmest in mestzakken klaarstond op de boerderij alvorens te bemesten, konden de werkzaamheden vlot gepland worden en moest er niet gewacht worden op bijvoorbeeld vrachtwagentransport. Dat was een aangenaam verloop van de activiteiten voor transporteur, loonwerker en boer.

Bij het sleepslangen of navelstrengbemesten wordt drijfmest van aan de rand van het veld via een aanvoerleiding  naar de injecteur op het land gepompt.
Bij het sleepslangen of navelstrengbemesten wordt drijfmest van aan de rand van het veld via een aanvoerleiding naar de injecteur op het land gepompt. - Foto: TD

Ook op akkerland

Ook voor de bemesting van uien, aardappelen, suikerbieten... werkt akkerbouwer Jan Vandepitte graag met de sleepslangtechniek/navelstrengbemesting. “We moeten de berijding op onze percelen beperken, zo kunnen we het structuurbederf en de bodemkwaliteit in de hand houden. Het is alleen spijtig dat de huidige mestwetgeving niet toelaat om op akkerland drijfmest toe te dienen via een sleepslangboom. De wetgever vereist dat dit direct wordt ingewerkt. Het feit dat de aanvoerslang ‘in de weg ligt’ voor een tweede combinatie die de mest inwerkt, is een struikelpunt bij deze techniek.” Om het akkerland te injecteren kan loonbedrijf Boon dan ook niet met de TerraGator langskomen. Het komt dan met een tractor en injecteur.

Potentieel zien

We zagen op nog een tweede locatie het loonbedrijf aan de slag. In de omgeving van Veurne ging Michael Boon een samenwerking aan met collega’s om in te spelen op personeelstekort en om meerwaarde uit elkaars opportuniteiten te halen. Zo stond loonbedrijf Gouwy in voor het transport van de drijfmest, Emiel Leuridan verzorgde dan weer de mestinjectie volgens de sleepslangtechniek of navelstrengmethode en medewerker Lucas Hancke van loonbedrijf Boon bediende de ‘mengcontainer’.

Michael Boon, die eerder dit jaar een been brak doordat er een mestpomp op viel, stond ons te woord en wees ons op de mengcontainer. “Deze beschikt over 2 afgescheiden compartimenten binnenin, waardoor 2 mestsoorten kunnen toegediend worden op hetzelfde moment. Eigenlijk kan er zelfs nog een derde soort bijgemengd worden, als je er nog een mestton, -container op -opslagzak op aansluit. Iedere mestsoort kan van 0 tot 100% gedoseerd worden in de mengeling. Vervolgens wordt dit door een tractoraangedreven pomp naar de injecteur op het veld gestuurd.”

“Je mag steeds minder mest toedienen. Dan is het zaak om wat je mag toedienen, zo goed mogelijk in te vullen. Daar komt het potentieel van de mengcontainer bij kijken. Zo kan je drijfmest, digestaat, effluent, spuiwater... gemengd toedienen, tot je de ideale samenstelling en dosering hebt bekomen. De menging zorgt er ook voor dat de mest ‘dunner’ wordt en veel beter verdeeld, en dat ze opgenomen kan worden door de plant. Sommige vloeibare mestsoorten worden door hun hoge nutriëntengehaltes soms nog moeilijk verdeelbaar. Mengen biedt hier opnieuw weer mogelijkheden”, legde Michael Boon uit. “Volgens mij zit de toekomst in deze techniek. Hiernaast geloof ik nog enorm hard in het werken met vaste rijpaden...”

Tim Decoster

Lees ook in Mechanisatie

Meer artikelen bekijken