Finnen lusten onze dikbil niet
De Lähteenmäki-familie zet zwaar in op fokkerij om van hun melkveehouderij een succes te maken. Ze houden met een gevarieerde mix van melkveerassen hun kudde robuust, productief en kalm. Aan het ondereind van de kudde zetten ze in op ‘grotere vleesrassen’ als gebruikskruising, al moet de Finse consument niets hebben van het Belgisch witblauw rundvee.

Net als de rest van de Europeanen zien Finnen graag een stukje rundvlees op hun bord. De gemiddelde Fin eet 18 kg rundvlees per jaar, een paar kilo boven het Europese gemiddelde. Dat rundvlees komt voor een groot stuk uit de melkveehouderij, volgens cijfers is die sector goed voor zo’n 80% van de rundvleesconsumptie. Melkveehouderijen als die van de Lähteenmäki-familie kruisen het minder productieve deel van hun kudden, of ‘ondereind’, met vleesvee om meer inkomsten te halen uit de verkoop van de kruisingskalveren.
Grote veranderingen
De broers Antero en Antti Lähteenmäki zijn sinds april volledig eigenaar van de melkveehouderij in het zuidwesten van Finland die al meer dan 100 jaar in de familie zit. Hun ouders Sauli en Soile helpen nog steeds mee op de boerderij, samen met 2 jongere broers en 2 vaste werkkrachten.
Antero stuurt de veldwerkzaamheden en het werk in de stal aan. Daarnaast doet hij het onvermijdelijke administratieve werk en personeelszaken. “Ik ben verantwoordelijk voor de gevoelens”, zegt Antero met een knipoog. Antti neemt vooral het fokkerijprogramma en het onderhoud van de machines op zich.

In 2012 ging de Lähteenmäki-boerderij door een grote verandering. “Toen mijn broer en ik begonnen als landbouwers, hadden we 32 koeien in een oude bindstal. In 2012 hebben we een nieuwe ligboxstal met 152 dierplaatsen en 2 melkrobots gebouwd. Dat was toen voor ons een behoorlijk grote stap”, vertelt Antero.
Het landbouwbedrijf groeide nog eens uit in 2019. “We breidde de melkveestal uit met 30 m en voegden nog een melkrobot toe. We bouwden ook een biogasinstallatie voor de boerderij.” Het is wel handig, de vergister voorziet in alle hitte en elektriciteit die het landbouwbedrijf nodig heeft en de broers gebruiken de drogemestfractie als strooiselmateriaal voor de ligboxen. Wel zorgt het voor extra werk op het bedrijf en blijft het duur. “Het is nog steeds de enige biogasinstallatie op een boerderij in deze regio van Finland. Ook al zijn de subsidies verhoogd, de kostprijs ervoor steeg nog meer, waardoor het nog steeds niet rendabel is in Finland.”
Gezondheid
Nu zijn er 203 koeien en 150 jongvee op het melkveebedrijf. Het jongvee wordt gehuisvest in verschillende gebouwen en de meesten kunnen tijdens de zomer zelf naar de ongeveer 14 ha grote weides. Het melkvee kan via automatische poorten naar een kleine buitenruimte naast hun stal, maar pas nadat ze langs de melkrobot zijn gepasseerd. “In dat opzicht zijn onze koeien best slim. Ze lijken alles te begrijpen.”
Daarnaast krijgt het melkvee voldoende frisse lucht via de voedergang, die zich langs de buitenkant van de stal bevindt. “Als het koud wordt in de herfst, dekken we de voederruimte af met een dikke plastic. Als de vorstnachten voorbij zijn, halen we ze er terug af voor de zomer. De koeien eten dan meer langs de kant met het mooie uitzicht over de weides. Of misschien komt het doordat het de zuidkant is en de meeste zon krijgt”, lacht Antero.
Op 250 ha telen de broers het voer voor hun dieren. Op de velden produceren ze kuilgras, hooi, maïs, veldbonen, wintertriticale, tarwe, gerst, haver en een mengsel van granen, haver en wikke voor het graankuilvoer. Het ruwvoer bestaat uit een mengsel van 3 sneden kuilgras en maïskuilvoer. Daarnaast omvat het rantsoen nog mineralen, koolzaad, reststromen van de suikerproductie, veldbonen en vers graan. Ook al is het meer werk om zoveel verschillende gewassen te telen, de melkveehouders merken toch dat hun dieren gezonder worden van zo’n gevarieerd dieet.
Mengelmoes van rassen
Zo goed als alle runderen op de Lähteenmäki-boerderij zijn kruisingen. “Er zijn nog maar 1 of 2 zuivere Holstein-koeien over”, zegt Antti. De broers begonnen na de uitbreiding in 2012 met Ayrshire, in de eerste plaats omdat het Schotse ras toen makkelijker te verkrijgen was. Daarna probeerden de broers de meer productieve Holstein-koeien. “We hadden een voorkeur voor Holstein in vergelijking met Ayrshire, maar toen kwamen we erachter dat Holsteins nogal kieskeurig waren. Het was moeilijker om ze in leven te houden.”
Daarom besloten de broers om de rassen met elkaar te kruisen en gooiden ze nog een paar andere melkveerassen in de mix. De kudde bestaat nu vooral uit kruisingen van Holstein, Ayrshire en Montbéliard. “Daarnaast heb ik Brown Swiss geprobeerd. Van die experimenten zijn nog een paar dieren over met Brown Swiss-bloed. Recent heb ik ook Jersey-koeien gebruikt, maar we hebben nog geen Jersey-kruisingen die al melk geven.”
De kruisingen zorgen voor enkele gedragsproblemen die bij zuivere Holsteins niet zouden voorkomen. “Ze hebben ‘snelle poten’”, zegt Antero. ”Na de eerste kalving hebben onze koeien de neiging om een beetje om zich heen te trappen in de melk-robot. Maar zolang wij zelf rustig blijven, blijven de koeien ook rustiger. Bij ons in de stal zal je nooit geschreeuw van mensen horen. We proberen de sfeer in de stal ontspannen te houden en proberen het de koeien zo gemakkelijk mogelijk te maken.” De broers proberen de stress voor het melkvee tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld door de hoefverzorging tot een dag per maand te beperken.

Afgezien van een temperament zijn het robuuste koeien die goed melken, aldus Antti. Montbéliard, Brown Swiss en Jersey staan bekend om hun hoge vetgehaltes. Het doel van zijn fokkerijprogramma is om ‘steeds betere dieren’ te kweken. “Als ik de stieren uitzoek, probeer ik naar het dier als geheel te kijken. Ik let niet zozeer meer op de gezondheidscijfers. Meestal zitten die al goed. Maar een goed gestel en een goede uier zijn belangrijk, en natuurlijk veel melk.”
De koeien die zich mogen voortplanten zijn de dieren ‘die ons de minste problemen hebben bezorgd’. “We kunnen geen genomische testen gebruiken, omdat het kruisingen zijn, maar hun bouw wordt wel door experts beoordeeld. Die gegevens kunnen we tot op zekere hoogte gebruiken, maar het gaat vooral om het gevoel dat de dieren geven. De koeien die ons het minste gedoe bezorgen, mogen kalveren krijgen voor onze toekomstige productie.” Zo proberen ze gestaag de gedragsproblemen uit de kudde te kweken.
Een ander voordeel van de kruisingen zijn de betere karkasprijs die de broers krijgen voor de reforme koeien. “Vroeger was dat geen groot voordeel. De karkasprijzen voor koeien waren 2 jaar geleden in Finland erg laag. Maar ze zijn mee gestegen met de rest van Europa.”
Grote vleesrassen
Antti voert de inseminaties zelf uit. Ongeveer een derde ervan gebeurt met een van bovengenoemde melkrassen, om de melkveekudde op peil te houden. De rest van de inseminaties gebeurt met een vleesras als gebruikskruising.
De inseminaties zijn in de regel gesekst. “Voor de inseminatie met de melkrasdieren gebruiken we enkel X-geslachtsgeselecteerd sperma. Ik heb het afgelopen jaar maar 1 of 2 inseminaties met normaal sperma bij de melkrassen gedaan”, legt Antti uit. “Voor de inseminatie met vleesrasdieren begin ik met Y-geslachtsgeselecteerd sperma. Als de moederdieren bij de eerste poging niet direct drachtig worden, schakel ik bij de vleesrassen sneller over op normaal sperma.”
Voor de gebruikskruisingen gebruikt Antti ‘grotere vleesrassen’ als Charolais, Blonde d’Aquitaine, Simmental en Limousine, al gebruiken ze tegenwoordig minder Blonde d’Aquitaine. “Vroeger hadden we veel Blonde d’Aquitaine, maar met een stier hadden we echt ernstige problemen bij het kalven. Het kalf had zijn kop op de verkeerde plek en dat was flink lastig”, aldus Antero. “Makkelijk kalven is een belangrijke eigenschap voor ons, zeker bij de grotere kalveren.” Tijdens ons bezoek werpt juist een van de oudste koeien haar negende kalf, zonder dat de melkveehouders moeten tussenkomen. Vroeger, toen ze nog in de oude schuur zaten, verliepen de kalvingen erg moeizaam en moesten we bij elke kalving toezicht houden. Nu moeten we koeien helpen bij maar 2% van de kalvingen per jaar.”
Belgisch witblauw
Kruisen met onze nationale trots, het Belgisch witblauw, doen de melkveehouders niet. Het vleesras heeft in Noord-Europa te lijden onder flink wat reputatieschade. “Veel slachthuizen willen het vlees van BWB-kruisingen niet kopen, omdat het een slechte reputatie heeft”, zegt Antero.
Een update van de Finse dierenwelzijnswetgeving die van kracht werd in 2024 vermeldt Belgisch witblauw expliciet als een voorbeeld van een runderras met extreme eigenschappen. De overmatige spierontwikkeling, die het dier als vleesras juist economisch interessant maakt, zorgt voor gezondheidsproblemen zoals zeer moeilijke kalvingen. De meeste pure BWB-kalvingen gebeuren daarom met een keizersnede, wat ook verboden is in Finland. De wet verbiedt het gebruik van dieren voor fokkerij als die zich niet kunnen voortplanten op natuurlijke wijze.
Kalvingsproblemen doen zich niet voor bij kruisingen met melkvee. “Die kalvingen verlopen eigenlijk best vlot”, getuigt Antero. Belgisch witblauw mag in Finland dan ook gebruikt worden als ouderdier bij kruisingen met melkvee, maar niet als puur vleesras.

Maar zelfs bij kruisingen blijkt de Finse maatschappij nog altijd kritisch over Belgisch witblauw. Voor de nieuwe wetgeving weigerden slachthuizen al de karkassen van volbloed BWB-vee of dat van kruisingen, een beslissing waar ze sindsdien niet van zijn afgeweken.
Een beslissing die Simon Noppen, CEO van de Belgian Blue Group (BBG), ‘belachelijk’ noemt. “Het Belgisch witblauw ras als kruisingsras is een fenomenaal succes. We exporteren de witblauw-genetica naar 55 landen wereldwijd. De enige blinde vlek is Noord-Amerika, waar de markt volledig is toegespitst op Angus, en Noord-Europa, dat het verbiedt uit deontologische redenen.”
Gebruikskruisingen met Belgisch witblauw zijn volgens Noppen een van de beste manier om zo efficiënt mogelijk dierlijke eiwitten te produceren voor een snel groeiende vraag. “Het is veel efficiënter om op het ondereind van de kudde een vleesstier te zetten. En met Belgisch witblauw krijg je nog meer vleesproductie.”
Antero zou het in principe zien zitten om te kruisen met Belgisch witblauw, maar zonder afzet heeft het geen zin. “We hebben zelf eens een paar kruisingen geprobeerd en ze vervolgens voor eigen gebruik geslacht. Het vlees is best lekker en het zijn heel rustige dieren.”





