Startpagina Actueel

De landbouwsector stond aan de frontlinie bij de natuurbrand in de Hoge Venen

Toen midden augustus de Hoge Venen in vuur en vlam stonden, hoefden de landbouwers uit de regio niet lang na te denken. Tractoren, mesttanks, waterciternes, vrachtwagens, werfmachines, chauffeurs en mecaniciens trokken allemaal naar de getroffen zone. Het team van Jean-Luc Evrard, directeur van het bedrijf Evrard-Sprimat, was er dagenlang 24 op 24 uur actief. Hij vertelde ons zijn relaas van deze indrukwekkende mobilisatie, maar ook van de tekortkomingen van de organisatie.

Leestijd : 9 min

Jean-Luc Evrard: “Wij zijn zowel dealer als landbouwbedrijf. Onze activiteiten zijn dus tweeledig: we onderhouden ons eigen materieel, maar ook dat van onze klanten.” Op vrijdag 14 augustus, rond 14 uur, toen de rookpluim vanaf het bedrijf zichtbaar was, nam de gemeente contact op met de ondernemer. “De burgemeester vroeg me welk materieel ik beschikbaar had en of we konden helpen.”

Drie mesttanks – 1 van 26.000 l en 2 van 29.000 l – en containers van 90 en 50 m³ konden ter beschikking worden gesteld om water op te slaan.

Wachten op een vordering

Door zijn ervaringen tijdens de overstromingen van 2021, toen zijn bedrijf op vrijwillige basis had geholpen, wilde Jean-Luc Evrard deze keer toch wel een officiëler kader. “Mijn verzekeraar had me toen duidelijk gezegd dat bij calamiteiten bij vrijwillige interventies, de kosten volledig voor onze rekening konden zijn”, vertelt de ondernemer. Dat lag des te gevoeliger omdat sommige machines geleased zijn en een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen.

Na het telefoontje van de burgemeester wachtte de dealer dan ook op een vordering of officieel bevel. Rond 19 uur nam uiteindelijk een schepen contact op met het bedrijf en vertrokken de eerste voertuigen richting de Hoge Venen. “We gingen helpen, maar ik wilde dat alles officieel geregeld was.” Die officiële vordering kwam er echter pas enkele dagen later. Intussen had het bedrijf tractoren, mesttanks en andere voertuigen ingezet, samen met personeel, voor een missie die ver buiten de normale bedrijfsactiviteiten viel. “We hadden voor meerdere miljoenen euro’s aan materieel ingezet, nog afgezien van het personeel. Daarmee overschreden we zelfs mijn gebruikelijke aansprakelijkheidslimieten.”

Volgens Jean-Luc Evrard moet deze ervaring de autoriteiten ertoe aanzetten om beter vooruit te denken over dergelijke mobilisaties. “We zouden bedrijven die bereid zijn om te helpen vooraf moeten kunnen vorderen, ze moeten registreren en zo precies weten welk materieel ze ter beschikking kunnen stellen.” Zo kunnen de beschikbare middelen snel worden ingezet en zijn de bedrijven en hun werknemers beter beschermd.

24 uur op 24, een week lang

Van de ongeveer 40 chauffeurs en technici die Evrard-Sprimat telt, wisselden in totaal 6 medewerkers elkaar ter plaatse af. De ploegen volgden elkaar dag en nacht zonder onderbreking op. Er bleef ook een bestelwagen met 2 mecaniciens ter plaatse, zodat zij snel konden ingrijpen wanneer er problemen waren met het materieel. Cabinefilters die door de rook verstopt raakten, radiatoren die moesten worden uitgeblazen en gereinigd, kleine defecten, problemen met pompen… er waren heel wat interventies nodig. “Daar kwam onze rol als dealer echt goed van pas. We moesten de machines snel weer operationeel kunnen maken en defecten ter plaatse verhelpen”, aldus Jean-Luc Evrard.

Links op het scherm is de omvang van de hulp zichtbaar. De mesttanks van Evrard-Sprimat werden gedurende meerdere dagen vrijwel 24 uur op 24 van water voorzien.
Links op het scherm is de omvang van de hulp zichtbaar. De mesttanks van Evrard-Sprimat werden gedurende meerdere dagen vrijwel 24 uur op 24 van water voorzien. - Foto: Evrard-Sprimat

Ondanks de moeilijke omstandigheden vielen er gelukkig geen ernstige ongevallen te betreuren. Enkele slangen raakten beschadigd, maar de tractoren en belangrijkste machines bleven gespaard. “Ik heb mijn team gevraagd om kalm en voorzichtig te blijven en om zich niet op te jagen. We moesten het op lange termijn volhouden. Het was geen sprint, maar eerder een marathon”, benadrukt hij. “Mijn mensen zijn seizoenswerk gewend: op bepaalde momenten is het werk zeer intensief. Het zijn ervaren mensen die dit als een deel van hun werk hebben opgevat. Niet gaan helpen, betekende voor hen ook dat ze dan niet deelnamen aan deze golf van solidariteit. Ik zie hen als strijders, die er trots op zijn dat ze hebben bijgedragen aan de bestrijding van de brand.”

Indrukwekkende solidariteit vanuit de landbouw

Niet alleen de rechtstreeks gevraagde bedrijven kwamen in actie. Een hele sector mobiliseerde zich.

“Die vrijdag werd ik al snel toegevoegd aan een WhatsApp-groep die oorspronkelijk door een dertigtal landbouwers was opgericht om zich voor te bereiden op eventuele branden in de regio en op hun eigen bedrijven”, vertelt Jean-Luc Evrard. Die groep, die op 25 juli was opgericht onder de naam Entraide aux pompiers (Hulp aan de brandweer), had al eerder informatie uitgewisseld over mogelijke brandrisico’s.

“Welk materieel hadden we ter beschikking? Hadden we extra slangen nodig? Wat zouden we doen als het zover kwam? Laten we onze tanks vullen zodat we klaarstaan als het gebeurt…” Het waren allemaal vragen die de landbouwers zich stelden uit bezorgdheid dat er ergens een brand zou uitbreken, want dat kon overal gebeuren. Nadat de brand in de Hoge Venen was uitgebroken, groeide de groep snel aan tot bijna 150 deelnemers.

Op het terrein kwamen meer dan 60 landbouwers in actie, samen met zowat alle loonwerkers uit de regio, bedrijven uit de openbare werken, bouwbedrijven, betonmixers en melkophalers. Iedereen bood aan wat hij ter beschikking kon stellen. “Sommigen boden extra mesttanks aan, anderen tractoren of pompen. Bouwbedrijven kwamen met machines die oorspronkelijk niets met landbouw te maken hadden, maar die wel konden worden ingezet om water te vervoeren.”

De mobilisatie overschreed al snel de grenzen van de landbouw. Ook bouwbedrijven, bedrijven uit de openbare werken, melkophalers en ondernemers boden hun materieel aan.
De mobilisatie overschreed al snel de grenzen van de landbouw. Ook bouwbedrijven, bedrijven uit de openbare werken, melkophalers en ondernemers boden hun materieel aan. - Foto: Evrard-Sprimat

Geluk bij ongeluk

Het water werd aangevoerd vanuit verschillende waterpunten in de buurt van het vuurfront. De stuwmeren van Robertville, van Gileppe en Bütgenbach en, in mindere mate, van de Vesder in Eupen, maakten het mogelijk om over grote hoeveelheden water te beschikken. “Die verschillende punten lagen uiteindelijk vrij gunstig. Tussen de Gileppe en de plaats van de brand lag ongeveer 10 km. Dankzij de grote wegen kon het water vrij snel worden aangevoerd”, legt Jean-Luc Evrard uit.

De tractoren en tanks deden de heen-en-terugritten, terwijl containers in de buurt van de interventie als waterreservoirs werden gebruikt. Het was een eenvoudig, maar bijzonder efficiënt systeem. “Vanaf zondag werden ook vrachtwagens met diesel voor weggebruik en landbouwdiesel ter beschikking gesteld van de hulpverleners. Zo konden de vele voertuigen die voortdurend tussen de waterpunten en het vuurfront reden, worden bevoorraad.”

De stuwmeren van Robertville, de Gileppe en Bütgenbach en, in mindere mate, van de Vesder in Eupen maakten het mogelijk om over grote hoeveelheden water te beschikken.
De stuwmeren van Robertville, de Gileppe en Bütgenbach en, in mindere mate, van de Vesder in Eupen maakten het mogelijk om over grote hoeveelheden water te beschikken. - Foto: Evrard-Sprimat

Volgens de ondernemer waren verschillende factoren gunstig voor de hulpdiensten. In de eerste plaats was er voldoende water beschikbaar, en bovendien dicht bij de brand, dankzij de stuwmeren. Daarnaast brak de brand uit tijdens ‘het juiste weekend’. Hij legt uit: “Als de brand het weekend voordien was uitgebroken, toen de Gileppe Trophy plaatsvond met meer dan duizend sporters, gevolgd door een hele week met brandende zon, hadden de situatie en de toegang tot dat stuwmeer er heel anders kunnen uitzien.”

Ten slotte keerde ook de regen terug, op zondagavond. “In totaal kregen we die week ongeveer 45 mm neerslag. Dat heeft de brand en de verdere verspreiding ervan echt afgeremd.

De ramp gebeurde bovendien in een gebied waar vooral melkvee wordt gehouden. Oost-België beschikt over een grote transportcapaciteit voor vloeistoffen dankzij de landbouwactiviteiten, met name de melkproductie en de veehouderij op roostervloeren. Voor veel landbouwers betekende hun inzet bij de brand dat ze hun eigen bedrijf tijdelijk op een lager pitje moesten zetten. De dieren, het veldwerk en vooral de oogst van voedergewassen en maïs kwamen tijdelijk op de tweede plaats. “Ze hebben alles aan de kant geschoven: hun bedrijf, hun velden, hun gezin. Ze hebben alles opzijgezet om te gaan helpen. Dat was indrukwekkend en... tegelijk totaal onverstandig, het waren echte doorzetters!”

De landbouwers kwamen massaal in actie. Tractoren, mesttanks en citernes zorgden gedurende meerdere dagen voor de watervoorziening van de hulpdiensten.
De landbouwers kwamen massaal in actie. Tractoren, mesttanks en citernes zorgden gedurende meerdere dagen voor de watervoorziening van de hulpdiensten. - Foto: Evrard-Sprimat

Organisatie moet beter

Hoewel de solidariteit goed functioneerde, kwamen ook een aantal tekortkomingen aan het licht. Een van de belangrijkste problemen die Jean-Luc Evrard vaststelde, was de communicatie tussen de verschillende betrokken partijen. De landbouwers beschikten over hun eigen communicatiegroepen, terwijl de brandweer via andere kanalen werkte.

Op bepaalde momenten waren de instructies niet hetzelfde. De landbouwers kregen een bepaalde aanwijzing, terwijl de brandweer iets anders doorgaf. Zo kon het gebeuren dat 3 brandweerwagens tegenover 3 tractoren stonden op een plaats waar ze elkaar onmogelijk konden kruisen.”

Ook de cartografie vormde een probleem. De zones waarmee landbouwers werken, komen niet noodzakelijk overeen met de indeling die de hulpdiensten hanteren. “De Hoge Venen zijn onderverdeeld in zones, maar de kaarten van de landbouwers en die van de hulpdiensten waren niet identiek. Wanneer men het over een bepaalde zone had, bedoelde dus niet iedereen noodzakelijk hetzelfde gebied.”

Voor de ondernemer zijn een gemeenschappelijke kaart en duidelijk vastgelegde routes dan ook noodzakelijk voor toekomstige interventies.

Verschillende koppelingen

Een ander probleem, veel minder spectaculair maar bijzonder hinderlijk, waren de koppelingen. De uitrusting die door de Waalse, Vlaamse en Duitse brandweer wordt gebruikt, is niet altijd compatibel. Daardoor moesten sommige koppelingen met spoed worden gemaakt of aangepast. “Het is iets waar je niet onmiddellijk aan denkt, maar zodra je snel water moet overpompen, wordt het een enorm probleem. De Duitsers hadden hun koppelingen, de Vlamingen die van hun en wij hadden weer andere.”

Officiële hulpdiensten en de landbouwsector brachten hun middelen samen, maar de communicatie tussen de verschillende betrokken partijen is voor verbetering vatbaar.
Officiële hulpdiensten en de landbouwsector brachten hun middelen samen, maar de communicatie tussen de verschillende betrokken partijen is voor verbetering vatbaar. - Foto: Evrard-Sprimat

Volgens Jean-Luc Evrard zou een eenvoudige oplossing erin bestaan om in de hulpverleningszones voorraden met compatibele koppelingen aan te leggen, zodat landbouwers en ondernemers hun materieel rechtstreeks op de uitrusting van de brandweer kunnen aansluiten. Op langere termijn zou een standaardisering van de koppelingen uiteraard nog beter zijn.

Werken aan een nationale inventaris van beschikbaar materieel

“Het idee is eenvoudig: in plaats van in een noodsituatie te ontdekken welke middelen beschikbaar zijn, waarom zouden we vooraf geen inventaris opmaken van bedrijven die kunnen worden ingezet?”, stelt Jean-Luc Evrard voor. Tractoren, mesttanks, citernes, pompen, vrachtwagens, grondverzetmachines, hefmaterieel…: de landbouwsector en lokale bedrijven beschikken over een enorme hoeveelheid materieel dat bij een ramp kan worden ingezet. “Met de huidige technologische mogelijkheden zou het vrij eenvoudig zijn om bedrijven hun voertuigen, capaciteiten en beschikbaarheid te laten registreren. En indien nodig kunnen we vooraf ook het kader voor een eventuele vordering vastleggen.”

Die aanpak zou overigens verder kunnen gaan dan alleen bij branden. Ook bij overstromingen, stormen, sneeuwperiodes of andere natuurrampen zou hetzelfde systeem kunnen worden gebruikt. “De Civiele Bescherming hoeft misschien geen enorme bedragen te investeren in materieel dat een groot deel van de tijd opgeslagen staat. Ze zou ook gebruik kunnen maken van de middelen die al aanwezig zijn bij lokale bedrijven.”

Een erkenning die verdergaat dan een vergoeding

De vraag naar een vergoeding voor de interventies blijft momenteel nog open. De kosten voor bedrijven en landbouwbedrijven zijn wel reëel: brandstof, werkuren, slijtage van het materieel, onderhoud en uitgesteld landbouwwerk…

Maar volgens de ondernemer gaat het om meer dan alleen een financiële vergoeding. “Natuurlijk moeten de kosten worden gedekt en moet worden vermeden dat degenen die hebben geholpen er financieel bij inschieten. Maar wat landbouwers vooral vragen, is erkenning en meer waardering voor hun rol.”

De brand heeft in ieder geval de kijk van een deel van de bevolking veranderd. “Mensen komen ons op dorpsfeesten aanspreken en zeggen ‘Bedankt, landbouwers’. Dat doet iets met je.”

In de regio verschenen langs de wegen tal van dankbetuigingen. Een meer dan verdiende erkenning.
In de regio verschenen langs de wegen tal van dankbetuigingen. Een meer dan verdiende erkenning. - Foto: Evrard-Sprimat

Die erkenning is misschien wel een van de belangrijkste lessen van deze gebeurtenis. De landbouwer is niet alleen voedselproducent. In uitzonderlijke omstandigheden kan hij ook chauffeur, watertransporteur, logistiek medewerker, mecanicien of assistent van de hulpdiensten worden. “Politici moeten beseffen dat we niet ver hoeven te zoeken naar wat we nodig hebben. Een vergoeding zou uiteraard welkom zijn, maar ik denk dat we landbouwers ook iets anders moeten bieden en ons landbouwbeleid moeten herzien om hen beter te ondersteunen en te begeleiden”, besluit Jean-Luc Evrard.

Een reserve aan middelen die we niet mogen onderschatten

De brand in de Hoge Venen werd uiteindelijk bedwongen. De beschikbaarheid van water, het weer, de terreinomstandigheden en vooral de menselijke inzet speelden daarbij een doorslaggevende rol. Maar de conclusie is duidelijk: bij een volgende ramp zijn diezelfde omstandigheden misschien niet opnieuw aanwezig.

“Als we nog 2 of 3 dagen intense hitte hadden gehad, had de situatie oncontroleerbaar kunnen worden. We hebben enorm veel geluk gehad.” Deze ervaring is dan ook zowel een waarschuwing als een reden tot tevredenheid.

Volgens Jean-Luc Evrard was de solidariteit er, het materieel was er en de mensen waren er. Nu moet die spontane mobilisatie worden omgezet in een echte, georganiseerde interventiecapaciteit. De beschikbare middelen inventariseren, de procedures voor vorderingen verduidelijken, de communicatie stroomlijnen, een gemeenschappelijke kaart opstellen, compatibele koppelingen voorzien en de verantwoordelijkheden vooraf vastleggen: het zijn allemaal zaken die ervoor kunnen zorgen dat in de toekomst kostbare tijd wordt gewonnen. Bij een brand van deze omvang telt immers elk detail en kan elk detail het verschil maken.

De landbouwers hebben het alvast opnieuw bewezen: als ze nodig zijn, staan ze er!

Astrid Bughin

Lees ook in Actueel

Tijdelijke tussenkomst voor PathoSense-onderzoek naar Shamondavirus

Overdraagbare ziekten Er zijn al 4 besmettingen met het Shamondavirus bij runderen in Vlaanderen vastgesteld. Dat meldt Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). Sinds eind augustus komt DGZ via PartnerPro tijdelijk tussen in de kosten voor PathoSense-onderzoek bij runderen met een klinische verdenking van het virus. Dierenartsen kunnen nog steeds gebruikmaken van deze tussenkomst om verdachte gevallen verder te laten onderzoeken.
Meer artikelen bekijken