Startpagina Groenten

Kleurrijke pompoenenweelde uit de Westhoek

Pompoenerie ’t Platshof in de mooie Westhoek is een van de grootste pompoenbedrijven in de regio, met ook een akkerbouw- en vleesveetak. Dries Maes (41) en zijn broers Bert en Thijs telen er meer dan 100 soorten eetbare en sierpompoenen. Opmerkelijk is dat de broers allen een fulltimejob hebben. Vooral voor en na de werkuren en in het weekend ontfermen ze zich over de pompoenen en de koeien. “Pompoenen zijn mijn uit de hand gelopen hobby”, zegt Dries.

Leestijd : 9 min

Dries was 12 jaar toen hij in de moestuin van zijn ouders pompoenen begon te telen. Die verkocht hij, net als wat speelgoed, op de jaarlijkse rommelmarkt in Stavele. De vruchtgroenten waren in een mum van tijd uitverkocht. “Ik kon me echt verdiepen in al de pompoenvariëteiten. Maar plots moest ik ruimte vrijmaken omdat mijn moeder geen plaats meer had om haar groenten te telen”, lacht Dries. “Mijn jeugdhobby groeide uit van enkele planten in de moestuin over een hoekje op het veld tot meerdere percelen.”

’t Platshof dateert al van 1842. In 1991 vestigden de ouders van Dries zich er, nadat ze voordien op het ouderlijke bedrijf van de moeder van Dries hadden geboerd. “Daar is mama’s jongste zus blijven boeren. Oorspronkelijk baatten mijn ouders ’t Platshof hobbymatig uit, omdat papa dierenarts was en mama de boerderij onderhield en de zorg voor het gezin op zich nam”, vertelt Dries.

Een echt familiebedrijf

Vier jaar geleden namen Dries en zijn broers het ouderlijke bedrijf over. Ze hebben alle 3 een fulltime job in de landbouw. Dries is vertegenwoordiger van gewasbeschermingsmiddelen en zaden bij Deva Fyto uit Veurne, Bert is actief in de stallenbouw bij Mahieu Construct uit Komen en Thijs werkt als vertegenwoordiger bij Case en Steyr (CNH-groep) in Zedelgem. “De meeste oogstwerkzaamheden proberen we ’s avonds en in het weekend te doen”, legt Dries uit. “En in het piekseizoen nemen we vaak vakantiedagen op. Pompoenen zijn mijn uit de hand gelopen hobby, maar al mijn familieleden werken eraan mee. Zo komt onze zus Sofie, de oudste van de kinderen, tijdens de oogst – net als alle partners en kinderen in de familie – met plezier helpen. Papa is met pensioen, maar hij volgt nog steeds nauwgezet het vleesvee op.”

Dries met zijn broer Bert en een selectie pompoenen op ’t Platshof.
Dries met zijn broer Bert en een selectie pompoenen op ’t Platshof. - Foto: JVB

Vleesvee- en akkerbouwtak

’t Platshof heeft immers ook een gesloten zoogkoeienhouderij (Belgisch witblauw) met ongeveer 65 à 70 kalvingen en het afmesten van stieren en reforme zoogkoeien. “Binnen de maatschap met 3 broers trek ik me het meest aan van de dieren, Dries van de akkerbouw en pompoenen en Thijs van de machines”, legt Bert uit. “Elk heeft dus zijn rol, maar we helpen en ondersteunen elkaar waar nodig. En sowieso krijgen we nog hulp van onze ouders voor de dagelijkse werkzaamheden. Zonder hen zou het niet lukken.”

Met 15 ha vormen pompoenen het grootste areaal op ’t Platshof, maar de broers teelden het voorbije jaar ook nog tarwe en maïs (beide 6 ha), boerenkool (5 ha) en grasklaver (3 ha). “We hebben ook een beheersovereenkomst met de VLM (2 ha grasstroken). Het overige areaal bestaat uit gras en hooiland voor de dieren. In totaal verbouwen we zo’n 54 ha. We hebben ook een wisselteelt met aardappelen. Die plant een collega van ons en we ruilen die tegen pompoenen”, zegt Dries. “Net zoals voor de andere teelten, proberen we voor onze pompoenen een teeltrotatie van 1 op 5 aan te houden. Omdat we hier een heel kleine huiskavel (8 ha) hebben, met heel weinig grond rond de boerderij, moeten we wel grond bijhuren.”

Uitgebreid pompoenassortiment

Dries en zijn broers telen zowel sier- als eetbare pompoenen, van de kleinste sier- tot de grootste Halloweenpompoen. In 2019 volgde een uitbreiding van de bedrijfstak, met een duidelijke opsplitsing van het assortiment. “We telen nu zo’n 7 ha butternutpompoenen voor de versmarkt, 5 ha klassiek Rode Centenaar voor de verwerkende industrie en 3 ha sierpompoenen. Butternut is dus ons grootste segment”, vertelt Dries.

Op 15 jaar tijd nam de consumptie van pompoenen gevoelig toe. “Vroeger kwamen de pompoenen ook vaker uit het buitenland, waar de supermarkten nu toch wat meer naar Belgisch product proberen te streven. Toch merken we dat er in de retail nog steeds een harde concurrentie is met goedkopere buitenlandse producten”, stelt Dries.

“Naast enkele grote afnemers – waaronder diverse winkels en pretparken – leveren we regelmatig ook pompoenen aan lokale groentewinkels en restaurants. Rond Halloween leveren we ook aan enkele steden en gemeenten, verenigingen en scholen. Sierpompoenen gaan naar decoratiewinkels, een groothandel en naar pretparken. We hebben ook een beetje thuisverkoop in een schuur. In september en oktober krijgen we regelmatig klassen uit het kleuter- en lager onderwijs op bezoek. Elk jaar verwelkomen we ook studenten uit de landbouwschool Poperinge op een praktijknamiddag. Ze krijgen dan uitleg en helpen ook enkele uren bij de oogstwerkzaamheden.”

Op ’t Platshof vind je pompoenen in alle soorten, vormen en kleuren.
Op ’t Platshof vind je pompoenen in alle soorten, vormen en kleuren. - Foto: JVB

Verschil in teelttechniek

Voorzaaien gebeurt vaak in de laatste week van april. Dan volgen enkele drukke weken om alles zaai- en plantklaar te maken. Omdat pompoenen vorstgevoelig zijn, volgt het uitplanten meestal pas vanaf half mei, na de ijsheiligen. Gelukkig krijgen de broers dan hulp van familie en studenten. “Het onderscheid tussen de soorten pompoenen speelt hier een belangrijke rol”, licht Dries toe. “Industriepompoen wordt vollevelds gezaaid, butternut wordt machinaal geplant en de sierpompoen planten we manueel. De teelttechniek van deze laatste soort is ook helemaal anders. We starten met het plaatsen van T-tape voor druppelbevloeiing. Daarna leggen we bedden met worteldoek en die worden na het planten afgedekt met een vliesdoek. Dat wordt na 4 tot 6 weken terug opgerold als de planten voldoende aangesterkt zijn. Dat is heel arbeidsintensief, maar tijdens de oogst hebben we dan ook propere vruchten en hoeven we niet alle pompoenen te wassen. Pompoenen hebben niet veel stikstof nodig, maar ze vragen wel veel potas (kalium) voor de vruchtkwaliteit en bewaarbaarheid.”

Na de oogst van de sierpompoenen worden de planten handmatig afgeknipt en de worteldoeken weer losgemaakt. “Die laten we dan een tijdje drogen op het veld, waarna we ze in het najaar bij goed weer opplooien en in de loods opbergen.”

De bewaring van pompoenen is enorm rasafhankelijk. Sommige variëteiten bij de sierpompoenen zijn maar enkele maanden houdbaar, maar de best bewaarbare rassen gaan tot 10 maanden mee. “Zo kunnen we de grijze pompoenen, zoals de Crown Prince, tot mei-juni houden”, aldus Dries. “Momenteel is de bouw een nieuwe, klimaatgestuurde loods voor ons nog niet haalbaar. We huren nu tijdelijk een aardappelloods om de pompoenen te stockeren, vooral butternuts.” De ideale temperatuur voor het bewaren van pompoenen bedraagt zo’n 15 °C.

Naast butternut- en rode industriepompoenen telen de broers ook niet-eetbare sierpompoenen.
Naast butternut- en rode industriepompoenen telen de broers ook niet-eetbare sierpompoenen. - Foto: JVB

Moeilijke onkruid- en insectenbestrijding

Onkruidbestrijding in pompoenen is volgens Dries een grote uitdaging. “Melganzenvoet, doornappel en zwarte nachtschade zijn de grootste boosdoeners. Voor de sierpompoenen is het gebruik van gronddoeken hierbij een van de grote voordelen. Met enkel Centium en Arundo hebben we te weinig erkende middelen die we kunnen inzetten, wat resistentie in de hand werkt. Gelukkig kunnen we dankzij de recente aanschaf van een precisiewied-eg ook een deel onkruid mechanisch verwijderen; we doen hier vooral ervaring op. Ook het weer speelt hier een grote factor in. Dit jaar hebben we ook voor het eerst een spot sprayer ingezet om het overblijvende onkruid plaatsspecifiek te bestrijden. Ook deze techniek is een uitdaging en een leerproces, omdat deze AI-toepassing nog in zijn kinderschoenen staat voor deze teelt. We zijn nadien nog 2 keer door het gewas moeten gaan om handmatig bij te wieden.

Qua insectenbestrijding krijgen telers bij bepaalde rassen – vooral rode industriepompoenen – te maken met bladluisdruk, waardoor ze virusaantasting in het gewas kunnen hebben. Ook hier zijn er niet veel middelen erkend en eigenlijk zou er nog een zaadontsmetting bij mogen komen. Maar voor kleine teelten worden er niet zoveel inspanningen gedaan om erkenningen te krijgen, omdat de return on investment voor gewasbeschermingsbedrijven er gewoon niet is. Dat is jammer, want met een zaadontsmetting zou je enkele volleveldsbespuitingen kunnen uitsparen, wat minder milieudruk zou opleveren. Naast bladluisdruk moeten we ook witziekte bestrijden, maar gelukkig hebben we daar nog voldoende middelen voor.”

De grijze ‘bewaarkampioen’ Crown Prince is tot mei-juni houdbaar.
De grijze ‘bewaarkampioen’ Crown Prince is tot mei-juni houdbaar. - Foto: JVB

Efficiënte druppelbevloeiing

Bij de sierpompoenen en op 1 of meerdere percelen butternut zetten de broers ook druppelbevloeiing in om wat aan risicospreiding te doen. “In vergelijking met klassieke beregening verbruiken we zo slechts 20% van het benodigde water”, zegt Dries. “Een constante dagtemperatuur van 20 à 25 °C en warme nachten zijn ideaal voor de groeikracht van pompoenen. Maar dit jaar zagen we door de droogte en vooral de hitte een duidelijk verschil tussen beregende en niet-beregende percelen. Mede door de beregeningsstop van begin juli in het IJzerbekken konden we onvoldoende water bijgeven, wat leidde tot vruchtafstoting, minder en kleinere pompoenen. Om aan supermarkten te mogen leveren moet je aan bepaalde minimum- en maximumgewichten voldoen. Dat maakte het er niet makkelijker op. Leven met de natuur is het mooiste wat er is, maar het weer heb je nooit in de hand. In 2025 kenden we ook een droge zomer, maar met gematigde temperaturen. De voorbije zomer kregen we meer af te rekenen met temperatuurspieken, wat niet goed was voor de vruchten.

Je ziet nu wel dat bedrijven zoals Ardo, Verduyn en Wienerberger extra watercaptatiebekkens aanleggen, maar wij liggen geografisch sowieso te ver van alle verwerkende industrie om van deze initiatieven te kunnen genieten. Ons bedrijf ligt niet ver van de IJzer, dus in principe kunnen we daar water van onttrekken. Moesten ze in de IJzervallei bufferbekkens kunnen aanleggen, zou dit voor ons beter zijn.Dit is vergunningsmatig echter vrij complex, gezien we in overstromingsgevoelig gebied liggen. We krijgen hier wel voldoende regen, maar niet altijd op het juiste moment. Dat is voor ons weer een nadeel dat we een versnipperd bedrijf zijn. Druppelbevloeiing voor sierpompoenen is oké, maar voor de industrieteelt is die momenteel te duur. Gelukkig zit er wel wat evolutie in het onderzoek naar droogteresistente rassen, zeker voor butternuts.”

Helpende handen bij de oogst

Half augustus start de oogst van de sierpompoenen. “Vanaf dan oogsten we wekelijks om de rijpe vruchten van het veld te halen. Door de extreme warmte konden we dit jaar vanaf het begin wel al zeer veel rijpe pompoenen oogsten. Zelfs van de Halloweenpompoenen waren er eind augustus al een heel deel oogstbaar, wat normaal gezien nooit zo vroeg op het jaar gebeurt. Alle variëteiten waren opmerkelijk vroeger oogstrijp.” Tijdens de oogst worden de broers geholpen door de hele familie en door studenten en enkele uitzendkrachten uit de buurt. “Op zaterdag is het hier dan gezellig druk. Zelf werken we dan ook op zondag voor het oogsten en om bestellingen voor de komende week voor te bereiden.”

Manueel geoogste pompoenen worden op de oogstband gelegd.
Manueel geoogste pompoenen worden op de oogstband gelegd. - Foto: ’t Platshof

Stijgende verkoop eetpompoenen

Dankzij de media en diverse kookprogramma’s zit de verkoop van eetpompoenen de laatste jaren in de lift. Pompoenen zijn supervoedzaam (zie kaderstuk). “Van bepaalde rassen – de oliepompoen – zijn de pitten ook eetbaar”, vertelt Bert. “Je kan ze rauw eten, maar veelal worden ze geroosterd in de oven, waardoor ze bijvoorbeeld in brood en granola kunnen worden verwerkt. In bepaalde landen wordt er ook olie uit geperst voor de voedingsindustrie en voor cosmetica. Daarnaast is het Halloweenfeest de laatste jaren enorm gemediatiseerd, met veel meer gemeentebesturen en verenigingen die lokale evenementen rond Halloween organiseren.”

Hebben al die pompoenen nu een andere smaak? Dries knikt. “De klassieke Rode Centenaar (ook wel Rode van Étampes genoemd) is een klassiek pompoenras met een opvallende, diep oranjerode en sterk afgeplatte, geribde vorm. De kwaliteit van het vruchtvlees is goed, maar niet te vergelijken met dat van de Hokkaido-pompoen, beter bekend als de kastanjepompoen. Die rode bolletjes van 1 à 2 kg die je vooral in de supermarkt vindt, hebben een heel andere textuur en een betere kwaliteit. De butternut heeft nog een iets andere smaak. De muscaatpompoen, een heel beperkt segment, is vrij zoet. En de spaghettipompoen wordt dan weer gebruikt als pastavervanger.”

Arbeid als beperkende factor

Dries geeft nog mee dat arbeid in de teelt een beperkende factor blijft. “Industriepompoenen oogsten we machinaal, maar sier- en butternutpompoenen nog volledig handmatig, dus daar blijft arbeid altijd een beperkende factor. Op ergonomisch vlak is dat ook niet voor iedereen weggelegd; het is vaak hard werken. Butternut wordt in de VS en Nieuw-Zeeland wel al eens machinaal geoogst, maar vaak is dat dan voor de verwerkende industrie. Dit is voor de versmarkt niet mogelijk. Door zijn typische dunne schil is hij zeer stootgevoelig, wat de bewaarkwaliteit sterk beïnvloedt.

Schaalvergroting is nodig om in de nieuwste moderne technologieën te kunnen instappen, waardoor in de toekomst alles mogelijk wordt. Dat is niet voor iedereen weggelegd. We streven er niet naar om een heel groot bedrijf te zijn, we verkiezen kwaliteit boven kwantiteit. Afnemers hebben vaak bepaalde verwachtingen, waar je als klein familiaal bedrijf aan moet kunnen voldoen. De vorm en de grootte van pompoenen zijn ook minder voorspelbaar dan in teelten als pakweg prei en bloemkool, die een veel uniformer product opleveren. “We zijn trots op de weg die we al hebben afgelegd en op het ouderlijke bedrijf dat we verder hebben uitgebouwd. We willen blijven dromen, maar het moet ook realistisch en haalbaar blijven”, besluit Dries.

Jan Van Bavel

Lees ook in Groenten

Insecten verduurzamen groente- en fruitteelt steeds meer

Groenten De inzet van insecten en het installeren van kleine ecosystemen zijn steeds belangrijker bij een duurzame groente- en fruitteelt. Dat bleek bij aubergineteler Topa in Jabbeke, waar hommels en kleine insecten worden ingezet bij het bestrijden van ziektes en plagen. Die inzet past bij de nationale campagne ‘Helden van onze Velden’ van VLAM.
Meer artikelen bekijken