Hoe kun je agressief en onrustig gedrag bij stieren in afmest voorkomen?
Agressief en onrustig gedrag bij vleesvee, en dan vooral bij stieren in afmest, komt in de praktijk geregeld voor. Dit gedrag wordt beïnvloed door verschillende factoren en is het resultaat van interacties tussen voeding, sociale rangorde, groepssamenstelling, diergebonden en omgevingsfactoren. Een goed inzicht in deze factoren is essentieel om zowel het dierenwelzijn als de technische resultaten op het bedrijf te verbeteren.

We belichten enkele factoren die agressie in de hand werken. Daarnaast kun je agressief gedrag ook voorkomen of verminderen.
Het dier en zijn omgeving
Een belangrijke oorzaak van agressie is het vormen van sociale hiërarchie binnen een groep runderen. Vooral wanneer nieuwe groepen worden gevormd of wanneer dieren aan een groep worden toegevoegd moet een nieuwe rangorde worden vastgesteld. Dit gaat vaak gepaard met meer agressieve interacties. Ook in stabiele groepen zullen dominante dieren hun positie verdedigen en dieren met lagere rangorde verdringen om tot bij voeder- of drinkplaatsen te komen. Verschillen in ras, geslacht, gewicht en grootte en groeisnelheid kunnen deze sociale spanningen verder versterken. Stieren en dieren die sneller groeien of groter zijn, vertonen vaak dominanter gedrag en komen vaker in conflict met groepsgenoten.
Ook de inrichting van de huisvesting speelt een belangrijke rol. Wanneer het aantal voederplaatsen beperkt is of wanneer de beschikbare ruimte aan het voederhek onvoldoende is, neemt de competitie tussen dieren toe. Daardoor stijgt het agressief gedrag. Onderzoek illustreert dat de meeste agressieve interacties plaatsvinden aan het voederhek, waar dieren concurreren om toegang tot voer.
Daarnaast wordt meer agressief gedrag waargenomen tijdens warmere periodes. Hoewel het exacte mechanisme niet volledig duidelijk is, suggereren verschillende onderzoeken dat hogere temperaturen de activiteit en agressieve interacties kunnen doen toenemen.
Ten slotte speelt ook het temperament van individuele dieren een rol. Meer reactieve of nerveuze dieren worden gemakkelijker verstoord door soortgenoten, bewegen meer doorheen de groep en raken vaker betrokken bij sociale conflicten. Daardoor kan agressie binnen een groep niet alleen worden verklaard door voeding of huisvesting, maar ook door individuele gedragsverschillen tussen dieren.
Let op met hoogenergetische rantsoenen
Dieren die meer energie opnemen, vertonen doorgaans meer activiteit, waardoor ook sociale interacties en conflicten frequenter kunnen voorkomen. Onderzoek toont aan dat hoogenergetische rantsoenen agressief gedrag in de hand kunnen werken. Deze relatie lijkt vooral samen te hangen met een hoger aandeel granen of andere krachtvoeder in het rantsoen.
Het effect van het rantsoen wordt echter niet uitsluitend verklaard door het energiegehalte. Het rantsoen beïnvloedt ook het voedergedrag van de dieren. Krachtvoerrijke rantsoenen worden doorgaans sneller opgenomen, waardoor dieren minder tijd aan eten spenderen en meer tegelijk naar het voederhek komen. Dit verhoogt de concurrentie in de groep. Ruwvoerrijke rantsoenen daarentegen stimuleren een langere eetduur en meer herkauwactiviteit, wat resulteert in rustiger gedrag en minder competitie aan het voederhek.
Ook de sociale rangorde speelt hierbij een rol. Dominante dieren hebben gemakkelijker toegang tot het rantsoen en kunnen mogelijk het beste voer opeisen. Wanneer het rantsoen sterk geconcentreerd is en de toegang tot voer beperkt is, worden deze rangordeverschillen zo sterker zichtbaar. Daardoor neemt de kans op agressieve interacties toe.
Agressief gedrag voorkomen of verminderen
Aangezien agressie door meerdere factoren wordt beïnvloed, is een combinatie van voedings- en managementmaatregelen noodzakelijk.
Een eerste maatregel is het optimaliseren van het rantsoen. Vermijd een te hoog aandeel krachtvoer en voorzie voldoende kwalitatief ruwvoer. Een gebalanceerd rantsoen met voldoende structuur be-vordert een langere eetduur en meer herkauwen. Dit leidt doorgaans tot rustiger gedrag en kan de concurrentie aan het voederhek beperken. Ook kan frequenter voederen of aanschuiven ervoor zorgen dat de competitie aan het voederhek vermindert.
Voorzie voldoende voederplaatsen, zodat alle dieren gelijktijdig toegang hebben tot voer. Daarnaast kunnen voldoende comfortabele ligruimte en een doordachte inrichting van het hok of de stal agressief gedrag voorkomen. Competitie vermijden is hierbij de boodschap! Verder zal voldoende ventilatie en afkoeling in warme periodes bijdragen tot minder stress en minder agressief gedrag.
Ook het groepsmanagement verdient aandacht. Het is aangewezen om groepen zo homogeen mogelijk samen te stellen op basis van geslacht, leeftijd, gewicht en productiefase. Grote verschillen in lichaamsgrootte of groeisnelheid vergroten immers de kans op dominant gedrag. Houd groepen verder zo stabiel mogelijk en vermijd introductie van nieuwe dieren in de groep.
Tot slot verdienen bepaalde risicogroepen extra aandacht. Stieren vertonen doorgaans meer actief en agressief gedrag dan vaarzen en vragen daarom een aangepaste opvolging. Zeker als ze in afmestfase een hoogenergetisch rantsoen krijgen, dreigen meerdere factoren tegelijk agressief gedrag te stimuleren. Bovenstaande aandachtspunten helpen om dit bij te sturen.
Veilig omgaan met runderen
Stieren behoren tot de meest gevaarlijke landbouwhuisdieren en maken jaarlijks slachtoffers. Wees dus steeds extra waakzaam. Keer je nooit met je rug naar het dier en let goed op hun lichaamstaal. Houd bij het verplaatsen van rundvee steeds rekening met de vluchtzone, de scharnierpunten en de kuddegeest van de runderen. Lees meer over veilig omgaan met runderen op www.rundveeloket.be/veilig_omgaan
Conclusie
Agressie bij vleesvee wordt beïnvloed door een samenspel van sociale, omgevings- en voedingsfactoren. Sociale rangorde, groepssamenstelling, voedercompetitie, temperament en seizoensinvloeden kunnen allemaal bijdragen aan het ontstaan van agressief gedrag.
Hoogenergetische rantsoenen, vooral met een hoog aandeel krachtvoer of grondstoffen, werken agressieve interacties in de hand. Stel dus evenwichtige rantsoenen samen, voorzie voldoende voederplaatsen, werk met stabiele, homogeen samengestelde groepen en een aangepaste huisvesting.
Zo kan je agressief gedrag aanzienlijk beperken. Dat komt niet alleen het dierenwelzijn ten goede, maar kan ook bijdragen aan betere groeiresultaten, een vlottere en veiligere bedrijfsvoering en aan een rendabelere bedrijfsvoering.





