Steeds meer interesse voor Bazadaise-runderen in Frankrijk
Hoewel het Bazadaise-rund als bedreigd wordt beschouwd, heeft dit vleesveeras verschillende sterke eigenschappen. Het is een robuust ras met goede moederkwaliteiten, dat bovendien uitblinkt in het optimaal benutten van ruwvoer – zelfs van de grovere soorten. Deze koeien ‘nemen hun tijd’ en naarmate ze ouder worden, laten ze steeds meer van hun potentieel zien. Ze vormen inmiddels een bron van trots voor bepaalde Franse boerderijen, waaronder het landgoed Fontrubleau, dat wordt beheerd door Thierry Gardon.

De boerderij van Thierry ligt in het dorp Crémeaux in het hart van de Loire. We bezochten deze Franse veehouderij naar aanleiding van de veeteeltvakbeurs Sommet de l’Elevage in Clermont-Ferrand.
Hoewel de zomer inmiddels ten einde loopt, zijn de weersomstandigheden hier zwaar geweest. Daarom staan de koeien die onlangs hebben gekalfd nu al op stal: “Vanwege de droogte heb ik ze eerder naar binnen gehaald, zodat ze de best mogelijke zorg krijgen. Normaal gesproken zouden ze pas begin november op stal staan”, legt Thierry Gardon uit. Gelukkig is zijn vee goed aangepast aan het uitdagende klimaat en gedijen de dieren zelfs in de meest onherbergzame gebieden.
Kleinste Franse vleesveeras
Om de geschiedenis van het ras te achterhalen, moet men op zoek naar Bazas, in het departement Gironde – de plaats waaraan het Bazadaise-ras zijn naam ontleent. In de loop der tijd heeft het ras zich naar andere gebieden verspreid. Tegenwoordig zijn er in Frankrijk ongeveer 13.000 dieren. 4.500 koeien daarvan zijn ingeschreven in het stamboek van het ras. Hiermee is het, inzake omvang van de populatie, het kleinste Franse vleesveeras. “Het is een oud ras dat oorspronkelijk als trekdier werd gebruikt. Door de opkomst van de mechanisatie was het bijna uitgestorven. Het wordt nu door het Franse ministerie van Landbouw aangeduid als een bedreigd ras”, vertelt Manon Grijolot, technisch medewerkster bij het stamboek van het Bazadaise-ras. Veehouders krijgen in bepaalde regio's – zoals Bretagne en Nouvelle-Aquitaine – een financiële ondersteuning van 200 euro per dier van dit bedreigde ras.

Toch winnen deze middelgrote runderen – met een schofthoogte van ongeveer 1,3 m – steeds meer terrein onder veehouders. Bij hun sterke punten is er in de eerste plaats het gemak waarmee ze kalven. Het Bazadaise-ras is heel zorgzaam voor het nageslacht; koeien kunnen fel reageren als iemand hun kalf nadert – een teken van een uitzonderlijk sterk ontwikkeld moederinstinct. De kalveren zijn vitaal en de geboortes verlopen doorgaans zonder complicaties. Bovendien zijn deze runderen heel efficiënt in het omzetten van ruwvoer, waardoor ze zelfs in bergachtige gebieden uitstekend gedijen. Tot slot staat hun vlees bekend als smaakvol en wordt het gewaardeerd om de dooradering met vet (marmering). “Het vlees van de Bazadaise is een nicheproduct in het hogere segment geworden, gewoon omdat het zo zeldzaam is”, voegt Manon toe.
Meer tijd is meer gewicht
Met een karkasopbrengst van 55 tot 60% – waarbij stieren een karkasgewicht van 380 tot 420 kg kunnen bereiken – wordt het ras door fokkers als vrij laatrijp beschouwd. Dieren worden vaak tot een leeftijd van 8 tot 10 jaar aangehouden voordat ze naar het slachthuis gaan. Op de boerderij Fontrubleau is de oudste koe bijvoorbeeld 14 jaar oud; zij heeft in haar leven 11 kalveren gekregen. “De productie is behoorlijk duur, maar hoe meer tijd je de dieren geeft, des te meer gewicht ze winnen. En hoewel de runderen klein zijn, hebben ze een grote diepte, wat zorgt voor een goed rendement. Dat is best verrassend.” Vermeldenswaard is ook dat het ras, vanwege de fijnheid van de huid, vaak wordt vergeleken met de Blonde d’Aquitaine.

Tegenwoordig is het Bazadaise-ras in verschillende landen te vinden – waaronder het Verenigd Koninkrijk, Chili en Australië, waar de populatieomvang vergelijkbaar is met die in Frankrijk. Dichter bij huis wordt het erfgoed van het ras in ere gehouden; het wordt jaarlijks gevierd tijdens het Festival van Bazas. Bezoekers kunnen daar dan proeven van Bazadaise-rundvlees, afkomstig van runderen die pas op een leeftijd van minimaal 3,5 jaar worden geslacht. “Er is in deze regio ook een agrarische middelbare school, wat wellicht de reden is waarom het Bazadaise-ras zo sterk aanslaat bij de jongere generatie. De gemiddelde leeftijd van onze veehouders is 40 jaar. Bovendien zijn driekwart van hen kleinschalige boeren die nog volop bezig zijn met het opbouwen van hun veestapel”, vertelt de specialist enthousiast.
Van melkvee naar vleesvee
Op de boerderij van Thierry Gardon deden deze muisgrijze koeien – herkenbaar aan de licht gekleurde ringen rond hun ogen en hun bleke snuiten en slijmvliezen – in 2012 hun intrede, toen hij zijn eerste vaarzen aanschafte. Dit vormde een kantelpunt voor het bedrijf, dat zich voorheen op de melkproductie richtte. “In 2014 ben ik gestopt met melken. Ik wilde mijn onafhankelijkheid terugkrijgen en zelf de controle over de prijsstelling behouden. Tijdens een tweejarig verblijf in het zuidwesten van Frankrijk raakte ik verknocht aan dit ras.” Deze overtuigingen brachten hem er ook toe om over te stappen op biologische landbouw. “Ik had voorheen met grootschalige agrarische organisaties gewerkt, en ik was gewoon klaar met al die chemische middelen.”
Thierry’s runderen hebben 25 kalvingen per jaar. Hij verkoopt zijn rundvlees aan gastronomische restaurants, producentencoöperaties en – opvallend genoeg – een halalslagerij. Die laatste afzetmogelijkheid is prijstechnisch gunstig, met een gegarandeerd tarief van 7,50 euro per kg karkasgewicht. “Er is echt vraag naar dit soort vlees!” De wijze van verdoving verschilt per slachthuis, dus op dat vlak zijn er geen garanties. Op zijn boerderij past Thierry uitsluitend natuurlijke dekking toe, waarbij de stier elke 3 jaar wordt vervangen. “Dit jaar houd ik er een aan die uit een goede bloedlijn komt; zijn moeder kreeg het predicaat 'elite'.”

Wat het gemiddelde gewicht van de jonge dieren betreft: reken op zo'n 40 kg voor vrouwelijke kalveren en 5 kg meer voor de mannelijke. “Bovendien draagt dit ras niet het gen voor dubbele bespiering.” Na de geboorte blijven de jongen 6 tot 7 maanden bij de koe.
Triticale en grasklaver
De afgelopen jaren heeft de boer voor het voederen van zijn vee kunnen vertrouwen op zijn eigen oogst. Hij bewerkt 12 ha waarop triticale wordt verbouwd, en beschikt over 36 ha grasland, waarbij de nadruk ligt op klaver. De helft van de grond huurt hij, terwijl de andere helft zijn eigendom is. De grondprijs ligt in deze regio op 2.800 euro per hectare.
Naast perskoeken – een bijproduct dat als veevoer dient – produceert de boer koolzaad- en zonnebloemolie. “Ik optimaliseer zo het veevoer”, zegt hij met een glimlach. In totaal produceert hij 3.000 l per jaar. Van het persen van de zaden en het filteren tot het bottelen van de olie: elke stap van het proces vindt plaats op de boerderij zelf. Dankzij deze expertise – die zich uitstrekt van het veld tot de stal – kan hij zijn eigen koers varen en tegelijkertijd trouw blijven aan zijn principes.
Ook nog pluimvee
Koeien zijn niet de enige dieren op de boerderij. Op slechts een paar stappen van de stal scharrelt pluimvee rond: kippen, parelhoenders, ganzen, kalkoenen en eenden. Ook hier onderscheidt de boer zich door te kiezen voor oude, lokale rassen, zoals de Charollaise-kip of de Gauloise Noire – de voorouder van de Bresse-kip. Deze rassen groeien langzamer dan gangbare rassen. Een ‘standaard’ kip heeft 90 tot 130 dagen nodig om het slachtgewicht te bereiken, maar bij deze rassen duurt dat wel 150 tot 180 dagen.
In totaal produceert de Franse boer 2.000 stuks gevogelte per jaar. Deze worden geleverd aan slagers en restaurateurs, terwijl de boer een deel verwerkt tot conserven en terrines. Afhankelijk van de vraag kan het gevogelte volgens de halalvoorschriften worden geslacht, of in een gespecialiseerde verwerkingsfaciliteit op 3 km afstand van de boerderij.





