Franse Romane-schapen kunnen het hele jaar door lammeren
Een ooi die het hele jaar door kan lammeren? Maak kennis met de Romane! Dit ras werd in de jaren 70 van vorige eeuw ontwikkeld door het Franse nationale onderzoeksinstituut Inrae (Institut national de recherche pour l’agriculture, l’alimentation et l’environnement) en werd voor de vleesproductie gehouden. Het kan in 2 jaar tijd tot wel 3 keer lammeren.

Het Franse ras is ontstaan uit een kruising tussen de Romanov en de Berrichon. Momenteel staan er in Frankrijk 24.000 ooien geregistreerd in programma's voor prestatiecontrole. Om meer te weten te komen over deze bijzondere schapen, bezochten we naar aanleiding van de Franse veeteeltvakbeurs Sommet de l’Élevage een proefstation waar nog steeds onderzoek naar dit unieke ras wordt gedaan.
Geen vastgelegde eigenschappen
Zoek niet naar gemeenschappelijke kenmerken: of ze nu zwart, grijs of wit zijn, deze schapen hebben geen vastgelegde eigenschappen. Er zijn geen strikte standaarden waaraan ze moeten voldoen. Wat telt, zijn hun kwaliteiten, en daarvan hebben ze er meer dan genoeg. Deze unieke dieren kunnen worden ingezet voor de zuivere fokkerij, waarbij ooilammeren worden aangehouden voor de eigen kudde of verkocht als fokmateriaal. Ze kunnen ook ingezet worden voor kruisingsfokkerij, door een ram die specifiek is gefokt voor vleesproductie in te zetten om de lichaamsbouw van het nageslacht te verbeteren. Schapenhouders die voor deze aanpak kiezen, doen dat vanwege de grootste troef van deze ooien: hun vermogen om op elk moment van het jaar lammeren voort te brengen. Dit is bijzonder handig om aan de vraag van de consument te kunnen voldoen.
Met gemiddeld 2,2 lammeren per worp vallen deze ooien op door hun sterke moederkwaliteiten, waardoor ze in staat zijn om al hun nakomelingen succesvol groot te brengen. De lammeren beschikken over de karkaskwaliteiten die in de vleessector gebruikelijk zijn. “45% van de geboorten vindt buiten het reguliere seizoen plaats, terwijl 25% van de lammeren deel uitmaakt van een drieling. Voor ramlammeren uit een tweeling geldt een gemiddeld gewicht van 11,6 kg op de leeftijd van 30 dagen”, vertelt Léa Dumont, technicus bij fokkerijorganisatie OS Romane.
Dicht bij de schapenhouders staan
Deze fokkerijorganisatie heeft verschillende ijzers in het vuur. Zo stelt ze het fokprogramma vast en organiseert ze de uitvoering ervan. De organisatie beheert ook het stamboek en de stations voor prestatieonderzoek, promoot het ras en brengt fokdieren – zowel mannelijke als vrouwelijke – op de markt. “Ons doel is om dicht bij de schapenhouders te staan. We ondersteunen hen bijvoorbeeld bij het selecteren van ooien voor kunstmatige inseminatie en bij het sorteren van ooilammeren, waarbij wordt beslist of deze worden aangehouden, verkocht of afgevoerd. We ondersteunen hen ook door technische ondersteuning te bieden via een integrale aanpak op bedrijfsniveau.”

In Frankrijk zijn er momenteel 200.000 Romane-ooien, waarmee dit het op 3 na grootste ras is dat voor vleesproductie wordt gehouden. Deze schapen kunnen zich aanpassen aan uiteenlopende omgevingen – of ze nu binnen of buiten worden gehouden – en worden ook gehouden in Spanje, Portugal, Nederland en Zwitserland. Sinds kort zijn ze ook in Hongarije te vinden.
Doorgaans worden ooilammeren op een leeftijd van 6 maanden geëxporteerd. Hoewel de verkoopprijs varieert volgens het bestemmingsland en de bijhorende kosten, ligt de gemiddelde prijs in Frankrijk op 225 euro, terwijl een fokram 700 euro kost. De allerbeste rammen worden ondergebracht in stations voor kunstmatige inseminatie, waar schapenhouders vers of bevroren sperma kunnen aanschaffen.
Proefstation
Op het station van Inrae – gelegen op ongeveer 20 minuten van Clermont-Ferrand – worden 380 ooien en 7 rammen van het Romane-ras gehouden. De jonge ooien worden in hun eerste levensjaar op natuurlijke wijze gedekt of kunstmatig geïnsemineerd. Daarbij zijn er 3 lammerperiodes: november, januari en maart. “We behalen een gemiddeld vruchtbaarheidscijfer van 82%”, merkt Karine Vazeille op. Dit gemiddelde kan lager liggen dan op andere boerderijen, wat te maken heeft met de specifieke keuze voor bepaalde seizoenen. Wanneer het moment optimaal is, loopt het slagingspercentage op tot 95%. “Desalniettemin zijn we een proefstation. Hierdoor werken we niet onder dezelfde randvoorwaarden – zeker niet op economisch vlak – als degene die gelden op gangbare landbouwbedrijven.”
Op deze locatie worden verschillende testen uitgevoerd met de aanwezige kuddes schapen, melkvee en vleesvee. Onderzoeksprojecten richten zich onder meer op resistentie tegen parasieten, het gebruik van veevoer afkomstig uit agroforestry, de vermindering van methaanuitstoot door de dieren en dierenwelzijn.
Bijzondere rol voor oudere dieren
Doorgaans worden schapen rond de leeftijd van 7 tot 8 jaar uit de kudde gehaald, omdat experts hebben vastgesteld dat de melkproductie na die leeftijd afneemt. Bovendien vertonen sommige ooien op latere leeftijd een minder sterk moederinstinct. Dit bijzondere landbouwbedrijf kiest er echter bewust voor om een aantal oudere ooien te behouden. Dat doen ze met een goede reden: ze dragen bij aan vooruitgang in de humane geneeskunde. Hoewel het misschien verrassend klinkt, vertoont het urinewegstelsel van een ooi grote gelijkenissen met dat van een menselijke vrouw. Naarmate vrouwen ouder worden, kunnen zij te maken krijgen met aandoeningen zoals urine-incontinentie of een verzakking van bekkenorganen. Door met deze schapen te werken, proberen onderzoekers nieuwe oplossingen te ontwikkelen om deze vrouwen te helpen.

Er lopen ook andere experimenten. Sommige ooien krijgen 3 of zelfs 4 lammeren, die na 70 dagen worden gespeend. De grootste uitdaging is in zo’n geval om ervoor te zorgen dat de lammeren voldoende hoogwaardige biest (colostrum) binnenkrijgen. De oplossing? Er wordt melk van melkkoeien ingezet om de lammeren van deze essentiële stof te voorzien.
Testen met drielingen
Bij ooien met een drieling was het tot nu toe in het centrum de standaardprocedure om 2 lammeren bij de moeder te laten en het derde lam met de fles te voeden. Het huidige doel is om alle 3 de lammeren bij de ooi te laten drinken. Om dit te bereiken, hanteren onderzoekers een brede aanpak en voeren zij proeven uit op verschillende onderzoekslocaties. Belangrijke doelstellingen zijn onder meer het bestuderen van de band tussen de ooi en haar 3 lammeren, het evalueren van de werkdruk voor het personeel – dat niet langer hoeft bij te voeren – en het monitoren van de groei van de lammeren en de mogelijke positieve of negatieve effecten op het sterftecijfer.





