Aardbeien plant je nu… of in het voorjaar

Aardbeien plant je nu… of in het voorjaar

Makkelijker kan de natuur het niet maken. Best handig, want hoewel de aardbei een vaste plant is (doorlevend en winterhard) moeten we toch regelmatig, best om de twee jaar, nieuwe plantjes aanplanten om de oogst op peil te houden. Tuinliefhebbers die hun eigen aardbeiplanten willen verjongen kunnen nu aan de slag. Wie nog geen aardbeien in de tuin heeft en volgend jaar toch aardbeien wil plukken in de eigen tuin, kan nu jonge, nog niet opgepotte plantjes kopen om ze direct op hun definitieve plaats te planten. Later op het jaar, en ook in het voorjaar, komen dan de opgepotte aardbeiplantjes op de markt die wel wat duurder zijn maar wat minder verzorging vragen om ze weer aan de groei te krijgen.

Eenmaal dragende rassen en doordragende rassen

Aardbeien kunnen, volgens de periode dat ze vruchten dragen, ingedeeld worden in twee groepen: de doordragende rassen waarbij de oogst gespreid verloopt over vier à vijf maanden en de éénmaal dragende rassen, de zogenaamde junidragers, die gedurende een korte periode heel veel vruchten opleveren. Beide soorten zijn doorlevende planten, bij de junidragers echter gebeurt de bloemaanleg (net zoals bij veel bomen en struiken) reeds in het voorgaande groeiseizoen. Dit is meteen ook de reden waarom augustus de ideale maand is voor het planten van jonge aardbeiplantjes van eenmaal dragende rassen. Om dit beter te begrijpen geven we een kort overzicht van de groeicyclus van de aardbeiplant doorheen het jaar.

De bloemvorming en de rustperiode

Typisch voor aardbeien is dat ze zichzelf ‘klonen’ door middel van uitlopers: er ontstaan lange stelen vanuit de basis van de plant die gaan doorbuigen naarmate ze langer worden. Aan het uiteinde van de stengel ontstaat een nieuw aardbeiplantje dat gaat wortelen zodra het de grond raakt. Bij doordragende rassen worden gedurende het hele groeiseizoen zowel bloemknoppen als spruitknoppen gevormd.

Bij eenmalig dragende rassen is de daglengte bepalend of de knoppen zullen uitgroeien tot bloesems of tot uitlopers. De planten van eenmalig dragende rassen gaan rond half augustus, onder invloed van de korter wordende dagen, over naar een geremde groei en worden daardoor geprikkeld om te starten met de vorming van bloemknoppen. De eigenlijke aanleg van de bloemen voor het volgende seizoen gebeurt dus in september, oktober en november. Door de geremde groei worden er geen uitlopers meer gevormd en de bladeren die zich toch nog ontwikkelen zijn kort en gedrongen.

Onder invloed van de dalende temperatuur stopt de plant in november-december met de bloemaanleg en gaat ze volledig in rust. Hoewel aardbeien in ons klimaat winterhard zijn, is het toch beter om ze tijdens perioden met strenge vorst af te dekken met vliesdoek of afgevallen bladeren. In ieder geval moeten de planten, ook aardbeien in hangpotten, buiten overwinteren omdat de koude ervoor zorgt dat de planten in het voorjaar op een normale manier uitgroeien. Planten die geen koudeperiode doorgemaakt hebben, groeien niet goed uit, blijven zeer gedrongen en vormen bloemen van slechte kwaliteit.

De bloei en de vruchtvorming

Bij doordragende rassen worden het hele groeiseizoen door bloem- en spruitknoppen gevormd, bijgevolg dragen ze een hele zomer vruchten en leveren een grote opbrengst, maar er zijn steeds weinig vruchten tegelijk rijp. Bij eenmalig dragende rassen verschijnen bij het hernemen van de groei algauw de bloemstengels uit de bloemknoppen die voor de winter gevormd werden. In mei verschijnen massaal de bloemen aan de bloemstengels en in juni kunnen we dan volop oogsten. Na de korte oogstperiode begint de plant, onder invloed van de lange dagen, uitlopers te vormen. De vorming van de uitlopers gaat door tot eind juli begin augustus, waarna de hele cyclus, onder invloed van de korter wordende dagen, opnieuw begint.

Zelf vermeerderen

Aardbeiplanten vermeerdert men gemakkelijk van uitlopers die de plant in het groeiseizoen spontaan gaat vormen. Om sterke, goed bewortelde jonge plantjes te krijgen kunnen we best bij enkele planten, die we specifiek selecteren voor het kweken van nieuwe plantjes, in juni de bloeistengels verwijderen zodat alle energie van deze geselecteerde planten naar de uitlopers en de vorming van nieuwe plantjes gaat.

Maak de grond rond de geselecteerde planten in juni oppervlakkig los en spreid de uitlopers zoveel mogelijk uit zodat de jonge plantjes gemakkelijk kunnen inwortelen en voldoende ruimte hebben om zich te ontwikkelen. Rond 15 augustus kunnen de bewortelde plantjes dan gerooid en onmiddellijk opgeplant worden op het nieuwe plantbed.

Het planten dient absoluut in deze periode te gebeuren (zie bloemaanleg) anders heeft men het volgende jaar geen of slechts een kleine oogst. Doordragende soorten vormen wat minder uitlopers omdat ze hun energie gedurende een langere periode nodig hebben om vruchten te vormen, maar mogen later op het seizoen september of in het vroege voorjaar uitgeplant worden (bloemaanleg gebeurt in het voorjaar).

GB

Meest recent

Meest recent