Burgerlijke vennootschap afgeschaft, landbouwvennootschap blijft bestaan

Burgerlijke vennootschap afgeschaft, landbouwvennootschap blijft bestaan

Sinds 1 november 2018 bestaat het onderscheid tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen niet meer. De wetgever spreekt nu enkel nog van vennootschappen. Bijgevolg verdween het concept ‘burgerlijke vennootschap’. In het kader van deze hervorming schafte de wetgever de landbouwvennootschap volledig af.

Tijdens de besprekingen in het Parlement gaf de minister toe dat als gevolg van de wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht de landbouwvennootschap verkeerdelijk werd afgeschaft en dat het enkel de bedoeling was het burgerlijk karakter van deze vennootschap te laten verdwijnen.

In de parlementaire voorbereiding van de wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen staat inderdaad te lezen : “De Landbouwvennootschap verdwijnt als specifieke vennootschapsvorm. Om een aantal specifieke regels in belendende reglementeringen te behouden (bijvoorbeeld in de pachtwet en het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992), wordt er voorzien in een specifieke bepaling waardoor vennootschappen die een welbepaalde omschrijving van hun voorwerp aannemen, worden gelijkgesteld met de huidige bestaande vorm LV.”

Quasi onmiddellijk herrezen

Het kleine artikel 204 van de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie voert deze Landbouwvennootschap nauwelijks enkele maanden na haar afschaffing dus terug is. Volgens het artikel 205 van dezelfde wet treedt deze bepaling ook onmiddellijk in werking bij haar publicatie die dus op 31 december 2018 plaatsvond.

Belangrijk in het licht

van de Pachtwet

Deze reparatie van de wetgever is bijzonder belangrijk in het licht van artikel 838 van het Wetboek Vennootschappen. Dit artikel bepaalt immers dat voor de toepassing van de pachtwet de exploitatie als beherend vennoot in een landbouwvennootschap wordt gelijkgesteld met een persoonlijke exploitatie. Dit geldt zowel ten aanzien van de pachter als van de verpachter van wie de rechten en verplichtingen onverkort blijven voortbestaan. Dit betekent dat de pachter zijn pachtgronden zonder enige risico en ook zonder enige toelating kan exploiteren in de Landbouwvennootschap waarvan hij beherend vennoot is.

Verder bepaalt artikel 838 Wetboek Vennootschappen dat bij inbreng van de eigendom of het gebruiksrecht en/of genotsrecht van het verpachte goed door de verpachter in een landbouwvennootschap een opzegging door deze vennootschap slechts mogelijk is wanneer de verpachter-inbrenger, zijn echtgenoot, afstammelingen of aangenomen kinderen of die van zijn echtgenoot in de vennootschap het statuut hebben van beherend vennoot.

LV is de enige uitzondering!

We herhalen ten overvloede dat de Landbouwvennootschap de enige vennootschapsvorm is waarbinnen een pachter zijn pachtgronden kan laten uitbaten. Een pachter die de gronden die hij persoonlijk pacht laat uitbaten door zijn BVBA of NV begaat strikt genomen een inbreuk op het verbod van onderpacht of pachtoverdracht zoals opgenomen in de Pachtwet. Dit is zelfs het geval wanneer de pachter kan aantonen dat hij en zijn gezin alle aandelen van de betreffende vennootschap bezit. Verpachters die lucht krijgen van een constructie bij hun pachter met een BVBA of NV kunnen bij de rechtbank de ontbinding van de pachtovereenkomst nastreven omwille van deze verboden onderpacht of pachtoverdracht.

Pachters die hun landbouwbedrijf willen uitbaten onder de vorm van een NV of BVBA zijn verplicht om vooraf aan hun verpachters toelating te vragen om de pachtgronden door deze vennootschap te laten exploiteren. Enkel bij een voorafgaand en schriftelijk akkoord van de verpachter kan de pachter zonder enig risico zijn pachtgronden in zijn vennootschap uitbaten.

Jan Opsommer

Abonneevoordeel

Als abonnee op Landbouwleven geniet u van een voordeeltarief van 45€ (excl. btw.) per vraag aan onze gespecialiseerde juridische dienst.

Het geschreven en gedocumenteerde antwoord wordt u met de post of per mail opgestuurd.

Stuur uw vraag per post naar: Landbouwleven - 100 Koningsstraat -1000 Brussel

Of per e-mail: juridischedienst@landbouwleven.be

- Betaling: via overschrijving op rekening BE31 1030 1157 0855

van Landbouwleven met de mededeling « Juridische vraag ».

(gelieve ten laatste 10 dagen na het sturen van uw vraag te betalen).

– niet-abonnees: tarief €85

– Bepaalde gevallen zullen gepubliceerd worden in de krant (anoniem)

Meest recent

Meest recent