Laurier: balkonplant van het jaar

D e oudste geschreven bronnen over de Vlaamse laurierteelt dateren van de 16° eeuw. Het ‘Cruydeboeck’ van Rembert Dodoens maakte in 1554 immers al melding van een opvallend sterke laurier. Ook in het ‘Kruydtboeck’ van De Lobel Mathiass uit 1581 werd de laurier uit de regio rond Brugge vermeld als goed koudetolerant. In het begin van de 20e eeuw was er in de regio van Brugge een grote concentratie van laurierkwekerijen die met hun kwalitatief hoogstaande planten over heel Europa naam en faam wisten te verwerven. De laurieren werden opgekweekt tot goedgevulde struiken, strak gesnoeide piramiden of opgekweekt als bolboompje met al dan niet getorste stam. Door de teelt van een uitzonderlijk hoogwaardig kwaliteitsproduct slaagden de kwekers erin hun naam hoog te houden en werden daarvoor in 2015 beloond met de erkenning van de ‘Vlaamse Laurier’ als Europees streekproduct. Zijn verkiezing tot balkonplant 2019 dankt de Laurier vooral aan het feit dat het een zeer sterke potplant is, die kan gekweekt worden in allerlei ruimtebesparende vormen (pilaar, op stam), wat goed samengaat met de beperkte ruimte op een balkon.

Laurus nobilis

De laurier is inheems in Klein-Azië, tot op de dag van vandaag nog steeds de grootste leverancier van de gedroogde, aromatische laurierbladeren. De oude Grieken en later ook de Romeinen introduceerden de plant in het middellandse zeegebied, waar hij nu in de vochtigste delen van de mediterrane kustzones algemeen verwilderd voorkomt. Vocht (meer dan 600mm per jaar) en milde temperaturen (koudste maand gemiddeld 3° C) zijn essentiële factoren voor een goede groei. Wat de bodem betreft, is de laurier dan weer minder kieskeurig, hij groeit zowel op zure als op kalkhoudende bodems als ze maar voldoende vochthoudend zijn. Van nature groeit de laurier uit tot een kleine boom, met een piramidale vorm en kale, opgaande takken, met een maximale hoogte van 10 meter. Het is een langzame groeier die gemakkelijk 100 jaar oud wordt. De gladde bast is olijfgroen tot zwart en heeft, door de aanwezigheid van etherische oliën, net als het harde en taaie hout de typische lauriergeur. De wintergroene gaafrandige, langwerpig spitse bladeren zijn donkergroen aan de bovenkant en licht blauwgroen aan de onderzijde en hebben een glad en glanzend uiterlijk. Laurieren zijn tweehuizig, er zijn dus planten met mannelijke bloemen, die nooit vruchten zullen dragen en planten met vrouwelijke bloemen die op latere leeftijd, indien er een mannelijke bestuiver in de buurt is, vruchten dragen. De vruchten zijn ronde tot licht eivormige zwarte bessen die qua vorm en afmetingen best te vergelijken zijn met kersen, maar wrang smaken.

Zelf vermeerderen

Laurierplanten die opgekweekt worden uit zaad ontwikkelen een fors wortelgestel en hebben een grote groeikracht maar vertonen onderling nogal wat verschillen (ze hebben verschillende genetische eigenschappen) wat betreft bladvorm, grootte en aromatische eigenschappen. In Italië, waar ook laurier gekweekt wordt als ornamentale plant, gebruikt men soms zaailingen voor de opkweek van de planten. In België wordt laurier enkel vermeerderd door stek. Dergelijke planten groeien trager, maar zijn omzeggens identiek aan de goed geselecteerde moederplanten, bovendien zorgt hun minder ontwikkeld wortelgestel ervoor dat ze beter gedijen in een pot of kuip, door hun tragere groei behoeven ze minder snoei en houden ze toch beter hun vorm en ten slotte overleeft de Vlaamse laurier beter in een donkere overwinteringsruimte zonder last te hebben van bladval of bladverkleuring. Wie zelf een laurier wenst te vermeerderen kan dus beter vertrekken van een stek, gesneden van een goede, sterke Vlaamse laurier. Dit gebeurt het best in de maand september (oktober zal ook nog wel lukken) door het nemen van een kopstek (goed afgerijpte, 1-jarige tak van ongeveer 7 à 10 cm lang of 7 blaadjes, schuin aangesneden onder het 7e blad). Op professionele kwekerijen worden de stekken in zaai- en stekgrond gestoken en in stektrays onder plastiektunnels met bodemverwarming geplaatst, waar men de luchtvochtigheid op 98% houdt. Wie thuis zelf wil stekken, kan het best een aantal stekken snijden (het slaagpercentage is vrij laag) en ze in een pot gevuld met zaai- en stekgrond steken. Maak de potgrond doornat en laat de pot uitlekken, plaats de pot vervolgens in een doorzichtige plastiekzak, sluit de zak en zorg ervoor dat de plastiek de stekken niet raakt (gebruik steunstokjes om de plastiek omhoog te houden) en zet de pot vervolgens op kamertemperatuur op een lichte plaats. Met wat geluk zullen de planten na enkele maanden voldoende geworteld zijn, zodat in het voorjaar de gewortelde planten apart kunnen opgepot worden. Door regelmatige zomersnoei krijgt men mooi gevulde planten, de eigenlijke vormsnoei gebeurt in de winter. Voor een exemplaar op stam mag men de topscheut pas verwijderen als de gewenste hoogte bereikt is.

GB

Onderhoud van de laurier

- Laurier kan in de volle zon staan, maar gedijt ook in de halfschaduw

- Kies een stevige pot die je vult met een goede potgrond waar je gewone tuingrond ondermengt, waardoor het gewicht van de pot groter wordt en hij niet zo vlug omwaait.

- Slaphangende jong blaadjes duiden op watertekort. Na een goede gietbeurt trekt de laurier snel weer bij. Zorg echter voor voldoende drainage van de pot want natte voeten overleeft de laurier niet.

- Gele bladeren zijn het eerste symptoom van een teveel aan water. Laat de kluit voldoende indrogen tussen de gietbeurten.

- In de maanden mei tot juli regelmatig wat bijmesten om de laurier te laten bijtanken van de voorjaarsgroei. Na 15 augustus niet meer bemesten zodat de plant voldoende afgerijpt de winterrust kan aanvangen.

- Snoeien en in model knippen gebeurt best in de maand juni. Dit gebeurt best door de takken bij te knippen met een scherpe, propere snoeischaar. In december kan je de plant opnieuw in model knippen zodat ze netjes de winter ingaat.

- Bij vijf of meer graden vorst verkast laurier als kuipplant het beste naar een koele donkere plek, zoals een schuur of berging. Het loof inpakken kan ook. Met een droge kluit, niet volledig laten uitdrogen, kan de plant dan in rust gaan.

- Laurieren worden niet graag verpot: eens in de 3 tot 5 jaar is meer dan voldoende.

Meest recent

Meest recent