Kwalitatief biggen grootbrengen, dat kan!

Nieuwe kraamstalconcepten dringen steeds meer door in de praktijk.
Nieuwe kraamstalconcepten dringen steeds meer door in de praktijk. - Foto: Wageningen Livestock Research

De voorbije jaren kregen zo’n 60 Vlaamse varkenshouders de kans om het Nederlandse Varkens Innovatie Centrum (VIC) in Sterksel te bezoeken. Eind september werden Nederlandse collega’s uitgenodigd op een technische themanamiddag in Aalter. Het werd een geslaagd initiatief met niet minder dan 250 stakeholders.

De studienamiddag over het kwalitatief grootbrengen van biggen kon rekenen op een ruime belangstelling.
De studienamiddag over het kwalitatief grootbrengen van biggen kon rekenen op een ruime belangstelling. - Foto: AV

Cruciale speenperiode

Een van de grote veranderingen in het jonge leven van een big is het spenen. Hoe kan je het daar goed op voorbereiden? Bas Kemp (Wageningen & Research) belichtte vooral de voederwissel van zogen naar vast voer: “Kijk naar de natuur. Het spenen gebeurt er geleidelijk, maar het (vast) voer zoeken start wel vroeg. Om speenproblemen te vermijden, moeten we dit dus al ook stimuleren tijdens de lactatie. Onderzoek toonde aan dat biggen die meer eten tijdens de lactatie, ook meer voeder opnemen gedurende de eerste 2 weken na het spenen. Uit de praktijk blijkt echter dat 12 tot 66% van de biggen geen vast voer eet voor het spenen!”

Om biggen te stimuleren om vast voeder te eten tijdens de lactatie bestaan verschillende methoden. “Je kunt de voederopname stimuleren via de zeug (aromaherkenning, leren eten van de zeug) en via de omgeving (omgevingsverrijking, grote brokken, variatie in voeder)”, aldus Kemp. “Door gebruik van dezelfde aroma's in het drachtvoeder als later in het biggenvoeder zal het big minder stress vertonen rond het spenen. Het stimuleert de voederopname, wat resulteert in een betere groei en in minder diarree. Net als bij mensen leert het jong van de moeder: mee-eten met de zeug of zien eten, is gunstig voor de opname. Ook op dezelfde voerplek eten als de zeug stimuleert.” Ook de omgeving is belangrijk. Verrijkingsmateriaal (jutezak, stro, hooi, voeder) aanbieden voor het spenen, verbetert de latere voederopname en groei. Bovendien vermindert het beschadigend gedrag, zoals staartbijten. Volgens Bas Kemp stimuleren grote pellets en variatie in de voeders tijdens de lactatie, de latere voederopname.

Kleine tomen kleine zorgen, grote tomen grote zorgen

Céline Van Kerschaver en Mario Vandaele (UGent) gingen de effecten na van grote tomen op het kraamstalmanagement. “Door biggen tijdens het werpen te drogen, onder een warmtelamp en/of aan de uier te plaatsen, kan je biggensterfte reduceren. Vooral de kleinste biggen hebben grote zorgen nodig. Om de overlevingskans van deze kleintjes te verbeteren, kan je drenchen, alternerend zogen, verleggen, snoepvoeder verstrekken of groepsopfok van biggen in de kraamstal toepassen.

De kraamstal- en speenperiode is het meest delicaat in de bedrijfsvoering.
De kraamstal- en speenperiode is het meest delicaat in de bedrijfsvoering. - Foto: LBL

Bij drenchen breng je een beperkte hoeveelheid energierijke vloeistof in de muil van de kleine biggen. Dankzij deze boost vermindert de sterfte. De biestopname van de kleine biggen verzekeren, is echter een betere en goedkopere methode. Door alternerend te zogen, geef je de kleine biggen meer kans op voldoende biestopname. Tijdelijke afzondering van de zwaardere biggen (met volle buik) laat dit toe. De verbeterde biestopname, door vanaf 3 uur na einde werpen alternerend te zogen, zorgt voor meer groei in de eerste levensdagen en hogere overlevingskansen. Een afzondering van 3 uur is al effectief. Vooral de biestopname van de 25% lichtste biggen in de toom neemt toe. Lang afzonderen (9-12 uur) heeft geen bijkomend positief effect op de lichte biggen, maar wel een negatief effect op de biestopname van de zwaarste biggen. De zware biggen ervaren een tijdelijke gereduceerde groei. Herhalen van de afzondering, met tussenin 3 uur bij de zeug, blijkt weinig meerwaarde te realiseren. De onderzoekers adviseren om tijdig na het werpen met alternerd zogen te starten om te profiteren van de tijdelijke biestsecretie en verdere uitputting van de kleine biggen te vermijden

Wanneer biggen worden verlegd - ten vroegste 12 uur na de geboorte –, moet dit gebeuren naargelang het aantal functionele tepels. Bij groepsopfok kunnen 2 of meer tomen biggen gedurende de kraamstalperiode met elkaar interageren. De hokafscheiding kan dan bijvoorbeeld weggenomen worden. Tijdens de speenperiode zullen deze biggen beter met sociale en niet-sociale uitdagingen kunnen omgaan. Er levert weinig tot geen effect voor spenen, maar het resulteert in minder agressie na spenen en het kan de voederopname en groei na spenen wel verhogen.

Welke kraamstal bouwen anno 2020?

Anita Hoofs van Wageningen Livestock Research boog zich over de moeilijke vraag hoe we in 2020 dan wel die nieuwe kraamstal moeten bouwen. Een stal bouwen en inrichten doe je immers voor 20 jaar. Hoofs: “Vandaag ligt het concept van de traditionele kraambox onder druk. Er gebeurt dan ook volop een transitie naar nieuwe huisvestingssystemen.” Bigoverleving wordt daarbij een belangrijke factor. Een hoge biggensterfte wordt immers niet (meer) aanvaard. We willen ook liever goed gespeende biggen in plaats van grote tomen met te veel zwakke biggen die hun achterstand nooit inhalen.

De onderzoekster benadrukt dat het belangrijk is dat de sector deze evolutie zelf aanstuurt. “Varkenshouders, stallenbouwers en -inrichters moeten deze situatie aangrijpen als een kans om nieuwe systemen te ontwikkelen die een toegevoegde waarde en een beter verdienmodel kunnen bieden. Verschillende marktconcepten spelen hier al op in, maar er zijn zeker bijkomende innovaties gewenst.”

Biggen én zeug verdienen aandacht

Volgens Anita Hoofs worden biggen robuust als ze de ruimte krijgen om hun natuurlijk gedrag te uiten. Anita Hoofs: “Naast de vele aandacht voor de biggen, mag je ook de zeug niet uit het oog verliezen. De zeug is hét vergeten dier in de kraamstal. Het is de moeder die haar kroost grootbrengt. Hier liggen nog kansen voor een betere productie.”

Streef dus een optimale situatie voor zeug én biggen na. In een goede kraamstal is het veilig en prettig werken en zijn er geen traumagevoelige plekken. “We zien regelmatig mankementen die stalinrichters gemakkelijk kunnen voorkomen, bijvoorbeeld vloerplaatjes op de plaats waar de zeug altijd haar klauwen plaatst of bramen aan het hekwerk waar de zeug altijd tegen schuurt…” Een goed kraamhok kan ook gemakkelijk worden schoongemaakt, zodat de hygiëne optimaal blijft. De zeug moet een bepaalde mate van bewegingsvrijheid hebben en er moet voldoende nestbouwmateriaal en hokverrijking voor zeug en biggen aanwezig zijn (bijvoorbeeld jutezakken). Voldoende sociaal contact tussen de zeug en de biggen, waarbij ze samen kunnen eten, drinken en spelen werkt positief. Ook contact tussen zeugen onderling wordt meer en meer geadviseerd. Het blijkt ook gunstig wanneer de zeug naast een vast basisrantsoen zelf kan bepalen wanneer ze eet.

Biggen en zeug vergen bovendien gescheiden klimaatzones: de zeugen wil een koele ligplek terwijl de biggen baat hebben bij een eigen warm biggennest. Doelstelling is om zowel de zeug als biggen binnen hun comfortzone te huisvesten. Wanneer het te warm is in het biggennest, zullen de biggen ligplaaten in het kraamhok opzoeken. Zorg ervoor dat deze buiten bereik van de zeug liggen.

Ervaringen met Pro Dromi

De Pro Dromi (type 1, 1,5 en 2) is zo’n concept met meer bewegingsvrijheid voor de zeug en haar biggen. Het zorgt onder meer voor rustiger én vitalere zeugen. Na 4 weken kraamperiode stappen de zeugen beter in vergelijking met een standaardkraambox. Het werpproces verloopt sneller met minder houdingswisselingen. Dit resulteert in minder doodgeboren en vitalere biggen. De biggen nemen meer biest op en ze zogen meer frequent wat zorgt voor hogere speengewichten.

De Pro Dromi geeft veel bewegingsruimte aan zeug en biggen.
De Pro Dromi geeft veel bewegingsruimte aan zeug en biggen. - Foto: Wageningen Livestock Research

De grotere vrijheid geeft ook nadelen. Zo bestaat vooral op de eerste werpdag meer kans op doodliggen, maar dit is sterk verschillend tussen zeugen. Deze zeugen kan je eventueel uitselecteren. Het is een optie om de zeugen 2 dagen te fixeren. Vrijloop vergt bovendien een hogere investeringskost en arbeidsbehoefte. Hoofs schat een meerkost van circa 2 euro per big (inclusief 21%).

Anita Hoofs: “Volgens de zeugenhouders die intussen met de Pro Dromi werken overheersen de voordelen van het systeem, maar ze moeten bij de overstap wel enkele hindernissen overwinnen. De fokkerij legt vandaag ook nog geen focus op zeugen in vrijloop kraamhokken. Ze moeten onder meer werk maken van de moedereigenschappen van de zeug en de robuustheid van de biggen.” Ook de stalinrichters hebben nog werk. “De hokinrichting is zeker nog niet uitontwikkeld. Zo zijn de vloeruitvoering, het klimaatsysteem, het hekwerk en systemen voor het samen eten en drinken nog aan verbetering toe.”

Anne Vandenbosch

Meest recent

Meest recent