Edito: voorkom een drama in de aardappelsector

Edito: voorkom een drama in de aardappelsector

De Belgische aardappelsector mocht de afgelopen jaren met recht een groeibriljant worden genoemd. Het areaal groeide van bijna 74.000 ha in 2009 naar 96.000 ha in 2019. In 2020 kwam de kaap van 100.000 ha in zicht. De productie volgt de vraag. De mondiale vraag naar aardappelproducten groeit jaarlijks 4 tot 5% door een groeiende wereldbevolking en groeiende welvaart.

Belgischer dan friet wordt het niet. Er zijn weinig plaatsen op aarde met zulke goede natuurlijke omstandigheden voor de aardappelteelt als België. Er zijn ook weinig plaatsen met zo’n professionele telers. De aardappelketen timmerde aan de weg en wist de opbrengst van een groeiend areaal naar de wereldmarkt te brengen. Clarebout, Agristo, Mydibel, Aviko..., alle grote jongens die hier actief zijn, bouwen of bouwden recent nieuwe fabrieken.

Nu lijkt een droom om te slaan in een nachtmerrie. De coronacrisis heeft de horecamarkt zo goed als stilgelegd. In de supermarkten was de vraag enorm, maar inmiddels is de hamster die blijkbaar in ons zit bedaard en zitten de frigo’s wel vol. Bovendien raken steeds meer mensen bezorgd over hun inkomen. De industrie leeft vooralsnog afspraken na door alle gecontracteerde aardappelen op te nemen. Wat ze niet kwijt kan, wordt naar het diepvriessegment geduwd, maar ook hier begint de capaciteit tekort te schieten.

Vandaag zijn er ook nog heel wat vrije (niet-gecontracteerde) aardappelen aanwezig bij de telers. Een eerste raming spreekt over 30-35% van de nog aanwezige stocks. Deze zijn ten gevolge van de huidige coronacrisis zo goed als waardeloos. Aardappelen zijn een vers product met een beperkte houdbaarheid. We zijn al ver gevorderd in het bewaarseizoen en er is geen marktwerking meer. Het bewaarseizoen wordt door volle stocks en door het doorschuiven van de contracten de facto enkele maanden korter.

Het aanzienlijke waardeverlies veroorzaakt door deze crisis is geen normaal ondernemersrisico. Telers steken de eerste vroege aardappelen nu in de grond. De keten moet gezamenlijk actie ondernemen. Niemand wil aardappelhopen dumpen op het erf, met alle fytosanitaire risico’s van dien. Terug op het land leidt het tot aardappelopslag en er kan vermoedelijk maar een beperkt volume worden verwerkt tot veevoeder. De overheid doet er goed aan te helpen, om te voorkomen dat de groeibriljant stukgeslagen wordt. Uiteindelijk hebben we straks, meer dan ooit, groeisectoren nodig.

Jan Cees Bron

Meest recent

Meest recent