Problemen proberen oplossen of veroorzaken?

Nu komt de tijd voor de onkruidbestrijding eraan. In de maïsteelt kunnen we immers probleemonkruiden veroorzaken of ze net proberen te bestrijden.

Afhankelijk van streek tot streek kennen we een ander onkruidspectrum en moeten er andere klemtonen gelegd worden. Belangrijk hier is om het perceel te kennen en om te weten welke specifieke onkruiden er verwachten mogen worden. Dit kan slechts door in detail te gaan kijken naar de behandeling. Ook achteraf moet men nagaan of alles werkte om deze kennis mee te dragen voor de volgende jaren.

We hebben in de maïsteelt een zeer ruim gamma aan herbicideactieve stoffen, we kunnen dus veel aan.

Voor zaai, nazaai en vooropkomst en naopkomst zijn behandelingen mogelijk, met het oog op reductie van doorlevende onkruiden, bijvoorbeeld haagwinde of knolcyperus.

Stevig woekerende onkruiden in maïs.
Stevig woekerende onkruiden in maïs. - Foto: LVC

Onderzaai mogelijkheden

In de maïsteelt hebben we de mogelijk om te voldoen aan onze vergroenings- en vanggewassen.

In andere landen zoals Nederland wordt in deze teelt veel meer gebruik gemaakt van overzaai, mede omdat daar nog de datum van 1 oktober geldt als uiterste inzaaidatum. Wij kregen reeds twee jaar de datum van 15 oktober, zodat we eigenlijk de laatste paar jaar ook na silomaïs nog vanggewassen konden zaaien.

Toch beseffen we dat dit ons niet elk jaar zal lukken. Vandaar dat er meer aandacht zou mogen gaan naar onderzaai- of overzaaitechnieken ook bij ons.

Nu wordt er over het algemeen in Vlaanderen op hetzelfde tijdstip 15 kg/ha rietzwenkgras gezaaid samen (of kort voor) de maïszaai, uiteraard met aangepast onkruidschema erachter. Dit type gras blijkt het best geschikt te zijn.

In Frankrijk bekijkt men meer om ook met vlinderbloemigen te werken in onderzaai, zoals klaver en wikkesoorten. Men kan deze ook mengen met grassoorten. In Nederland werd vorig jaar reeds zeer veel met een soort overzaai gewerkt. Op zandgrond was dit trouwens reeds verplicht. Er wordt Engels en Italiaans raaigras ingezaaid als de maïs kniehoog lang is. Dit is het 6-8 blad stadium. Uiteraard gebeurt dit met specifieke toestellen, en na de onkruidbehandeling.

Uiteraard dient er bij de onkruidbestrijding rekening gehouden te worden of men dit systeem zal toepassen. Of er bij dit systeem een doeltreffende onkruidbehandeling kan gebeuren is nog maar de vraag.

Een voorbeeld van een vroege na-opkomst onkruidbestrijding schema met rietzwenkgras kan zijn:

Frontier Elite 0,75 l + Stomp Aqua 1-1,5 l + Callisto 0,5-0,7 l (Calaris 0,7l) + Frisk/Kart/Callam. Dit is echter afhankelijk van de stand van het gras.

Terbutylazine (TBA)

Het gebruik van de actieve stof Terbutylazine houdt beperkingen in. Percelen die dichter dan 20 m van een waterloop liggen, kunnen we hiermee niet behandelen, tenzij er een (gras) bufferzone van 20 m is.

Voorzaai

Een voorzaaitoepassing die ingewerkt wordt in de grond is enkel nuttig bij probleemonkruiden zoals knolcyperus. Zie verder.

Vooropkomst

Vooral bij gierstgrassen of vroege zaai kan een vooropkomst zeker aan te bevelen zijn. Frontier Elite of Dual Gold of Successor aan 1,2 l samen met Stomp Aqua aan 2 l was en is al jaren de vaste waarde, maar vanaf 2016 kregen we ook Adengo/Kolos TC Max. Dit middel bevat naast isoxaflutole (Merlin) ook thiencarbazone en een extra beschermstof. Deze beschermstof zorgt ervoor dat dit product ook in de vroege naopkomst kan gebruikt worden.

Zo kunnen we een combinatie van Frontier Elite of Successor/Stomp Aqua met 0,25 l Adengo/Kolos TC Max maken zonder terbutylazine.

Met TBA kan Akris of Aspect T aan 2 l in plaats van de Frontier Elite/Dual Gold/Successor, dus samen met Stomp Aqua en Adengo/Kolos.

Een vooropkomstbehandeling op vochtige grond en nog eens een 20 tal liter water erop kan voldoende geslaagd zijn voor het ganse seizoen, maar vaak krijgen we deze omstandigheden niet , zodat een correctie achteraf nog nodig is. In dit perspectief moet dan ook gekozen worden voor een uitgebreide vooropkomst of een light versie met als doel om later toch te corrigeren.

Na een vooropkomst kan een correctie met een mesotrione houdend product. Hiervan bestaan er vele product namen: Callisto/Haldis 100/Barracuda/ Lumica/Logano 100SC/Osorno/…

Dien dit toe samen met een grassenmiddel op basis van nicosulfuron zoals Samson Extra 60 OD/Accent/Nicosh/, eventueel aangevuld met een versterker naar doorlevende onkruiden, Type Kart/Frisk/Callam/Banvel/Peak.

Een klein wortelstukje van haagwinde is bij de juiste omstandigheden genoeg voor nieuwe groei.
Een klein wortelstukje van haagwinde is bij de juiste omstandigheden genoeg voor nieuwe groei. - Foto: LVC

Naopkomst

Bij naopkomst hebben we meestal het beste resultaat bij een vroege naopkomst. Dit is in het 2-3 blad stadium. Op dit moment zijn de onkruiden klein en treedt er geen paraplu-effect op. Nog te vaak horen we in de praktijk immers het idee dat maïs vuil mag staan omdat er toch sterke middelen genoeg bestaan om ‘alles’ op te lossen. Dat is dus zeker niet zo! Zeker bij gierstgrassen dient men een vroege naopkomst na te streven. Onkruiden water en voedingsstoffen laten wegnemen van de maïs is uit den boze.

Hoe groter de maïs als hij behandeld wordt, hoe meer hij van herbiciden af ziet, in tegenstelling tot wat misschien het buikgevoel zegt.

Ook hier dient opnieuw rekening gehouden te worden met het te verwachten spectrum of eventueel probleemonkruiden.

Als compleet naopkomstschema kunnen we steeds de combinatie maken van:

1. Een bodemmiddel

Met TBA kunnen we kiezen uit:

- flufenacet + TBA : Aspect T/Andes/Promess

- S-metolachloor + TBA : Gardo Gold/ Gardoprim

- dimethenamide-p +TBA : Akris

- mesotrione + TBA : Calaris

Zonder TBA is er keuze uit: Frontier Elite/Dual Gold/Successor 600

2. grassenmiddel

- Nicosulfuron (Nicosh, Samson Extra 60 OD, Accent)

3. combinatie grassen en breedbladigen

Tembotrione (Laudis/ Videl/itineris)

Thiencarbazon houdende (Monsoon active TCMax, Banteng TCMax, Capreno TCMAx)

4. versterkers

Peak 10-20 g / Kart 500 – 700 cc / Frisk 200 g / Callam 200-400 g / Banvel 400 cc / Casper 100-300 g / Xinca 300-600 cc / Onyx 500 - 800 cc / Starane Forte 300-400 cc

Er kunnen tientallen schema’s gemaakt worden. Raadpleeg je fytohandelaar voor passende adviezen.

Doorlevende onkruiden in maïs, haagwinde, na de oogst zichtbaar.
Doorlevende onkruiden in maïs, haagwinde, na de oogst zichtbaar. - Foto: LVC

Knolcyperus in maïs: de praktijkervaringen

Om zeker te zijn of men knolcyperus heeft, is de gemakkelijkste test het uitgraven van de plant en controleren op bruine oranje-achtige bolletjes. De gelijkenis met hanepoot is voor niet kenners immers niet zo eenvoudig. Opgelet: deze knolletjes kunnen gemakkelijk 10-15 cm diep zitten, dus spit ze diep uit en controleer nauwkeurig.

Links op foto knolcyperus in maïs, rechts hanepoot.
Links op foto knolcyperus in maïs, rechts hanepoot. - Foto: LVC

Vaak lezen we berichten over dit onderwerp en deze leiden soms ook tot tegenstellingen.

Weet dat knolcyperus verschillende genotypes (soorten) kent en een groot vermenigvuldigingspotentie heeft. Tussen deze genotypes zijn er verschillen naar gevoeligheid voor actieve stoffen. Wanneer er een 10 tal percent ontsnapt, kan men misschien ontgoocheld zijn, maar niets doen is zeker geen optie. Het wondermiddel bestaat (nog) niet. Voer dus beter de beste adviezen uit!

De beste oplossing is de natte grondontsmetting met voldoende middel en plastiekafdekking. Het is dan ook verwonderlijk dat telers, die (plaatselijk) een probleem vaststellen en er ook nog eens de financiële moeite willen voor doen om dit grondig aan te pakken, geen soepele werkbare wetgeving krijgen om dit door gespecialiseerde bedrijven te laten uitvoeren, met de verplichting om een niet knol of bolgewas te zetten.

Buurtschade bij maïs en bieten.
Buurtschade bij maïs en bieten. - Foto: LVC

De beste oplossingen die we wel dit ogenblik voor de praktijk kunnen adviseren zijn (zeer) hoge dosissen en het afwisselen of combineren van volgende actieve stoffen: Glyfosaat (Roundup), dimethenamide-P (Frontier Elite/Arundo, S-metholachloor (Dual Gold/Lecar), mesotrione (Callisto/Barracuda/Haldis 100/Logano 100SC), pyridaat (Lentagran/Onyx) en bentazon (Basagran 45WP).

De meeste van deze stoffen zijn erkend in maïs. Daarom zijn er in deze vrucht wel mogelijkheden in tegenstelling tot vele andere teelten.

In maïs is het bij kennis van knolcyperus in een perceel nodig om die zo vaak als mogelijk aan te pakken.

Voor zaai op niet zandgrond werken we dus reeds best Dual Gold/Lecar in aan de maximale wettelijke dosis van 1,6 l/ha, wat neerkomt op 1.536 g S-metolachloor. Deze dosis is trouwens minimaal volgens proeven van Prof. dr. ir. Benny de Cauwer van de afdeling herbologie van UGent.

Buurtschade bij maïs bij brakliggend perceel waar later bonen op kwamen.
Buurtschade bij maïs bij brakliggend perceel waar later bonen op kwamen. - Foto: LVC

Ook kan men voor de minder efficiënte nazaaitoepassing met dimethenamide-p (Frontier Elite /Arundo aan 1,4 l/ha) of Akris aan 3 l /ha kiezen.

Verder is een behandeling in 2-4 bladstadium van de maïs (bij 3 bladstadium knolcyperus) het beste schema met de volgende middelen als basis: Mesotrione (0,75 l Callisto) + Onyx 0,83 l + 2 l Actirob B + ammoniumsulfaat. Graag dit met minimum 500 l water/ha uitvoeren.

Zo houdt men binnen de wettelijke grenzen de mogelijkheid om dit nog eens te herhalen in 7-8 blad indien opnieuw knolcyperus zichtbaar is of als onderbladtoepassing in een nog later stadium.

Indien men eerst een andere behandeling doet of te lang wacht met de eerste behandeling krijgt men in de praktijk vaak niet de kans om 2 ‘knolcyperus’-behandelingen te doen. Het moet immers na de eerste behandeling opnieuw voldoende groen en vitaal zijn om een herhaling zinvol te maken.

Over glyfosaat is er discussie, maar de discussie is volgens mij te herleiden tot de volgende zaken:

1) Hoge dosissen zijn nodig!

2) Herhaling indien hergroei zichtbaar is, is zeker nodig.

3) Ammoniumsulfaat helpt om de contactwerking te versterken.

Maïsherbiciden één dag in de spuittank laten staan en dan verder behandelt met dit resultaat.
Maïsherbiciden één dag in de spuittank laten staan en dan verder behandelt met dit resultaat. - Foto: LVC

Risico’s bij behandelingen

Let bij maïsherbiciden op voor buurtschade. Denk daarbij niet alleen aan de reeds geplant of gezaaide percelen. Ook niet gezaaide percelen kunnen door de zware bodemmiddelen schade geven.

In minder gunstige omstandigheden of complexere schema’s kan het zeker nuttig zijn om er een bladvoeding op basis van aminozuren bij te stoppen om de planten te beschermen. Deze kunnen de herbiciden dan gemakkelijker ‘verteren’. Minder gunstige omstandigheden zijn koude nachten of grote temperatuurschommelingen tussen dag en nacht. Minder droge maïsplanten kan men het best behandelen in de vroege ochtenden om van het windstil weer te profiteren. Zeker bij gebruik van Xinca staat maïs beter kurk droog.

Lieven Van Ceunebroeck

Meest recent

Meest recent