Recht: regels rond vee op de openbare weg

Recht: regels rond vee op de openbare weg
Foto: K. Vlaar

De eerste vraag die we ons moeten stellen, is deze in verband met het statuut van de landbouwweg. Een openbare weg in de zin van artikel 1 van de wegcode is elke weg die toegankelijk is voor het verkeer te land. Een weg die enkel voor het verkeer te land van bepaalde categorieën van personen openstaat, is geen openbare weg. U vermeldt echter dat er onder het verbodsbord wel een uitzondering is gemaakt voor fietsers en voetgangers, zodat u ook met deze weggebruikers rekening moet houden.

Dieren in het verkeer

Bij de opmaak van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, beter bekend als de wegcode, werd ook aan dieren in het verkeer gedacht.

Art. 55 van de wegcode regelt de aanwezigheid van dieren in het verkeer. De bestuurder van trek-, last- of rijdieren en van vee moet zich door een voldoend aantal begeleiders laten bijstaan. Bovendien moeten de bestuurder en de begeleiders voortdurend in de nabijheid van de dieren blijven, ze kunnen in bedwang houden en kunnen beletten dat zij het verkeer belemmeren en ongevallen veroorzaken.

Op grond van art. 8.3 van de wegcode moet diegene die met dieren op de weg komt, zijn dieren goed in de hand hebben.

Ook de fietser heeft plichten

Niet alleen hij of zij die met dieren op de weg komt, heeft plichten. Ook voor de wielertoerist gelden bepaalde regels. Op grond van art. 10.3 van de wegcode moet elke bestuurder vertragen wanneer hij trek-, last- en rijdieren of vee op de openbare weg nadert, en moet hij zelfs stoppen indien deze dieren tekenen van angst vertonen.

De verplichting om te vertragen bij het naderen van die dieren bestaat ongeacht of de dieren tekenen van angst of enig ander schichtig gedrag vertonen, en zelfs wanneer ze nog verschillende meters van de bestuurder verwijderd zijn.

Uit een vonnis van de Politierechtbank in Brugge blijkt dat een bestuurder wel geen rekening moet houden met het schrikken van een paard op het ogenblik van het voorbijrijden zelf. (Pol. Rb. Brugge 25 maart 2002, T.A.V.W. 2003, afl. 3, 254.) Deze uitspraak ligt in de lijn van het klassieke standpunt van het Hof van Cassatie dat al lang geleden oordeelde dat men op voorhand geen rekening kan houden met het schrikken op het ogenblik van voorbijrijden, daarom wordt vereist dat de dieren op voorhand angst vertonen (Cass., 5 mei 1947, Pas., I, 186).

Aansprakelijkheid

voor dieren

Artikel 1385 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat “de eigenaar van een dier, of, terwijl hij het in gebruik heeft, degene die zich ervan bedient, aansprakelijk is voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij het onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was”.

Deze bepaling stelt een vermoeden van aansprakelijkheid in voor dieren ten laste van hun eigenaar of bewaarder. Om dit vermoeden van aansprakelijkheid te kunnen toepassen, is het voldoende dat de schade veroorzaakt is door het dier. Er moet geen enkele fout van de bewaarder van het dier bewezen worden.

Deze aansprakelijkheid blijft ook bestaan voor een ontsnapt of verdwaald dier. In het verleden werd al meerdere keren geoordeeld dat de bewaarder van de koe die uit haar wei losbreekt, instaat voor alle schadelijke gevolgen.

Voorzorgen nemen

Zowel u, als landbouwer die met uw vee de weg op komt, als de weggebruikers die uw dieren naderen, hebben plichten. De aansprakelijkheidsregels voor de houders van dieren, verplichten u wel om zo voorzichtig mogelijk te zijn. U doet er goed aan te zorgen voor voldoende begeleiding en een duidelijke signalisatie.

We raden u aan om contact op te nemen met de gemeente met de vraag om bijkomende verkeersborden te plaatsen. Er bestaat immers een heel specifiek gevaarsbord dat kan worden geplaatst om de doortocht van vee aan te kondigen. Dit verkeersbord A29 waarschuwt in uw geval de voetgangers en fietsers dat zij met vee op de weg kunnen worden geconfronteerd.

Jan Opsommer

Meest recent

Meest recent