Vlaamse melkkoeien halen hogere levensproductie

De productiestijging gaat niet ten koste van de vruchtbaarheid, zegt CRV.
De productiestijging gaat niet ten koste van de vruchtbaarheid, zegt CRV. - Foto: LV

Het rollend jaargemiddelde nam toe naar 9.305 kg melk per koe met 4,24% vet en 3,50% eiwit en de koeien die in dit boekjaar werden afgevoerd, produceerden gemiddeld 28.879 kg melk met 4,16% vet en 3,47% eiwit. Dat is 892 kg melk en 73 kg vet eiwit meer dan in het vorige boekjaar.

De gegevens komen voort uit de jaarstatistieken van de melkproductieregistratie. Volgens CRV ging de productiestijging niet ten koste van de vruchtbaarheid van de koeien want de tussenkalftijd daalde weer en kwam uit op 405 dagen. De grootte van de Vlaamse melkveebedrijven die aan de mpr (melkproductieregistratie) deelnemen, nam toe met 5 melkkoeien van 91 naar 96.

Hoogste jaargemiddelde

Dit jaar produceerden de 73 koeien van Jos Dobbels uit Kortemark het hoogste rollend jaargemiddelde in Vlaanderen, namelijk 13.851 kg melk met 4,35% vet en 3,35% eiwit. Dit levert een economisch jaarresultaat (ejr) op van 3039. De nummers 2 en 3 voor het rollende jaargemiddelde zijn, net als vorig jaar, Patrick Claeys uit Zomergem (ejr 2898) en Thierry Van Leeuwe uit Adrichem (2882 ejr).

Dit jaar publiceert de coöperatie CRV voor het eerst een lijst van 10 bedrijven met de hoogste gemiddelde levensproductie van de aanwezige koeien. Daarvoor wordt een ondergrens van 10 aanwezige koeien aangehouden. In deze lijst staat Thierry Van Leeuwe op de eerste plaats. De 57 aanwezige koeien hebben een gemiddelde leeftijd van 4 jaar en 11 maanden en produceerden tot dusver 37198 kg melk met 4,19% vet en 3,48% eiwit.

Ook houdt de Coöperatie CRV bij op welke bedrijven de koeien de hoogste levensproductie hadden op het moment dat zij werden afgevoerd. Bij lijstaanvoerder Marc Rossaert uit Belsele werden het afgelopen boekjaar 13 koeien afgevoerd die in hun leven gemiddeld 63.815 kg melk hadden geproduceerd met 3,79% vet en 3,42% eiwit.

Productiestijging in alle rassen

Zowel de zwartbonte als de roodbonte Holsteinkoeien lieten in het boekjaar 2019-2020 een productiestijging zien. Die lag vooral in het percentage vet. Bij de zwartbonten nam dat toe van 4,11% naar 4,18%, waarbij ook de melkproductie licht steeg.

Bij de roodbonte holsteinkoeien steeg het vetpercentage van 4,36% naar 4,41%. De gemiddelde melkproductie bleef nagenoeg gelijk. Bij beide rassen bleef het eiwitgehalte op niveau. Het aantal Belgisch witroden waarvan de melkproductie via mpr wordt gemeten, was stabiel en ook hun productie steeg licht gedurende dit boekjaar.

De gegevens over de productieprestaties van de Vlaamse melkkoeien zijn mogelijk gemaakt door deelname aan de melkproductieregistratie.

Lieven Vancoillie-CRV

Meest recent

Meest recent