Grondige update van de fokwaardeschatting na het invoeren van ssGBLUP-techniek

Zinko van fokker/eigenaar Luk Vermeiren uit Rijkevorsel behaalde de hoogste index.
Zinko van fokker/eigenaar Luk Vermeiren uit Rijkevorsel behaalde de hoogste index. - Foto: VPF

Voor de kraamstalindex (KSI) werd reeds sinds november 2019 gebruik gemaakt van de single step genomic BLUP (ssGBLUP)-techniek voor het berekenen van de fokwaardeschattingen voor kraamstalkenmerken als bigvitaliteit, balbreuken, zwemmers, levend en dood geboren. Sinds 10 december werd dit ook doorgevoerd voor de klassieke fokwaardeschatting voor kenmerken gemeten in de selectiemesterijen van de Vlaamse Piétrainfokkerij (VPF). Aangezien hiervoor nieuwe software moest gebruikt worden, werden meteen ook een aantal kenmerken toegevoegd en gewijzigd.

Nieuwe rekenwijze

Voortaan wordt nu ook een fokwaarde voor jeugdgroei (JG) berekend, en werd de fokwaarde voor mesterijgroei vervangen door deze voor levensgroei (LG) (zie tabel). De fokwaarde voor slachtkwaliteit (SLKW) wordt voortaan Autofom-index (AFI) genoemd. De Autofom is immers het toestel waarmee de karkaskwaliteit van de varkens van de selectiemesterij gemeten wordt die de prijs per kg karkasgewicht bepaalt in het slachthuis.

Ook de logica van de voorstelling van de kraamstalindex (KSI) werd doorgetrokken naar de nieuwe fokwaardeschattingen van de mesterijkenmerken. Zo wordt de populatie voortaan voor elk kenmerk voorgesteld door een normaalverdeling waarbij het populatiegemiddelde 100 punten bedraagt, en één standaardafwijking (weergegeven door de Griekse letter sigma) voor 20 punten staat (zie figuur). Hierbij is een fokwaarde boven de 100 punten telkens gunstig. Dit betekent dus ook dat een beer met een fokwaarde voor voederconversie van 120 punten overeenkomt met een voederconversie van -77 g voeder/kg groei ten opzichte van het populatiegemiddelde van de VPF-beren. Genetisch kan van deze beer verwacht worden dat hij 77 g minder voeder nodig heeft om 1 kg te groeien ten opzichte van de populatie Piétrainberen bij VPF. Bij de vroegere voorstelling werd deze fokwaarde aangegeven als ‘-77’. Hetzelfde geldt voor de fokwaarde AFI waarbij een index boven de 100 overeenkomt met een daling van de AFI in het slachthuis wat resulteert in een hogere prijs per kg karkasgewicht. Voor de kenmerken jeugd- en levensgroei komt een fokwaarde boven de 100 overeen met een hogere groei.

Figuur 1: Normaalverdeling met indicatie van de standaarddeviatie, aangepast van M. W. Toews (Wikimedia Commons 2007), gebruikt onder CC BY 2.54. Met: JG = jeugdgroei (g/d), LG = levensgroei, VC = voederconversie (g/g), AFI (= Autofom Index), FWS = totaal index fokwaardeschatting (punten), KSI = kraamstalindex (punten)
Figuur 1: Normaalverdeling met indicatie van de standaarddeviatie, aangepast van M. W. Toews (Wikimedia Commons 2007), gebruikt onder CC BY 2.54. Met: JG = jeugdgroei (g/d), LG = levensgroei, VC = voederconversie (g/g), AFI (= Autofom Index), FWS = totaal index fokwaardeschatting (punten), KSI = kraamstalindex (punten)

De logica van deze nieuwe voorstelling is dat men voortaan onmiddellijk weet waar de beer zich voor elk kenmerk bevindt in de populatie VPF-beren. Zo behoort een beer met een fokwaarde hoger dan 3 standaardafwijkingen boven het populatiegemiddelde (160 punten) tot de 0,1% beste van de populatie voor dat kenmerk (zie balkje uiterst rechts in de figuur). Dit is dus heel erg goed, want als de populatie uit 1.000 beren bestaat, zit er maar 1 beer met een fokwaarde boven de 160 punten (in het rechtse vakje van de figuur). Een beer met een index boven 120 punten (1 standaardafwijking beter dan de populatie) zit bijgevolg in de 15,8% beste van de populatie. Immers 13,6% + 2,1% + 0,1% = 15,8%. Omgekeerd behoort een beer met een index onder de 80 punten tot de 15,8% slechtste van de populatie. Voor levensgroei is dit dus meer dan 21 g onder het populatiegemiddelde. Voor voederconversie betekent dit dat 77 g voeder extra nodig is om een kg te groeien ten opzichte van de gemiddelde VPF-beer.

Hoe snel zullen mijn varkens groeien?

De vraag die elke varkenshouder zich zal stellen is ‘als ik een beer gebruik met een index van 120, hoe snel zullen mijn varkens dan groeien in mijn stal?’ Dat is niet zo makkelijk te voorspellen omdat andere, niet-genetische factoren zoals voeder, het seizoen, stal, eindgewicht, management en geslacht van de mannelijke dieren bij elke individuele varkenshouder verschillen. Al deze factoren samen hebben een belangrijkere invloed op de uiteindelijke groei van het varken bij de boer. Waar je wel in grote lijnen mag van uitgaan is dat de nakomelingen van een beer met 120 punten 21 g/2 = 10 g/d sneller zullen groeien dan van de gemiddelde VPF-beer met een fokwaarde van 100 voor levensgroei. De fokwaarde van de beer moet men immers delen door 2, want de beer geeft maar de helft van zijn genen door aan zijn nakomelingen.

Zinko

Bekijken we nu de recentste fokwaarden – berekend in het seizoen 2020.3 (zie tabel) – dan hebben we, bovenaan bij de beren met het predikaat Optimal Prime, Zinko van fokker/eigenaar Luk Vermeiren uit Rijkevorsel staan. De fokwaarde van Zinko werd berekend op basis van de prestaties van 26 nakomelingen. Zijn fokwaarde voor jeugdgroei (JG) van 141 bracht hem net bij de 2,2% beste beren van de populatie. Het is echter de fokwaarde voor levensgroei (LG) die deze beer uitzonderlijk maakt. De nakomelingen hebben zo snel gegroeid waardoor de beer genetisch in de top 0,1% van de populatie ingedeeld wordt (vakje helemaal links van de populatie in de figuur). Met een fokwaarde van telkens 135 voor zowel het kenmerk voederconversie als Autofomindex zit de beer echter ook nog altijd in de top 15,8% van de populatie.

Dit is toch wel een hele krachttoer van deze merkwaardige fokker waarvan in het fokkersmilieu algemeen geweten is dat hij sinds een vijftal jaar bezig is om doorgedreven op groei te fokken, zonder daarbij de andere economisch belangrijke kenmerken uit het oog te verliezen.

Top 5

Aangezien niet alleen de rekentechnieken, maar ook het aantal afgeteste beren steeds meer op stoom komt sinds de overgang van VVS naar VPF werd in overleg met de redactie van Landbouwleven beslist om voortaan enkel de top 5 van de beren per predikaat te publiceren. De volledige lijst kan men nog altijd raadplegen op de website van VPF .

Jurgen Depuydt, VPF

Meest recent

Meest recent