Thomas More innoveert: “Door samen te werken met bedrijven hebben we een uniek aanbod”

De grote primeur van Thomas More is de nieuwe serre, met de nieuwste  hoogtechnologische snufjes.
De grote primeur van Thomas More is de nieuwe serre, met de nieuwste hoogtechnologische snufjes. - Foto: MV

De landbouwsector is niet alleen heel breed, de technologie evolueert ook continu. Als school is het daarom ieder jaar een uitdaging om mee te zijn met de nieuwste ontwikkelingen. En die komen van verschillende bedrijven. “Van constructeurs, tot bedrijven die doen in verlichting, tot zaadbedrijven,… Thomas More realiseert samenwerkingen met verschillende bedrijven om zo mee te zijn met de nieuwste technologieën. Als studenten in het werkveld komen, hebben ze ook de ervaringen met bedrijven in hun rugzak, wat hen helpt in hun landbouwloopbaan. En voor de bedrijven is het interessant omdat we hen in de kijker zetten en soms ook resultaten kunnen leveren”, vertelt de opleidingsmanager van de Thomas More Hogeschool campus Geel.

De school investeerde de laatste jaren in een nieuwe opleiding, een levensecht anatomische model van een Holsteinkoe, een hydraulicalaboratorium en een nieuwe serre. “De nieuwe serre is iets waar we erg trots op zijn. Het biedt de studenten de link met de praktijk die ze theoretisch in de lessen zien. Het geeft hen de kans om zelfstandig te redeneren over wat ze zien”, geeft Rina mee.

Nieuwe opleiding Productiebeheer

Thomas More biedt sinds kort 2 opleidingen die landbouw- en tuinbouwgericht zijn. De professionele bachelor Agro- en Biotechnologie is al langer bekend. Het is een driejarige opleiding, met aan Thomas More 5 mogelijke afstudeerrichtingen: biotechnologie (keuzetrajecten biotechniek en milieubeheer), dierenzorg (keuzetraject dierenartsassistentie), landbouw (keuzetrajecten akkerbouw, intensieve veehouderij, rundveeteelt, landbouwmechanisatie), tuinbouw (keuzetrajecten groenteteelt, fruitteelt, sierteelt, tuinaanleg) en voedingstechnologie.

Twee jaar geleden kwam er een nieuwe opleiding bij: het graduaat Productiebeheer Land- en tuinbouw. “Het grootste verschil met de bacheloropleiding is dat het een zeer praktisch gerichte opleiding is. Het ruime aandeel werkplekleren geeft dit aan. Daar worden 48 van de 120 studiepunten aan gewijd. Het is voor mensen die ploegbaas of teamleider willen worden op een land- of tuinbouwbedrijf”, vertelt Paul Grauwen, coördinator Productiebeheer Land- en tuinbouw en docent tuinbouw. In Thomas More bestaat de richting ondertussen 2 jaar. Dat betekent dan ook dat de eersten dit jaar zullen afstuderen. “In juni zullen er 16 afstuderen, als alles goed gaat. Nu zitten er 28 studenten in het eerste jaar. We denken dat het een populaire opleiding zal worden, omdat ze zo praktijkgericht is”, aldus Paul.

In de opleiding wordt gefocust op enkele basisvakken, zoals plantkunde en dierkunde, maar er zitten ook een aantal vakken bij die de studenten helpen bij de omgang met personeel, zoals communicatievaardigheden en HR-beheer. Verder wordt aandacht besteed aan het aansturen van de teelt – het productieproces dus –en ook productieplanning en logistiek aan de orde. “Daarnaast horen wel wat teeltvakken, zoals veehouderij en plantaardige teelten. Deze komen aan bod, maar minder uitgebreid dan bij de bachelor. We geven ze de basis mee die ze nodig hebben om te kunnen starten op de werkplek. In de opleiding Productiebeheer is het de bedoeling dat ze de teeltvaardigheden aanleren tijdens het werkplekleren, dus op de werkplek.”

In de bachelor wordt er ook het aspect management opgenomen, dat is niet het geval bij de opleiding Productiebeheer. “Bij de bachelor krijgen de studenten een bredere wetenschappelijke basis, zodat ze zelf kunnen redeneren, dat ze capabel zijn om problemen te analyseren, na te denken over oplossingen. Iemand die productiebeheer studeert, voert liever uit”, concludeert Rina.

Hydraulicalaboratorium

Voordat we de ruimte voor landbouwmechanisatie binnengaan, valt de muur met bordjes met constructeurs op. “Firma's waarmee we samenwerkingen hebben, worden op de ‘wall of fame’ uitgestald. De constructeurbordjes hangen op omdat ze iets hebben bijgedragen aan de school, zoals educatieve modellen. Er kunnen natuurlijk nog altijd bordjes bij”, lacht Rina. Dat de samenwerkingen hier heel belangrijk zijn, beaamt docent landbouwmechanisatie Kris Michiels. “De link met de praktijk is heel belangrijk. Zo hebben we van firma’s 3 transmissies ter beschikking gekregen die we open kunnen stellen en de werking kunnen aantonen. Ze worden regelmatig aangevuld met recente modellen.”

De studenten kunnen met de componenten in het hydraulicalaboratorium een schema bouwen, en eventueel hierin fouten detecteren.
De studenten kunnen met de componenten in het hydraulicalaboratorium een schema bouwen, en eventueel hierin fouten detecteren. - Foto: MV

Dé innovatie in de ruimte is het hydraulicalaboratorium, dat gemaakt werd in samenwerking met Bosch-Rexroth. Thomas More deed 3 jaar geleden hiervoor de investering en afgelopen jaar is er een uitbreiding gerealiseerd. Momenteel staan er verschillende hydraulische testbanken, met hydraulische componenten die gangbaar zijn in landbouwmachines. “De studenten kunnen met deze componenten een schema bouwen, en eventueel hierin fouten detecteren. Bovendien proberen we elementen uit de vakken elektronica ook in de lessen hierover te betrekken, zoals PLC- en Isobustechniek. Van studenten in het derde jaar verwachten we immers dat ze linken kunnen leggen tussen de vakken”, aldus Kris.

Anatomisch model van een Holsteinkoe

De landbouw- en dierenzorgstudenten kunnen zich dan weer uitleven op een innovatie uit Canada. “Het is niet voor alle studenten gemakkelijk om een kalving te doen zonder geoefend te hebben, laat staan een correcte inseminatie en drachtcontrole. We wilden daarom een oefenmodel”, vertelt Rina. Twee jaar geleden bestelde de Thomas More Hogeschool daarom een plastic-rubberen koe waarbij de studenten een kalving kunnen oefenen. Ook kunstmatige inseminatie en drachtcontrole oefenen is mogelijk. De rug van de koe kan geopend worden, waardoor de docenten en andere studenten kunnen zien wat er gebeurt in de koe zelf. Bij het koemodel werd bovendien een rubberen kalf en baarmoeder met foetussen geleverd, zodat de student voeling kan krijgen met drachtcontrole en de geboorte. “Bovendien is het een anatomisch model met een perfect exterieur. Hier grijpen we vaak op terug.”

Met de plastic-rubberen Holstein-koe kunnen de studenten een kalving oefenen, net als kunstmatige inseminatie en drachtcontrole.
Met de plastic-rubberen Holstein-koe kunnen de studenten een kalving oefenen, net als kunstmatige inseminatie en drachtcontrole. - Foto: MV

Serre in de klas

Onder het motto ‘niets gaat verloren’, werd voor de bachelorstudenten een oudere serre in een klas geplaatst. Die werd van licht voorzien en ook het klimaat kan worden ingesteld. “Vooral het tweede en derde jaar biotechniek doen daar proeven in”, vertelt Joris Doumen, docent Biotechnologie. “In het tweede jaar is dat voor Crop Science, in het derde jaar voor Biocontrole en Crop Health. In het tweede jaar bekijken ze hoe ze een plant gezond kunnen houden, en in derde jaar hoe ze het immuunsysteem kunnen triggeren. Er worden dan verschillende problemen vanuit het werkveld besproken, zoals ziekten en (a)biotische stress.”

In de serre in de klas worden verschillende problemen vanuit het werkveld besproken, zoals ziekten en (a)biotische stress.
In de serre in de klas worden verschillende problemen vanuit het werkveld besproken, zoals ziekten en (a)biotische stress. - Foto: Thomas More

Joris geeft aan zo de studenten zelfstandig te leren werken. Ze zetten eerst een klein proefje op in de kleine serre, alvorens op te schalen in de grote nieuwe serre. “Het labo ligt ook dicht bij de klas met serre, zodat ze tests kunnen doen.” De proeven worden vaak gedaan voor en op vraag van het werkveld; van bedrijven tot onderzoeksinstituten. “Zo kunnen de studenten producten van bedrijven testen en kunnen de bedrijven de studenten mee evalueren.”

De nieuwe serre

De grote primeur van Thomas More is de nieuwe serre, met de nieuwste hoogtechnologische snufjes. Op een oppervlakte van 1.500 m² werd de serre gebouwd voor de bachelorstudenten Agro- en Biotechnologie. “35 jaar geleden zijn we gestart met de vorige tuinbouwinfrastructuur. Toen startten we met het lesgeven in de primaire sector, en dan heb je sowieso infrastructuur nodig. Op het buitenterrein is er nog 2ha aan fruitaanplant, 1 ha aan vollegrondsgroenten en een boomkwekerij. We zorgen ervoor dat die infrastructuur niet alleen hedendaags is, maar ook futureproof”, vertelt Herman Marien, docent tuinbouw en specialist glastuinbouw.

De serre is ingedeeld in verschillende ruimten en zones. Zo is er een ruimte met incubators en klimaatkamers. “Hier worden teeltconcepten uitgetest, bijvoorbeeld als voorbereiding van indoor farming in de toekomst”, klinkt het. Daarnaast is er een ruimte voorzien voor tuinaanleg. Hier worden technieken richting groenonderhoud en –management duidelijk. De constructie-elementen liggen er gesorteerd in bakken, en de studenten kunnen in de ruimte bestratingswerkzaamheden inoefenen. Ten slotte is er een zone voor vermeerderingstechnieken voor boomkwekerij, er kan worden verpot en gestekt. “Die planten kunnen later in de serre of in de boomkwekerij gebruikt worden.” Last but not least worden er 2 instructielokalen voorzien. “Dit moet het hart zijn van de serre, waar studenten kunnen vertrekken om hun opdrachten uit te werken en docenten kunnen bijsturen. Er wordt geen les gegeven, maar de studenten kunnen er tijdens hun proeven terecht om iets op te zoeken, bijvoorbeeld op het internet”, aldus Herman.

De serre zelf bestaat uit 10 afdelingen waar verschillende plantproeven in worden gedaan. Die afdelingen zijn gekoppeld aan een automatiseringsruimte, waar onder andere de irrigatie en de filtering van het drainwater wordt aangestuurd.

Eén van die afdelingen beschikt over een bioveiligheidszone klasse 2. Dankzij deze erkenning kunnen de studenten op Thomas More meer en diepgaander onderzoek doen naar en met plantpathogenen. Daarvoor is de serre uitgerust met een ontsmettingsunit en autoclaaf en komt er ook een microbiological safety cabinet. “Met behulp van verschillende sassen en strikte hygiënevoorschriften wordt ervoor gezorgd dat geen enkel pathogeen de serre uit kan, want dat zou desastreus zijn voor de andere afdelingen”, legt Joris uit. “Buiten de nodige sensoren is deze ruimte voorzien van speciale lampen van MechaTronix, waarmee we niet enkel de intensiteit, maar ook het spectrum blauw, rood, verrood en groen kunnen instellen. Zo kunnen we de kweekcondities van over de hele wereld simuleren en eventuele oplossingen aftoetsen in hun natuurlijke habitat.”

De andere 9 afdelingen hebben elk hun specifieke inrichting. In één ervan kunnen studenten aan de slag met mobiele goten, in een andere is er verduistering voorzien, en nog in één andere kunnen er volleveldproeven doorgaan. “We zitten op de beste grond van de Kempen door het relatief hoge leem- en kleigehalte. We willen studenten erbij doen stilstaan dat de bodem belangrijk is voor de teelt.” Ook tijdens corona blijken alle afdelingen bezet te zijn met potproeven, voor sierteelt, fruitteelt en groenteteelt. “De serre geeft de studenten de mogelijkheden oog te hebben voor experimenten die ze inzicht kunnen geven in de groei en ontwikkeling van planten, buiten het theoretische. De studenten moeten zelf verklaringen zoeken, ze moeten zelf iets uitzoeken zonder dat wij het hen vertellen", geeft Joris nog mee.

Marlies Vleugels

Meest recent

Meest recent