Tips voor een optimale bescherming van pasgeboren biggen

Tip bij vaccinatie: Gebruik D3-naalden. Die zijn opspoorbaar aan de slachtlijn.
Tip bij vaccinatie: Gebruik D3-naalden. Die zijn opspoorbaar aan de slachtlijn. - Foto: Inagro

Op basis van de meest voorkomende vragen hebben VIVES en Inagro protocollen opgesteld. Zo stelden ze ook tips op voor de bescherming van pasgeboren biggen. Nathalie Nollet bespreekt onder andere de biestopname, het spenen, de behandeling van diarree en het vaccineren.

Optimale biestopname

Biestopname is natuurlijk levensnoodzakelijk. Daarbij zijn 3 factoren heel belangrijk: de biestopname, de omgevingscondities, en de toestand van de zeug:

Binnen de 12 uur, of ten laatste binnen de 24 uur, zou elke big 160 g biest per kg lichaamsgewicht moeten opnemen. Na de opname van de biest, kan je de kleinste biggen samenleggen bij een ‘pleegzeug’, zodat ze niet meer moeten concurreren met de grotere. Dat wordt hieronder verder uitgelegd bij de verlegstrategie.

De factor ‘omgeving’ is belangrijk voor de zeug én de biggen. De biggen moeten warm en droog liggen. Zolang ze samenkruipen onder de warmtelamp, laat je die het best branden. Als je merkt dat ze daarvan weg kruipen, kan je de lamp uitzetten. Over de biggen strooi je het best poeder, zodat ze sneller opdrogen.

De zeugen die werpen, moeten ook goed in het oog gehouden worden, maar je moet de rust in de stal wel respecteren. Voor een vlotte voeropname is een temperatuur van 18-20 °C perfect. Het drinkwater moet bacteriologisch zuiver zijn en voldoen aan de chemische richtwaarden met voldoende debiet (2 tot 4 l/min). Voor een optimale vaccinatiestrategie, die zorgt voor kwaliteitsvolle biest met veel antistoffen, gebruik je een stalvaccin op basis van de mest uit de nesten met diarree. Je kan ook met commerciële vaccins werken. Dan moet je de richtlijnen van de fabrikant goed opvolgen en dan maak je het best een schema op met je bedrijfsdierenarts.

De ideale verlegstrategie

Nollet geeft mee dat er niet één juiste manier bestaat om biggen te verleggen. Vanuit het project kan men enkel tips en richtlijnen geven. Zo verleg je de biggen het best niet voor ze 24 uur oud zijn. Daarna kan je de kleinste biggen verleggen naar een tweede- of derdeworpszeug met kleine tepels.

Ook dan moet je blijven observeren of elke big genoeg melk krijgt. Kijk na of ze aan de tepel zuigen en niet enkel aan de uier. Dat geeft de big wel een troostgevoel, maar zo krijgt het geen melk binnen. Als je dat ziet, kan je die big het best kleuren. Als je merkt dat, wanneer alle biggen slapen, 1 of 2 biggen nog op zoek gaan naar melk, kan je die het best apart leggen. Ook wanneer er gevochten wordt voor een tepel, neem je de kleine big het best weg om die meer kansen te geven.

Bij het doorschuiven van de biggen zou het ideaal zijn dat een zeug ongeveer één week vroeger geworpen heeft. Bij die zeug kan een nest sterke biggen van 3-4 dagen oud gelegd worden. Breng dan de gekleurde biggen uit andere nesten bij de zeug waar de sterke biggen weggenomen zijn. De pleegzeug is idealiter een rustige zeug die fit is en voldoende water en voer opneemt. Ze heeft goed bereikbare tepels en heeft in eerdere worpen een groot aantal biggen gespeend.

Verleg zeker geen zieke biggen of biggen met diarree, want ziektes willen we niet verspreiden. Om ervoor te zorgen dat de zeug de biggen sneller aanvaardt, kan je poeder strooien over de nieuwe biggen, zodat de zeug hen minder goed ruikt.

Diarree in de kraamstal

Als er iets misging bij de opname van biest, die al dan niet genoeg antistoffen bevatte, kan er toch nog diarree optreden. Dan is het belangrijk dat de biggen warm en droog blijven. Om uitdroging te voorkomen, dien je het best elektrolyten toe. Verder stop je het best met het toedienen van kunstmelk, want dat werkt diarree eerder in de hand.

Daarnaast is het heel belangrijk om de verspreiding naar andere nesten te voorkomen. Houd nauwgezet rekening met de hygiëne: ontsmet je laarzen, materialen, wissel van handschoenen per hok en ga zo weinig mogelijk het hok binnen. Doe dat enkel als dat nodig is voor een behandeling.

Soorten diarree

Er zijn 3 soorten diarree: virale diarree (veroorzaakt door een virus (rota of corona)), een bacteriële diarree (door E. Coli of Clostridium) en parasitaire diarree (door coccidiose). Het is zeer belangrijk dat je de juiste diagnose stelt. Vraag daarom aan de dierenarts om stalen te nemen.

Bij virale diarree kan je de biggen enkel ondersteunen met de voorgaande tips. Bij bacteriële diarree is het, als het niet anders kan, toch aangeraden om antibiotica te geven. Laat dan een antibiogram maken om het juiste antibioticum te bepalen. Geef dan de juiste dosering en behandel de biggen voldoende lang. Bij parasitaire diarree kan je de biggen enkel preventief behandelen met toltrazuril. Dat moet je doen tussen dag 4 en 7. Meestal wordt dat standaard al gedaan.

Correct vaccineren

Correct vaccineren gaat niet enkel over juist injecteren, maar begint al bij het bestellen van de vaccins. Bestel niet te veel vaccins op voorhand als je die het eerste half jaar nog niet nodig hebt. Wanneer de dierenarts de vaccins brengt, steek je die meteen in de koelkast, zodat ze op de juiste temperatuur blijven. Dat wordt té vaak niet gedaan. Controleer ook regelmatig de temperatuur van die koelkast.

Daarnaast moet je het flesje met de levende vaccins meteen leegspuiten. Dat mag je later nooit opnieuw gebruiken.

Vaccinatiemateriaal kiezen

Gebruik van het juiste materiaal is essentieel. Wegwerpnaalden gebruik je op de volgende manier: één per zeug, één per nest en één per 10 biggen. In de praktijk is dat vaak onhaalbaar, maar let erop dat je vaak genoeg wisselt van naald, niet enkel voor de hygiëne. Hoe vaker je de naald ververst, hoe scherper die naald is en hoe minder pijn het varken ervaart.

Vaccineer met D3-naalden, die zijn opspoorbaar aan de slachtlijn. Als die naald afbreekt, kan je dat melden en kan de slachter die gemakkelijk terugvinden. Gebruik de juiste naaldlengte. Zo injecteer je zeker in het spierweefsel en niet in het vetweefsel.

Spoel de spuiten ook regelmatig uit met heet water. Dat wordt te weinig gedaan, en dat kan een risico op abcessen met zich mee brengen. Steek de spuiten eventueel in de vaatwas.

Voorkom het mengen van verschillende vaccins en gebruik voor elk vaccin altijd een aparte spuit en naald. Vaccineer geen zieke dieren, want als die al koorts hebben, zullen ze niet meer reageren op het vaccin of zullen ze nog zieker worden. Volg altijd goed de richtlijnen van de fabrikant op.

Tips voor een hete zomer

Hoe gaan varkens om met hitte? Varkens hebben bijna geen zweetcapaciteit, dus als ze het te warm krijgen, gaat hun ademhaling versnellen, hun hartslag stijgen, ze worden onrustig en kunnen agressie vertonen. Dat is voor hen een stresssituatie, waardoor ze ook minder voeder gaan opnemen. De zeugen gaan minder melk geven en worden minder gemakkelijk bronstig, de biggen zijn bij het spenen minder zwaar en ongelijk, en er kunnen meer verwerpingen zijn.

Bij de beren zal de spermakwaliteit lager zijn, bij de vleesvarkens zal de groei minder sterk zijn en dus de karkaskwaliteit lager. Daarbij is de kans op sterfte nog eens veel groter.

Wanneer een periode met hoge temperaturen aangekondigd wordt, controleer dan alle ventilatoren en alarmsystemen. Controleer de temperatuur en de relatieve vochtigheid in de stal, ook al krijg je nog geen alarm.

Voeder altijd op de koelste uren: vroeg op de dag en later op de avond. Laat de dieren voor de rest zoveel mogelijk met rust. Zorg voor onbeperkte toegang tot koel drinkwater met een goede smaak en kwaliteit.

De varkens zullen minder eten, dus kan je minder voederen, maar zorg dan voor een geconcentreerder voeder met extra vitamines of een vetrijk voeder. Voeder de biggen in de kraamstal ook goed bij, zodat zij op gewicht blijven, want de zeug zal minder melk geven.

De dieren afkoelen

Bevochtig de huid van de dieren met ‘drip-cooling’. Zorg ervoor dat de ligplaatsen nat zijn, en verhoog de luchtsnelheid met extra ventilatoren voor meer luchtverplaatsing. Belaad de vrachtwagen minder zwaar als de varkens opgeladen worden voor het slachthuis. Ook in de stal verminder je het best de bezettingsdichtheid.

Omgeving afkoelen

Probeer bij het bouwen van een nieuwe stal rekening te houden met hetere zomers. Let op de oriëntatie van de gebouwen, isoleer de daken goed, plaats een groenscherm en/of bomen voor de ramen rond de stal, zorg voor een onrechtstreekse luchtinlaat, koel de inkomende lucht zoveel mogelijk af, kalk de vensters wit of voorzie raamfolie om het zonlicht tegen te houden. Installeer een vernevelsysteem: zo kan de inkomende lucht afkoelen, maar let erop dat dan de relatieve vochtigheid niet te sterk toeneemt.

Sanne Nuyts

Het Leader-project ‘Tope WROETen in de Westhoek’ werd gefinancierd door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, Provincie West-Vlaanderen en Leader Midden West-Vlaanderen.

Je kan alle opgestelde protocollen (in een brochure of op een waterbestendige poster) aanvragen op info.varkenshouderij@inagro.be.

Meest recent

Meest recent