Startpagina Melkvee

Omschakelen naar melkrobots: goed begonnen, is half gewonnen

Als de oude melkstal aan vernieuwing toe is, overwegen veel melkveehouders om te investeren in melkrobots. Automatisch melken zorgt immers voor meer flexibiliteit, minder lichamelijke belasting en meer melk per koe. Dat is althans het doel dat velen voor ogen hebben. Maar hoe kan je de stal, de koeien en jezelf zo goed mogelijk voorbereiden om er effectief een succesverhaal van te maken?

Leestijd : 7 min

Net zoals op klassieke melkveebedrijven, vormen de koeien de sleutel tot succes op melkrobotbedrijven.

Plan voor de toekomst

Alles begint bij een goed uitgedacht stalontwerp, waarbij koecomfort en arbeidsgemak centraal staan. Ongeacht of je de oude stal renoveert of een nieuwe stal (bij)bouwt, is het cruciaal om voldoende aandacht aan het stalontwerp te bieden. Je kan achteraf nog vele zaken bijsturen of aanpassen, maar het stalontwerp is definitief. Denk hierbij ook aan de toekomst: waar wil je binnen 10 jaar staan? Wat is je doel, en is het realistisch om dit doel te halen in je huidige stal? Als je nog verder wil uitbreiden, bedenk dan nu al welke ruimte je moet voorzien voor de bijkomende melkrobot(s) en koeien. Het thema duurzaamheid zal ook hoog blijven staan op de agenda van beleidsmakers, melkerijen en consumenten: hoe ga jij hier invulling aan geven met je bedrijf?

Focus op de koeien

Een melkrobotbedrijf staat of valt natuurlijk bij het loopgedrag van de koeien naar de robot. Elke robotmelker streeft ernaar om het aantal ophaalkoeien zo laag mogelijk te houden. Het stalontwerp speelt hierbij een grote rol. Als je bijvoorbeeld meer dan 2,6 melkbeurten per dag wilt halen, heb je niet alleen een smakelijke lokbrok nodig, maar dan moeten de koeien ook ongehinderd de robot kunnen betreden. Vermijd dat dominante koeien de toegang tot de robot zomaar kunnen blokkeren voor de rest van de kudde. Te nauwe doorgangen of krappe wachtruimtes kunnen leiden tot ‘files’ in de stal, waardoor de koeien te lang moeten rechtstaan. In een recente Amerikaanse studie zag men dat melkkoeien dagelijks gemiddeld anderhalf uur staan te wachten om de robot te betreden, maar dat dit – al naargelang de koe, het koeverkeer en het stalontwerp – wel kan oplopen tot 7 uur per dag!

Met goede separatiemogelijkheden kan je veel tijd uitsparen.
Met goede separatiemogelijkheden kan je veel tijd uitsparen. - Foto: Kristine Piccart
Een andere succesfactor die veel goed draaiende robotbedrijven gemeenschappelijk hebben, is een apart strohok voor zorgkoeien, waarbij de dieren op eigen initiatief een rondje door de robot kunnen maken. Enerzijds krijgen deze koeien de extra ruimte en comfort die ze nodig hebben en anderzijds spaar je zelf ook tijd uit met deze koeien te moeten ophalen. Om te vermijden dat het strohok een besmettingshaard van mastitiskiemen wordt, moet het wel voldoende groot zijn en vaak genoeg ingestrooid worden met droog stro. De minimumoppervlakte die meestal voorzien wordt voor strohokken is 7 m² per koe (roosters niet inbegrepen), maar meer is beter. Als je dus wilt weten hoe groot je strohok moet zijn, maak dan voor jezelf de denkoefening welke koeien er gehuisvest zullen worden en hoe lang ze gemiddeld op stro doorbrengen.

1 persoon, 1 koe, 1 minuut

Een robotstal moet bovenal efficiënt zijn. Maar hoe omschrijf je efficiëntie? Men zegt wel eens dat één persoon één koe uit eender welke groep binnen één minuut naar de behandelruimte van de robotstal moet kunnen brengen. Op vlak van arbeidsefficiëntie valt de voorkeur dan op 2 voergangen aan de zijkant van de kant, ten opzichte van een centrale voergang. Op deze manier hoeven koeien nooit de voergang over te steken om behandeld of gesepareerd te worden. Het is dus van belang dat de behandelruimte op een centrale, makkelijk bereikbare plek staat. Koeien lopen doorgaans iets makkelijker de behandelbox in als deze niet naar een muur gericht is, en als ze zicht hebben op andere koeien. Ideaal gezien staat er ook een computer in de nabijheid van de behandelruimte om alle acties onmiddellijk te registeren.

Voorzie voldoende voerruimte

Daarnaast moet er ook voldoende voerruimte in het stalplan voorzien worden. Vroeger heerste het idee dat er serieus bespaard kon worden op het aantal vreetplekken in een robotstal, omdat het gedrag van de kudde beter doorheen de dag gespreid wordt – in tegenstelling tot bij tweemaal daags melken. Zo zouden de koeien niet allemaal tegelijk gaan vreten in een robotstal. Dit klopt echter niet helemaal. Ook op robotbedrijven met vrije toegang tot het voerhek zien we dat een beperking van het aantal vreetplaatsen voor meer onderlinge competitie zorgt tussen de koeien. Onderdanige koeien en jonge vaarzen zullen hier vooral de dupe van zijn: ze staan langer te wachten aan het voerhek en lopen hierdoor meer kans om pens- en klauwproblemen te ontwikkelen. Bij gestuurd koeverkeer (van het type waarbij de toegang tot het voerhek gecontroleerd wordt) kan het sorteergedrag van koeien dan weer een bijzonder aandachtspunt zijn. De koeien die eerst gaan eten, kunnen het voer sorteren, waardoor de koeien die later aan de beurt komen een ‘voorgeselecteerd’ rantsoen krijgen.

Onderzoek bevestigt dat extra vreetruimte zich ook vertaalt in een hogere melkproductie. Een studie op 13 Canadese melkrobotbedrijven (met vrij koeverkeer en gemiddeld 66 cm voerhekbreedte per koe) demonstreert dat elke 10 cm extra voerruimte gelinkt is met een productiestijging van 1,7 kg melk per koe per dag. Als er op je bedrijf toch sprake is van overbezetting aan het voerhek, dan kan een automatische voeraanschuiver mogelijk soelaas bieden.

Gezonde klauwen

Het spreekt vanzelf dat manke koeien minder vaak uit eigen beweging de melkrobot gaan opzoeken. Het is daarom wenselijk dat je als veehouder zelf ook onderlegd bent in klauwverzorging, zodat je de manke koeien op je bedrijf zelf kan behandelen. Als je hiervoor uitsluitend een beroep kunt doen op een externe klauwverzorger of dierenarts, dan wordt er vaak pas ingegrepen wanneer meerdere koeien tegelijk kreupel zijn. Manke koeien moeten dan onnodig lang rondlopen met een pijnlijk letsel, waardoor de situatie meestal verergert. Hoe sneller je ingrijpt, hoe sneller de koe geneest en hoe minder melk er verloren gaat. Een belangrijke kanttekening is wel dat de veehouder (of medewerker) natuurlijk over voldoende kennis en kunde moet beschikken om de klauwverzorging goed uit te kunnen voeren. Het loont dus om af en toe je kennis op te frissen met een praktijkcursus of bijscholing.

Door snel in te grijpen bij klauwproblemen zorg je ervoor dat de koeien naar de robot blijven lopen.
Door snel in te grijpen bij klauwproblemen zorg je ervoor dat de koeien naar de robot blijven lopen. - Foto: Kristine Piccart

Klauwproblemen behandelen is één ding, maar ze voorkomen is natuurlijk beter. Als standaard richtlijn wordt vaak geadviseerd om de dieren minstens 2 keer per jaar preventief te bekappen: op 100 dagen in lactatie, en bij het droogzetten. Op vloeren met een zachte ondergrond (bijvoorbeeld rubber) moet er echter vaker bekapt worden, omdat de klauwen minder afslijten. Daarnaast is het essentieel om de infectiedruk in de stal zo laag mogelijk te houden door de hygiëne van de stal te optimaliseren en met regelmaat een klauwbad in te zetten. De plaatsing van het klauwbad is helaas nog altijd een struikelblok op veel robotbedrijven, waardoor het in de praktijk vaak te weinig toegepast wordt. Denk daarom op voorhand al na over de plaatsing van het klauwbad, zelfs al meen je het niet direct nodig te hebben.

Let op de uiervorm…

Helaas zijn niet alle koeien geschikt om de transitie naar een melkrobot te maken. Sterk afwijkende uiervormen of speenplaatsingen kunnen bijvoorbeeld problemen opleveren bij het aansluiten van de speenbekers. Op de meeste bedrijven valt dit echter mee. Uit een Amerikaanse enquête blijkt dat 38% van de melkveebedrijven die omschakelen nog geen 1% van de koeien vervroegd moeten afvoeren omdat ze niet passen op de melkrobot. Daartegenover zijn er toch ook een aantal bedrijven die meer dan 10% van de koeien moeten afvoeren bij omschakeling. Controleer daarom op voorhand de uiervorm van je veestapel en registreer alle koeien met ‘twijfelachtige’ uiers. De melkrobotfabrikant of dealer kan je vervolgens informeren of deze koeien al dan niet gemolken kunnen worden door de melkrobot. Gekruiste spenen hoeven gelukkig niet altijd een probleem te zijn: het gewenste melkinterval kan bij deze koeien op voorhand iets hoger ingesteld worden, waardoor de uier meer gevuld is en de spenen iets verder uit elkaar staan op het moment dat de koe de melkrobot betreedt.

Let op de vorm van de uier én op de uiergezondheid.
Let op de vorm van de uier én op de uiergezondheid. - Foto: Kristine Piccart

… en uiergezondheid

Naast de vorm van de uier is de uiergezondheid natuurlijk ook een doorslaggevende factor. De opstart van de melkrobot begin je het best met een schone lei, wat betekent dat je soms ook afscheid moet kunnen nemen van koeien met een langdurig verhoogd celgetal of koeien die meermaals hervallen en een uierontsteking doormaken. Drie maanden voor de opstart zit je daarom het best samen met je bedrijfsdierenarts om te overlopen welke koeien opgeruimd of behandeld moeten worden.

Uierhygiëne is weliswaar op elk bedrijf van belang, maar op robotbedrijven heb je niet langer de optie om vuile spenen wat grondiger te reinigen tijdens de voorbehandeling. De robot kan het verschil immers niet zien tussen vuile en propere spenen en reinigt ze zoals het computerprogramma het voorschrijft. Daarom doe je er goed aan om de uiers en staarten voor de omschakeling nog te branden en scheren, en dit ook vol te houden na de opstart. Bedrijven die minstens 4 keer per jaar de uiers branden of scheren hebben een beduidend lager tankmelkcelgetal. Uiers branden houdt wel een risico in op huidbeschadiging. Vraag om die reden gerust aan een collega, kennis of vertegenwoordiger om het even te demonstreren als je het zelf nog nooit gedaan hebt.

De eerste dagen

De opstart van een melkrobot is een intensieve periode waarin je met veel nieuwe zaken geconfronteerd zal worden. Voorzie daarom voldoende hulp in de eerste dagen om de koeien rustig en stressvrij naar de robot te leiden voor in te melken. Je zal weliswaar assistentie krijgen van de robotfabrikant, maar extra helpende handen zijn toch wel noodzakelijk. Vergeet vooral ook niet je eigen agenda op tijd leeg te maken; de melkrobot en de koeien zullen namelijk 100% van je aandacht eisen! De opstart wordt dus het best niet gepland tijdens piekperiodes van landwerk, tenzij je deze taken kan uitbesteden.

Na de eerste hectische dagen zal het geleidelijk aan kalmer worden en zullen de koeien steeds vlotter de melk-robot opzoeken. De adviseurs en technici van de robotfabrikant zullen het erf verlaten, en dan sta je er grotendeels alleen voor. Je zal in de eerste weken wellicht nog niet vertrouwd zijn met alle aspecten van de melkrobot en het softwareprogramma, maar blijf investeren in je eigen opleiding en probeer deel te nemen aan studieclubs om onderling kennis uit te wisselen met andere collega’s.

Al bij al kan de voorbereiding van melkrobots maanden in beslag nemen. Ga inspiratie opdoen bij andere robotmelkers en spreek over je plannen. Elk traject is natuurlijk anders, maar een goed begin is het halve werk.

Kristine Piccart, Cow Coach

Lees ook in Melkvee

Vlaamse melkkoeien behalen recordproductie

Melkvee De gemiddelde levensproductie van de melkkoeien in Vlaanderen is in het boekjaar 2021- 2022 met 769 kg gestegen tot 30.166 kg melk. De levensduur van de koeien nam toe met 6 dagen. Jos Dobbels uit Kortemark doorbrak als eerste de grens van 14.000 kg rollend jaargemiddelde.
Meer artikelen bekijken