Fegra waarschuwt voor voorzichtigheid bij bewaren van granen in loodsen waar vroeger aardappelen lagen

Fegra raadt af om granen op te slaan in loodsen waarin vroeger met CIPC behandelde aardappelen werden gestockeerd.
Fegra raadt af om granen op te slaan in loodsen waarin vroeger met CIPC behandelde aardappelen werden gestockeerd. - Foto: LBL

Sinds 1 juli 2020 is het gebruik van CIPC op aardappelen niet meer toegestaan. Door de historische verontreiniging van opslagplaatsen met CIPC heeft de Europese commissie een tijdelijkse maximumresidugehalte (MRL) van 0,4 mg/kg toegestaan. De aardappelindustrie heeft ook een saneringsprotocol opgesteld. Als gevolg daarvan reinigden heel wat landbouwers hun installaties.

Overschrijdingen van de norm geven aanleiding tot vernietiging

De MRL voor chloorprofam voor granen komt overeen met de minimumwaarde van 0,01 ppm, aangezien dit product nooit in granen werd gebruikt. Maar sinds begin dit jaar zijn er verschillende waarschuwingen uitgestuurd binnen het sectorale bemonsteringsplan van Fegra voor overschrijdingen met chloorprofam. Deze overschrijdingen hebben telkens geleid tot de vernietiging van het gecontroleerde lot.

“Er is nog altijd een groot risico voor versleping als gevolg van hardnekkige CIPC in aardappelopslagplaatsen, zelfs na reiniging van de loodsen”, stelt Fegra. “Daarom raden we af om granen op te slaan in een loods waarin in het verleden met CIPC behandelde aardappelen werden opgeslagen.”

Contact opnemen met de handelaar

Fegra raadt de landbouwers aan om, als het niet mogelijk is om het graan in een andere schuur op te slaan, contact op te nemen met de handelaar om na te gaan of het graan niet rechtstreeks kan worden geleverd. “Handelaren mogen een beëdigde verklaring verlangen van hun handelspartner waarin staat dat het geleverde graan niet is opgeslagen in een loods waar zich in voorgaande jaren met CPIC behandelde aardappelen werden opgeslagen.”

Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent