Startpagina Economie

Groot verschil tussen Europese en Nieuw-Zeelandse boterprijs

De boterprijs in Europa blijft in week 31 veel hoger dan in Nieuw-Zeeland. Volgens Raf Beyers, adviseur bedrijfsontwikkeling en risk management bij United Experts, zal de Europese boterprijs voorlopig nog niet veel hinder ondervinden van die veel lagere internationale prijs.

Leestijd : 5 min

D e wereld bevindt zich nu in spannende tijden wat betreft de geopolitiek. De oorlog in Oekraïne blijft duren en er zijn geen lichtpunten waar te nemen dat er snel een einde van het conflict zal zijn. “Sommigen vrezen zelfs voor een verdere escalatie en zelfs uitbreiding van het gebied van de Russische agressor. Nog wat dichter bij huis is het momenteel trouwens ook heel spannend in de Balkan tussen Servië en Kosovo. Omdat de NAVO daar in het verleden ook al moest tussenkomen en Servië redelijk Russisch gezind is, heeft deze spanning zeker te maken met het conflict in Oekraïne”, legt Raf Beyens uit.

Impact van bezoek Pelosi aan Taiwan

Heel wat verder van huis ging de Amerikaanse voorzitter van het huis van afgevaardigden Nancy Pelosi op 2 augustus op de koffie in Taiwan. “Hierdoor werd de spanning met China terug fel opgedreven. De Chinezen reageerden met een ruimschootse militaire oefening rond Taiwan. Dit heeft meteen grote gevolgen voor de internationale handel, want de ‘Straat van Taiwan’ is een heel belangrijke scheepvaarroute voor de internationale handel. Zowat de helft van de globale containervloot passeert daar. De stunt van Pelosi maakte in ieder geval een veel grotere indruk dan de smeekbede van Biden bij de OPEC om zeker meer olie te blijven oppompen om de olieprijs te drukken”, meent Beyens. De OPEC besliste in week 31 om de geplande groei in productie van ongeveer 600.000 vaten per dag vanaf september terug te schroeven naar nog maar 100.000 vaten. De zorgen om de economie, die ze nu benoemden, maakt echter meer indruk dan de actie die ze uitspraken. De olieprijs blijft dalen en zit intussen op het niveau van voor de Russische invasie eind februari.

Naast geopolitiek eisen de extreme weersomstandigheden in deze komkommertijd de aandacht. Hittegolven en droogte veroorzaken veel zorgen bij vele landbouwers. De voorbije 2 Global Dairy Trade (GDT)-zuivelveilingen van 19 juli en 2 augustus waren negatief, met 2 keer een daling van 5%. De index geeft op een maand dus -10% toe.

Europese melkaanvoer lijdt onder de hitte

Globaal zien we in de wereld over de maand juli lichtgroene tot groene cijfers in de melkaanvoerverwachting voor Noord- en Zuid-Amerika, uitgezonderd Brazilië. Ook zien we meer donkergroene aanvoercijfers uit Azië en India. Rode cijfers blijven komen uit Oceanië, met het negatief zwaartepunt bij Australië. Ook Europa blijft lichtrood kleuren. Zo vroeg in de maand blijven dit voor juli slechts verwachtingen.

Raf Beyers: “Voor juni zijn er bij de grote zuivelexporteurs wel al cijfers beschikbaar voor Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten (VS). De kiwi’s – de koosnaam voor de Nieuw-Zeelanders – melkten in juni, de eerste maand van hun nieuwe melkseizoen, in milksolids +1,1% tegenover de start van vorig seizoen. Juni is voor de kiwi’s echter de laagste productiemaand. De weersomstandigheden, die daar redelijk normaal zijn nu, zullen de komende maanden dus bepalen of men deze trend op dat kleine startvolume de komende periode kan verderzetten. In de VS tekent men over juni voor het eerst sinds oktober vorig jaar voor lichtgroene aanvoer (+0,2 %). Dat is toch wel stevig gemolken van de Amerikanen, want vorig jaar was juni nog een aanvoermaand met +3 %.”

Binnen Europa tekenen de grotere melklanden, Nederland (+1,5%) en Polen (+1,2%) over juni ook voor een plus. Andere kleinere en dikwijls ook zuidelijke landen blijven binnen Europa nog altijd achter met melkproductie. “De huidige hittegolven in Europa zullen niet helpen om het tij te keren de komende maanden. Melkprijzen stijgen bij sommige kopers nog een beetje, anderen stabiliseren op het huidige recordhoge niveau, hopelijk kunnen ze dat nog lang handhaven.”

Groot verschil in boterprijzen

De Europese boterindex blijft uitzonderlijk hoog noteren. “In week 31 bleef de boterindex nagenoeg gelijk op 7.246 euro/ton. Zo noteert de Europese boterindex al sinds eind april tussen 7.425 en 7.250 euro/ton. De vraag is wel of er aan deze prijs handel is, want de Duitse boterprijs blijft met 6.850 euro/ton duidelijk lager noteren. Er wordt verteld dat deze Duitse prijs momenteel de handelsprijs is voor het beperkte volume dat deze tijd van het jaar wordt verhandeld”, nuanceert Raf Beyers.

“Daarentegen zagen we op de GDT een opvallend stevige prijsdaling van boter dat net zoals vollemelkpoeder (Whole Milk Powder, WMP) met 6,1% daalde. Op de voorbije 2 GDT-veilingen is boter zo 8% kwijt in prijs.

Het verschil tussen boter uit Nieuw-Zeeland en Europa begint zo wel sterk op te lopen, want het Europese product is meer dan 2.000 euro/ton duurder. Zo’n verschil tussen Europese en GDT-boterprijs zagen we ook in 2017, dat heeft toen echter maar 2 maanden standgehouden. Naar verwachting zal de Europese boterprijs voorlopig nog niet veel hinder ondervinden van die veel lagere internationale prijs, aangezien de Europese melkproductie en ook de melkvetproductie de komende tijd eerder zullen dalen, waardoor er zeker minder van het product op export moet. De Europese boterprijs kan wel slecht nieuws zijn voor de Britse economie, want daar voorspelde de nationale bank bij hun rentebesluit (rente +0,50 %), dat ze een langdurige economische krimp voor de Britten verwachten.”

Uitzonderlijk lage SMP-prijs in Nieuw-Zeeland

De aanhoudende mindere resultaten voor poeder op de GDT wegen ook zeker en vast op onze Europese mageremelkpoeder (Skimmed Milk Powder, SMP) -index. “De Europese SMP-prijs staat sinds het hoogtepunt van half april onder druk en geeft met de SMP-index van week 31 (3.703 euro/ton), nu bijna -14% toe tegenover het begin van de lente. Bij SMP is het zeer uitzonderlijk dat de Europese prijzen van de indexmakers Duitsland, Frankrijk en Nederland ver uit elkaar liggen. Nu is dat echter wel het geval. Zo noteert Frankrijk met 3.580 euro/ton een stuk lager dan Duitsland, met 3.890 euro/ton. De Nederlandse SMP-prijs zit er wat tussenin, met 3.640 euro/ton. Op de GDT wordt de vraag, en met name de Chinese vraag, als schuldige aangewezen voor de prijsdruk. Op de GDT kreeg SMP een klap van -5,3%, na op de vorige veiling op 19 juli ook al -8,7 % te hebben moeten toegeven. Zo komt de Nieuw-Zeelandse SMP-prijs onder de Europese en Amerikaanse prijs en dat is in dit internationaal verhandeld product uitzonderlijk. Die prijzen trekken normaal naar elkaar toe. Spannende tijden in de internationale handel helpt SMP zeker niet vooruit.

Binnen Europa zien we dat de kaasprijzen nog wel robuuster zijn in hun prijsvorming. Zo blijven cheddar-prijzen stabiel hoog op 5.530 euro/ton, trekt de jonge gouda-prijs deze week terug boven 5.000 euro/ton en gaat mozzarella in week 31 ook terug richting de magische 5.000 met 4.970 euro/ton. Kaasmakers hebben momenteel minder zorgen dan poedermakers.”

Anne Vandenbosch

Lees ook in Economie

In 2022 ging elke dag een boerderij verloren

Economie Dit jaar zouden zo'n 100.000 bedrijven hun activiteit stopzetten, dat schrijft het tijdschrift Trends op basis van eigen berekeningen. Het gaat om een record, aldus Trends. Vooral de voedings- en retailsector lijken zwaar getroffen. In de landbouwsector ging in 2022 elke dag een boerderij verloren.
Meer artikelen bekijken