Startpagina Liefhebberstuin

Spinazie: de ideale nateelt voor de herfst of de winter

Spinazie is een gezonde en gemakkelijk te telen groente, die we nog tot eind september kunnen zaaien in de volle grond. Wie een serre in de tuin heeft, kan ook in de winter (oktober tot januari) spinazie zaaien en oogsten. Het is – zeker in het voor- en najaar – een gemakkelijke teelt, die echter wel de nodige eisen stelt aan de bodem en die in droge periodes (intussen weten we wat dat betekent) veel baat heeft bij een flinke gietbeurt.

Leestijd : 5 min

Vaak wordt spinazie als voor- of nateelt van een ander gewas gezaaid. Hou echter rekening met de vruchtafwisseling om problemen met ziektes en bodemvermoeidheid te vermijden. Goede nateelten voor spinazie zijn andere bladgewassen (sla) of koolsoorten. Omgekeerd is spinazie een goede nateelt van bladgewassen of bloemkool.

Botanisch

Spinazie (Spinacia oleracea) behoort tot de familie van de Chenopodiaceae of de ganzevoetfamilie. Het is een snelgroeiende, eenjarige, kruidachtige plant, die bij ons winterhard is en waarvan het groene blad wordt gegeten. Bij de oorspronkelijke soort varieert de vorm van het blad naargelang de plaats op de stengel. De onderste bladeren zijn langwerpig tot eirond, de middelste driehoekig en spiesvormig of langwerpig tot eirond, en de bovenste langwerpig.

De cultuurrassen worden, naargelang het blad, ingedeeld in 2 groepen, namelijk de gladbladige en de kroesbladige rassen (met gebobbeld blad). Naargelang de zaadvorm spreekt men van scherpzadige (zaad voorzien van stekels) en rondzadige rassen. Daarbij zijn de scherpzadige rassen snelle groeiers, en dus beter geschikt voor de vroege en de late teelten dan voor de zomerteelt, omdat ze anders te snel doorschieten.

Plukspinazie of snijspinazie?

Afhankelijk van de zaaidichtheid spreekt men van snij- of plukspinazie. Bij ons wordt spinazie vrij ruim gezaaid, met een afstand van 25 cm tussen de rijen en een afstand tussen de zaden van 2,5 cm. Daarna worden de jonge planten uitgedund op 10 cm (zeer late en winterteelt: 10 cm tussen de rijen en uitdunnen op 5 cm). Op die manier bekomt men grote, stevige bladeren, die in een 3-tal oogstbeurten één voor één geplukt worden.

Onze noorderburen geven echter de voorkeur aan het kleine, lichte, jonge spinazieblad. In Nederland wordt spinazie dan ook een stuk dichter gezaaid (10 tot 20 cm tussen de rijen en 1 cm tussen de zaden) en worden de jonge planten niet uitgedund. De blaadjes worden jong geoogst door de jonge plant 3 cm boven de grond af te snijden. Op die manier kan men 2 keer oogsten van dezelfde plant.

De teelt van snij- en plukspinazie brengt per m² ongeveer evenveel spinazie op, maar voor de teelt van snijspinazie is wel ongeveer 10 keer zoveel zaad nodig als voor de teelt van plukspinazie. Als men dan ook nog weet dat het Ca- en K-gehalte en de hoeveelheid vitamine C in jonge blaadjes beduidend lager zijn, dan is de 'Belgische' manier van telen (plukspinazie) duidelijk te prefereren boven de Nederlandse.

Teeltwijzen

Afhankelijk van het zaaitijdstip onderkent men bij spinazie verschillende teelten. De vroegste teelt wordt in een geschikte periode in december, januari of februari uitgezaaid om al te kunnen oogsten in maart-april. Voor deze teelt worden snelgroeiende rassen (rassen met scherpzadig zaad) gebruikt en komen enkel lichte, droge gronden in aanmerking. Van de vorst heeft spinazie geen last, ook niet na de opkomst. Voor de voorjaars- en herfstteelt worden dezelfde rassen gebruikt, namelijk de rondzadige rassen met een korte teeltduur.

De voorjaarsteelt kan gezaaid worden van maart tot begin mei en de herfstteelt vanaf 15 augustus, om te oogsten eind oktober en november. Het voorjaar en de late zomer zijn voor de spinazieteelt het meest geschikt (gebruik de juiste rassen) omwille van de langere groeiduur (oogstspreiding) en het minder vlug doorschieten.

Zomerteelt is mogelijk, maar omwille van de hoge temperaturen (spinazie houdt niet van grote hitte) en het snelle doorschieten niet aan te raden. Wie het toch wil proberen, zoekt het best een plekje in de schaduw en gebruikt de traagst groeiende rassen.

Ook in de winter kan men spinazie telen (winterteelt). Het meest geschikte ras hiervoor is 'Winterreuzen'. Deze teelt wordt het best gezaaid rond 15 september (kan tot half oktober), dan is het gewas al voldoende ontwikkeld – en dus sterker – vóór de winter invalt. Bij gunstige weersomstandigheden kan men dan al oogsten in februari.

Teelttips

Spinazie is een gulzig gewas en stelt vrij hoge eisen aan de bodem. Spinazie groeit het best op rijke bodems en stelt een goede portie ondergewerkte compost zeer op prijs. De groente groeit slecht op zure bodems. Er mag dus best wat extra kalk ondergewerkt worden tijdens de grondbewerking. Eventueel kan tijdens de teelt (na de eerste snij- of plukbeurt) wat samengestelde meststof gestrooid worden. Overdrijf zeker niet met stikstofbemesting, want spinazie slaat stikstof op in de bladeren, in de vorm van nitraten, die tijdens het kookproces kunnen omgezet worden naar giftige nitrieten. Dat is meteen ook de reden waarom spinazie het best geen 2 keer opgewarmd wordt.

Ideaal is een goed doorlaatbare, luchtige bodem, die niet te snel uitdroogt. Spinazie heeft immers veel vocht nodig. Tijdens droge periodes – ook in de winter - kan eventueel extra water gegeven worden. Dit gebeurt het best 's ochtends op zonnige dagen, zodat het gewas vlug opdroogt. De belangrijkste tip voor een geslaagde teelt: gebruik het juiste ras afhankelijk van de zaaidatum.

Alternatieven

Voor wie ertegenop ziet om telkens opnieuw kleine beetjes te moeten zaaien, zodat er steeds verse spinazie kan geoogst worden, is er een minder arbeidsintensief alternatief namelijk brave hendrik (Chenopodium bonus-henricus ). Deze ten onrechte vergeten groente is een telg uit dezelfde familie als spinazie.

Het is echter een winterharde, vaste plant, die vanaf het tweede jaar na het zaaien, gedurende meerdere jaren een overvloedige oogst voortbrengt, en zelfs in de loop der jaren sterker gaat uitgroeien. De zaden van brave hendrik hebben nood aan een koudeperiode en worden daarom in het najaar op een wachtbed uitgezaaid. Wie in de lente wenst te zaaien, kan de zaden een aantal weken op voorhand in de koelkast bewaren, anders zou de kieming wel sterk kunnen tegenvallen.

Verspeen de planten als ze 4 tot 5 bladeren hebben en plant ze 40 cm uit elkaar op rijen met een tussenafstand van 50 cm. Het eerste jaar worden de planten ongeveer 40 cm hoog en breed en is het beter om niet te veel blaadjes te oogsten. Vanaf het tweede jaar kunnen de bladeren en de bloemstengels (koken en te gebruiken zoals asperges) volop geoogst worden. De planten blijven 5 jaar (of langer) productief en kunnen daarna verjongd worden door de oude planten in het voorjaar – net als vaste planten – te scheuren.

Geert Brantegem

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken