Startpagina Liefhebberstuin

Buddleja: vlinders in de tuin van juli tot oktober

Buddleja’s of vlinderstruiken zijn rijk bloeiende sierstruiken die de laatste jaren aan een terechte comeback bezig zijn. Dit danken ze als echte vlindermagneten niet alleen aan de interesse van milieu- en natuurliefhebbers. Ook het uitgebreide assortiment, zijn rijke bloei, zijn felle kleuren en zijn minimale onderhoudsbehoeften zorgen mee voor de hernieuwde aandacht die deze schitterende tuinplant verdient.

Leestijd : 5 min

Er zijn weinig planten die zo’n aantrekkingskracht op vlinders hebben als de vlinderstruik. Met zijn lange bloemaren in prachtige kleuren is de vlinderstruik een aanwinst voor elke tuin. Deze tuinplant bloeit bovendien extra lang door tot laat in de nazomer, zodat de tuin er ook dan nog kleurrijk blijft uitzien. Vanwege zijn late bloei en zijn bloeiwijze, die wel wat lijkt op die van de sering, wordt deze plant soms ook herfstsering genoemd. En bij de start van het nieuwe plantseizoen zijn ze ook volop voorradig in de tuincentra, vaak rijkelijk bloeiend en potgekweekt.

Botanisch

Het geslacht Buddleja behoort tot de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae). Het bestaat uit bladverliezende, half groenblijvende en groenblijvende heesters (waarvan het merendeel jammer genoeg niet winterhard is) en uit kleine bomen, die voornamelijk afkomstig zijn uit Oost-Azië, Zuid-Amerika en Afrika. Ze groeien er zowel op rivieroevers als in drogere berggebieden, zolang de bodem maar goed waterdoorlatend is. Wanneer men het over vlinderstruiken heeft, denken de meeste mensen meteen aan een grote stuik met blauwpaarse of witte trosbloemen. Dat is de Buddleja davidii. Het geslacht Buddleja bestaat echter uit een honderdtal soorten, waarvan er slechts een klein aantal vrij vlot in de handel verkrijgbaar is als tuinplant. In de tuin geven ze de voorkeur aan een standplaats in de halfschaduw tot volle zon. De vlinderstruik is een echte warmteminnende plant. Plant bij voorkeur in een goed doorlatende, vochthoudende grond en geef in het voorjaar wat extra meststof, zodat de planten flink kunnen uitgroeien en zodat ze lang en rijk bloeien in het najaar.

’Buddleja davidii’

Deze vlinderstruik is de bekendste soort uit het Buddleja-geslacht. In Europa is deze plant zeer geliefd als tuinplant, maar ze komt er ook verwilderd in de natuur voor, waar ze vaak bloeien met lichtpaarse of blauwe bloemen. De kleine trompetvormige bloemetjes staan samen in 15 tot 30 cm lange opstaande of licht overhangende kegelvormige, licht gebogen pluimen, die aan de struik verschijnen tussen juli en oktober. Deze struiken kunnen gemakkelijk 3 m hoog en 4 à 5 m breed worden. Door de struik jaarlijks in het voorjaar diep terug te snoeien (tot 20 à 50 cm boven de grond), kan hij gemakkelijk in toom worden gehouden en zal hij rijkelijk bloeien op de jonge, kruidachtige scheuten, die zich in het voorjaar en in de vroege zomer ontwikkelen. De snoei dient laat in het voorjaar te gebeuren (na eind maart), omdat de nieuw gevormde jonge scheutjes geen zware vorst verdragen. B. davidii cultivars produceren heel veel zaad (tot 40.000 zaden per bloem), waarvan er echter zeer weinig kiemen. Bovendien zijn deze niet soortvast. Vermeerderen gaat echter heel vlot door middel van winterstek.

’Buddleja davidii’-cultivars

Van deze soort zijn heel wat goede tuincultivars gemakkelijk in de handel verkrijgbaar. Zo is er onder meer de Buddleja davidii ‘Pink Delight’ , een cultivar die vrij breed en massief kan worden, met dikke, tot 40 cm lange, dieproze bloempluimen. Er is ook de Buddleja davidii ‘Black Knight’, een rijk bloeiende cultivar met donkerpaarse, matig grote bloempluimen. De struik heeft een lossere groeiwijze en groeit niet zo breed uit. De Buddleja davidii ‘White Profusion’ is een rijk bloeiende cultivar met zuiver witte bloemen. De bloemen verkleuren na het uitbloeien bruin, iets wat bij de witte soorten meer opvalt en niet iedereen even mooi vindt. Een oplossing is de uitgebloeide bloemen wegsnoeien, waardoor de struik gestimuleerd wordt om nog een tweede keer rijk te gaan bloeien. Vlinderstruiken – vooral de meest recente, kleiner blijvende cultivars – doen het ook goed in potten en bakken.

Buddleja davidi i ‘Nanho Blue’ en ‘Nanho Purple’ zijn cultivars met respectievelijk paarsblauwe en purperrode bloempluimen, die wat minder hoog worden (tot 2 m). De blaadjes van deze cultivars zijn smaller en bleker van kleur en staan mooi verdeeld over de hele plant, waardoor de struiken er eleganter uitzien.

‘Buddleja alternifolia’

Deze krachtig groeiende struik (tot 4 m hoog en 5 m breed) met zijn matglanzende donkergroene blaadjes is eerder een rariteit in onze tuinen. Nochtans is deze vlinderstruik een echte blikvanger, indien op de juiste plek aangeplant. De lange twijgen van deze struik – die oorspronkelijk uit China afkomstig is – buigen sierlijk door, waardoor hij wel wat op een kleine treurwilg lijkt. Van einde mei tot begin juli zijn de meerjarige twijgen volledig bedekt met geurige toefjes lilakleurige bloemetjes en doet hij zijn Engelse naam ‘Fountain butterfly bush’ (fonteinvlinderstruik) alle eer aan. Door zijn vroege bloei – op het moment dat de Davidii-soorten nog niet bloeien – trekt hij voornamelijk voorjaarsvlinders aan.

Deze soort geeft de voorkeur aan een kalkrijke, droge bodem en aan een plek in de volle zon. In tegenstelling tot de Davidii-soorten bloeit deze struik op hout dat het voorgaande jaar gevormd werd en mag de struik dus in het voorjaar niet gesnoeid worden. Snoei is niet echt nodig en verstoort de mooie natuurlijke groeiwijze, wel kunnen na de bloei de uitgebloeide twijgen teruggeknipt worden tot op een sterk oog. Daardoor wordt de vorming van nieuwe twijgen gestimuleerd. Eventueel kunnen in het voorjaar enkele oude takken tot kort boven de grond weggesnoeid worden om de struik te verjongen.

‘Buddleja x weyeriana’

Deze tuinsoort ontstond door kruising van Buddleja davidii met Buddleja globosa (een soort met oranje bolvormige bloeiwijze, die bij ons niet helemaal winterhard is). De originele soort was vrij flets van kleur, met eerder kleine bloeiwijzen. Er zijn wel een aantal goede cultivars van deze soort op de markt, waarvan Buddleja x weyeriana ‘Sungold’ één van de betere is. Deze cultivar bloeit in de zomer, met oranje-gele bloemen, die gedeeltelijk in bolvormige clusters zijn gegroepeerd, maar aan het uiteinde een gesloten punt vormen. Deze plant mag, net zoals de Davidii-soorten, jaarlijks in de lente teruggesnoeid worden.

Naast bovengenoemde soorten worden soms ook nog andere Buddlejasoorten aangeboden, zoals Buddleja crispa , Buddleja fallowiana , Buddleja nivea, enzovoort. Deze zijn in ons klimaat niet echt winterhard, maar doen het wel goed als bloeiende potplant voor op het terras.

Wie op zoek is naar een sterke, krachtig groeiende tuinplant die weinig onderhoud vraagt en die ook goedkoop is vanwege de eenvoudige vermeerdering door stek, kan zeker niet voorbij aan een van de vele vlinderstruiksoorten. De vlinders krijgt u er gratis bovenop.

Geert Brantegem

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken